Home

Binnenvaartbaas houdt kanaal open, pakkenman moet klantenlijst aan Belastingdienst afstaan

is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.

Winnaar: Ad Koppejan, voorzitter Koninklijke Binnenvaart Nederland

Het was nogal een onheilstijding voor binnenvaartschippers vorige week: Rijkswaterstaat wilde het Amsterdam-Rijnkanaal elke nacht acht uur gaan sluiten wegens personeelstekort. De vaarweg, een van de drukst bevaren kanalen ter wereld, zou worden verboden voor grote schepen en het vervoer van gevaarlijke stoffen, met alle mogelijke gevolgen van dien, tot ver in de logistieke keten.

In deze rubriek beoordeelt de economieredactie personen uit het bedrijfsleven die de afgelopen week een succes boekten of tegenslag te verduren kregen.

Rijkswaterstaat, dat al kampt met afbrokkelende bruggen, verouderende viaducten en andere infrastructurele verwaarlozing, bleek vorige week ook nog eens te weinig verkeersbegeleiders op de post Wijk bij Duurstede te hebben om de vaart over het kanaal in goede banen te leiden. Het zou vooral onveilig gaan worden in de smalle bocht bij Utrecht, waarvan de verbreding – zuur genoeg – juist is stopgezet omdat Rijkswaterstaat er geen geld meer voor heeft. Dan maar niet varen was de oplossing, die nogal onverwacht kwam voor een probleem dat Rijkswaterstaat toch heeft moeten zien aankomen.

Afijn, dan moet je net Ad Koppejan van branchevereniging Koninklijke Binnenvaart Nederland hebben. De oud-CDA’er bereidde juridische stappen voor, maar bood ook een alternatief: langzamer varen en niet meer inhalen. Dan moeten de notoir eigenzinnige schippers wel meewerken, want ‘indien het vaargedrag daar aanleiding toe geeft, zal het besluit worden heroverwogen’, dreigt Rijkswaterstaat. Nu afwachten hoe dit beroep op gemeenschapszin en eigenbelang – heel erg CDA – in de praktijk uitpakt.

Verliezer: Martijn Lusink, baas van Ogér

Dat dure kleren ook goedkoop kunnen zijn, bleek de afgelopen weken uit de ruzie tussen de Belastingdienst en de parmantige herenkledingzaak Ogér, bekend van de maatpakken voor voetballers en het Koninklijk Huis. De fiscus verdenkt klanten van Ogér ervan dat ze dankzij een truc hun kostuums van de belasting aftrekken, terwijl dat helemaal niet mag.

Centraal staat een heuse Business Club die Ogér heeft opgetuigd. De leden kunnen daarin met elkaar ‘netwerken’, met hulp van onder meer snoepreisjes naar Napolitaanse kleermakers, maar kunnen ook tot 20.000 euro ‘shoptegoed’ storten in een virtueel potje achter de toonbank.

Dat eerste mag je zakelijk aftrekken, dat tweede niet: de fiscus schrijft voor dat werkkleding alleen mag worden afgetrokken als die uitsluitend voor werk bedoeld is, zoals een uniform of overall, en anders moet zijn voorzien van een logo van minimaal 70 vierkante centimeter. Dat hebben de maatpakken van Ogér meestal niet.

Afijn, de verdenking is dus dat die keurige veelverdieners hun fiscaal gesteunde lidmaatschap vooral gebruiken om kostuums aan te schaffen waarvoor ze gewoon het volle pond zouden moeten betalen. De Belastingdienst eiste daarom de complete ledenlijst en administratie van de Business Club op. Martijn Lusink, zoon van oprichter Oger en de huidige baas, verzette zich daartegen en noemde het een ‘fishing expedition’. Daar ging de rechter niet in mee, bleek woensdag.

De afgelopen jaren boekte het bedrijf steevast een paar miljoen euro winst. Nu kijken hoeveel het scheelt als mensen met geld zelf moeten gaan betalen voor hun overhemden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next