is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Zes uur lang debatteerde de Tweede Kamer over de wolf, maar waar bleef de wetenschap in de woordenbrij?
Ruim zes uur spraken ze over de wolf: de Tweede Kamer en staatssecretaris Silvio Erkens. Aan het eind lagen twintig moties op tafel, maar was je geen steek wijzer. Logisch: veel (niet alle!) Kamerleden waren meer bezig zichzelf te profileren en anderen vliegen af te vangen dan met inhoudelijk discussiëren over de wolf. Wat opviel, was een verbijsterend gebrek aan feitelijkheid. Dat leidde tot een stroom aan beweringen en stelligheden die schreeuwden om kennis en kunde. Om wetenschap, kortom. Maar ja. Die was ter plekke afgeschaft.
Feiten en onderbouwingen kwamen niet meer uit wetenschappelijke rapporten, maar uit eigen beleving. De een had tijdens een reisje eens met ‘een ecoloog uit Polen’ gesproken (‘En die vertelde…’), de ander (Dion Graus) had ‘vrienden die een rhodesian ridgeback bij hun schapen hebben gezet en geen greintje last hebben van de wolf’.
Renate den Hollander (VVD) had een paar wolven gesproken. ‘Ik denk dat de wolf helemaal niet zo gelukkig is in Nederland, dat hij misschien veel gelukkiger zou zijn in andere delen van Centraal-Europa en dat we misschien met z'n allen zouden moeten kijken hoe we dat voor elkaar krijgen.’
André Flach (SGP) wist iets over de toestand in Elspeet: ‘Dat is de woonplaats van mijn fractievoorzitter. Ik hoor van hem regelmatig verhalen over hoeveel schapenhouders wél te maken hebben gehad met dode dieren in de regio.’
Zelf was Flach ‘in de omgeving van Goirle’ geweest, daar had hij gezien hoe de wolf de heide bedreigt, doordat hij de grazende reeën opvreet (die op hun beurt de heide kaal houden door jonge boompjes op te vreten).
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Toch even de feiten van de wetenschap bekeken: volgens de gegevens van Bij12 is Goirle en omstreken geen wolvengebied. Ja, er zijn dit jaar enkele malen waarnemingen gedaan, maar die wezen niet op een gevestigde roedel, maar op zwervende individuen. Die verjagen of eten in hun eentje echt niet alle reeën.
Naturalis, onbetwist instituut waar de biodiversiteit onderzocht en bewaard wordt, had vooraf nog zo gewaarschuwd. ‘Beleid zou moeten stoppen bij sentiment en beginnen bij wetenschappelijke kennis’, schreven twee vertegenwoordigers voorafgaand aan het ‘wolvendebat’ in een open brief aan de staatssecretaris (die in een interview de verdedigers van probleemwolf Bram ‘wereldvreemd’ had genoemd).
Die kennis kwam kortweg neer op vier punten: het (veelgevraagde) afschot van wolven leidt niet vanzelfsprekend tot minder veeschade, maar juist meer. Het probleem is ontbrekende preventie: 89 procent van de wolvenaanvallen in 2025 betrof schapen die niet afdoende beschermd waren door hun eigenaar. Afschot ontregelt bovendien de ecologisch gunstige effecten van de wolf: hij reguleert de stand van reeën en zwijnen, haalt zieke dieren uit de populaties en stimuleert juist bosverjonging en biodiversiteit.
Laatste feitje: een wolf die door een dorp loopt, is geen monster of ‘probleemwolf’, maar een nieuwsgierige puber op zoek naar leefruimte (en dat zal niet in het dorp zijn).
Tot zover de wetenschap. In de politieke arena afgelopen week aan flarden gescheurd door tandeloze leeuwen die enkel brulden. Mona Keijzer, zelfgedroomd moeder des vaderlands in 2029, noemde Naturalis spottend een ‘door de overheid gesubsidieerd instituut’ en daarmee verdacht. Bekijkt ze haar eigen loonstrookje weleens? ‘Het lijkt net alsof een rapport van de wetenschap bepaalt wat wij gaan doen. Als dat zo is, kunnen we hier stoppen en hoeven we ook niet meer te debatteren.’
Goed idee.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant