Home

Hoe de Amerikaanse politieke elite zichzelf na 9/11 fataal overschatte met de War on Terror, en zo het Trumpisme baarde

De opkomst van Donald Trump is moeilijk denkbaar zonder de fatale keten van gebeurtenissen die op 11 september 2001 in gang werd gezet. De aanslag luidde het begin in van een nieuwe wereldorde, waarin Trump groot kon worden en zijn paladijn Pete Hegseth de baas van het machtigste leger ter wereld.

is correspondent Duitsland van de Volkskrant. Hij woont in Berlijn.

Elke ochtend maakt de stafchef van Pete Hegseth, de Amerikaanse minister van Oorlog, een selectie van video’s waarin vermeende jihadi’s in Jemen, Somalië of Syrië aan flarden worden geschoten door Amerikaanse drones. De beste stuurt Hegseth door naar president Donald Trump, schrijven de journalisten Maggie Haberman en Jonathan Swan in hun recente boek Regime Change.

Het verhaal van Pete Hegseth laat in een notendop zien hoe de wereld zich heeft ontwikkeld na de aanslagen van 11 september, 25 geleden. Bij de aanslagen boorden twee gekaapte vliegtuigen zich in de torens van het World Trade Center in New York. Een derde toestel stortte neer op het Pentagon, dat toen nog het ministerie van Defensie heette. Bij deze terreurdaden kwamen in totaal 2.977 mensen om het leven.

Hegseth nam dienst in het leger, omdat zijn land werd aangevallen. Hij wilde meedoen aan de war on terror, de oorlog tegen de terroristen die Amerika zo hard hadden getroffen. In Afghanistan en Irak raakte hij echter volkomen gedesillusioneerd.

Dit artikel is het eerste in een serie over de aanslagen van 11 september 2001 en de levens die erdoor een andere wending namen.

De VS konden deze oorlog niet winnen, meende hij, omdat ze niet meedogenloos genoeg waren. Ze voerden een halfslachtige campagne, waarin ze tegelijkertijd probeerden een democratie op te bouwen in het Midden-Oosten, zich aan het internationaal recht te houden en de krijgsmacht diverser te maken. Tot overmaat van ramp zette het leger ook nog eens vrouwen in op het slagveld. De Amerikaanse strijdkrachten waren woke geworden, vond Hegseth.

Nu is Hegseth de baas over het machtigste leger ter wereld en geniet hij openlijk van de video’s van Zuid-Amerikaanse vissersbootjes die met bemanning en al worden vernietigd omdat zij wellicht drugs vervoeren. Misschien is Pete Hegseth wel de ultieme zoon van 11 september. De schok van de aanslagen en de mislukte oorlog tegen terreur zijn uitgemond in een darwinistische wereld, waarin het recht van de sterkste geldt en wreedheid openlijk wordt beleden.

Iedereen democraat

Natuurlijk loopt er geen rechte lijn van 11 september naar de regering van Donald Trump en het ministerschap van Hegseth. Daarvoor is de wereld te complex. Allerlei verschijnselen, zoals de roep om autoritair leiderschap, het verzet tegen culturele elites en de weerzin tegen immigratie, zijn een gevolg van langdurige processen die ook zonder 11 september aan de oppervlakte zouden zijn gekomen.

Toch is de opkomst van Trump moeilijk denkbaar zonder de fatale keten van gebeurtenissen die op 11 september 2001 werd ingezet. Geweld en polarisatie lijken inmiddels zo genormaliseerd dat al snel wordt vergeten hoe anders de wereld er op 10 september 2001 uitzag.

George W. Bush zat in het Witte Huis, met zijn hoofd nog in de opgewekte jaren negentig. De Sovjet-Unie was verslagen, de Verenigde Staten waren de enige overgebleven supermacht, de beroemde politicoloog Francis Fukuyama riep de liberale democratie uit tot universele ideologie. Zijn boodschap werd in het Westen gretig aanvaard. Vroeg of laat zou iedereen een liberale democraat worden.

Bush werkte aan de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die in december 2001 haar beslag zou krijgen. ‘Open grenzen, open handel, open geesten’, zei hij. Door integratie in de mondiale economie zou China een middenklasse krijgen die vrijheid zou eisen, waarna het land kon worden opgenomen in de gelukkige familie van liberale democratieën.

Wat ook vergeten lijkt: Bush werd destijds in Europa heel rechts gevonden, maar hij stond voor compassionate conservatism, een christelijk geïnspireerd ‘barmhartig conservatisme’ dat onder meer voorzag in subsidies voor de aankoop van huizen voor minderheden en meer buitenlandse hulp, bijvoorbeeld voor de bestrijding van aids in Afrika.

De barmhartigheid van Bush strekte zich zelfs uit tot immigratie. Gezinswaarden stoppen niet bij de Rio Grande, zei hij tijdens de presidentscampagne van 2000 – toen ook al tot groot ongenoegen van rechtse Republikeinen overigens.

De aanslagen van 11 september waren een enorme klap voor dit optimistische en universalistische mensbeeld. Osama bin Laden liet zien dat niet iedereen als het Westen wil worden. De Amerikanen reageerden door nog een schepje boven op hun universalisme te doen.

De destijds invloedrijke neoconservatieven, zoals plaatsvervangend minister van Defensie Paul Wolfowitz, zagen de VS als een exceptionele kracht voor het goede in de wereld. Als jullie geen liberale democraten willen worden, zeiden ze tegen radicale moslims in Irak en Afghanistan, dan zullen we jullie daar gewapenderhand toe dwingen. Uiteindelijk zou dat in het belang zijn van alle moslims, meende Condoleezza Rice, de Nationale Veiligheidsadviseur van Bush: ‘We verwerpen het neerbuigende idee dat vrijheid geen voedingsbodem kan vinden in het Midden-Oosten – of dat moslims het verlangen om vrij te zijn niet delen.’

Een gevaarlijke cocktail

De war on terror was een gevaarlijke cocktail van idealen, wraakzucht en politieke en strategische belangen. President Bush stelde de oorlog voor als een strijd tussen democratie en tirannie, maar werkte samen met dictaturen als Pakistan en Saoedi-Arabië om het terrorisme te bestrijden.

Bovendien probeerden de Amerikanen landen als Irak en Afghanistan op hardhandige wijze de democratie in te bombarderen. De oorlog tegen terreur kostte ongeveer 900 duizend mensen het leven, onder wie 363- tot 387 duizend burgers en ruim zevenduizend Amerikaanse militairen, zo schatte de Amerikaanse Brown University.

Desondanks werd de oorlog maar niet gewonnen. Dat bracht niet alleen Bush in diskrediet, maar het gehele establishment van de Republikeinse Partij, schrijft de conservatieve Amerikaanse historicus Matthew Continetti in The Right.

Binnen rechts Amerika groeide het verzet tegen het streven naar de democratisering van de wereld. Waarom moesten Amerikaanse jongens sterven in verre landen, terwijl Amerikaanse elites in eigen land de poort openzetten voor immigranten en tegelijkertijd de economie uitleverden aan China? ‘Beveilig de grenzen, stop het exporteren van banen en breng de troepen thuis’, zei de uiterst rechtse houwdegen Pat Buchanan al in 2006.

Bush wilde de wereld veranderen, zijn rechtsere tegenstanders wilden verhinderen dat de wereld Amerika veranderde. Bush wilde het zwaard hanteren om de wereld veiliger te maken, zijn tegenstanders wilden juist een schild tegen de wereld optrekken.

Trump bouwde voort op het verzet van de rechtse Republikeinen. Hij beloofde een einde te maken aan de forever wars. Ze werden als vernederend ervaren, omdat het machtige Amerika niet kon winnen van vijanden die veel Amerikanen, in de woorden van journalist Spencer Ackerman, als ‘praktisch subhumaan’ beschouwden.

De aanslagen van 11 september hadden niet alleen hun weerslag op het buitenlands beleid van de VS. Ook de Amerikaanse samenleving veranderde. In de jaren negentig daalde de verkoop van vuurwapens aan particulieren, na 11 september steeg die weer. ‘Ik woonde in de VS tot een paar weken voor de aanslagen en keerde vijf jaar later terug, naar een samenleving die meer paranoïde, xenofoob en martiaal was’, schreef columnist Edward Luce in de Financial Times.

Amerikanen begonnen hun land te zien als een belegerde vesting, waarin ‘niet-witte mensen werden gezien als plunderaars, zelfs veroveraars, uit een vijandige samenleving’, schrijft Ackerman in zijn boek Reign of Terror: How the 9/11 Era Destabilized America and Produced Trump. Op deze humuslaag van nationalisme en nativisme kon Trump groeien.

Een spoor van vernieling

Vanwege zijn verzet tegen de oorlogen in Irak en Afghanistan werd Trump door The New York Times-columnist Maureen Dowd een vredesduif genoemd. Dat is hij echter allerminst. Hij zet de militaire macht van de VS alleen op een heel andere manier in dan Bush. Trump ziet de wereld als een nulsomspel: de winst van de een is het verlies van de ander. En Amerika moet een zo groot mogelijk deel van de koek zien te bemachtigen, ten koste van anderen.

Als een maffiabaas probeert hij andere landen tot concessies te dwingen door ze onder druk te zetten. In zijn gereedschapskist zitten dreigementen, importheffingen en sancties, maar ook bombardementen en militaire acties. Hij wil geen eindeloze oorlogen met grondtroepen, maar snelle en rake klappen. ‘Maximale dodelijkheid, geen lauwe wettigheid’, zei zijn paladijn Pete Hegseth. ‘Gewelddadig effect, niet politiek correct.’

Trump laat zich slechts leiden door wat hij ziet als de Amerikaanse – en zijn eigen – belangen. Zo geloofde hij dat hij Iran snel op de knieën kon dwingen, waarna hij de geschiedenis in zou gaan als de man die de ayatollahs had verslagen, iets waarin zijn voorgangers in 47 jaar niet waren geslaagd.

De war on terror heeft een spoor van vernieling achtergelaten. Afghanen die hun hoop op het Westen hadden gevestigd, werden na twintig jaar plompverloren in de steek gelaten. De leugens waarmee de VS in de Veiligheidsraad de inval in Irak probeerden te verkopen, droegen bij aan de erosie van de internationale rechtsorde. De oorlog in Irak creëerde een vacuüm waarin Islamitische Staat opbloeide en zijn terrorisme naar Europa kon exporteren. De wanorde in het Midden-Oosten droeg bij aan de burgeroorlog in Syrië, een exodus van vluchtelingen en de groei van extreemrechts in Europa.

De terroristen van 11 september zijn dood. Ze hebben hun doelen niet bereikt: de VS zijn nog steeds aanwezig in het Midden-Oosten en steunden de genocidale campagne van Israël in Gaza. De politieke islam die Al Qaida voorstond is over zijn hoogtepunt heen, constateerde The New York Times onlangs.

Toch luidden de terroristen op die zonnige dinsdagochtend in New York het einde van een wereld in. De war on terror droeg bij tot de val van het Republikeinse establishment, mede door de schok van 11 september werd de reeds bestaande onderstroom van nationalisme, nativisme en vreemdelingenhaat steeds meer een bovenstroom.

Mede door 11 september verdween een stevige wereld van professionele en ervaren politici. Ze groeven hun eigen graf door de hoogmoedige gedachte dat zij landen als Irak of Afghanistan konden omvormen tot een democratie naar westers model. Het effende de weg voor geopolitieke amateurs als Donald Trump en Pete Hegseth, frivool, opportunistisch en nog meer gedreven door beeldvorming dan hun voorgangers.

Maar ook zij dreigen over hun hoogmoed te struikelen. Hegseth doet zich voor als de grote en meedogenloze krijger, maar volgens Amerikaanse media is de krijgsmacht stuurloos geworden door zijn zuivering onder generaals en topfunctionarissen.

Trump zelf post even kinderachtige als gewelddadige AI-filmpjes over bombardementen op Iran, terwijl hij geen idee meer heeft hoe hij deze oorlog moet winnen. Hij heeft de wereld altijd naar zijn hand gezet door de beeldvorming te manipuleren, schrijven Haberman en Swan.

Trump creëert zijn eigen werkelijkheid, waarna hij anderen dwingt zijn versie van de gebeurtenissen te onderschrijven. Zo wordt zijn nergens op gebaseerde bewering dat Joe Biden de verkiezingen van 2020 heeft ‘gestolen’ inmiddels door zo veel mensen geloofd dat ze in zekere zin waar is geworden. Deze aanpak heeft hem aan de top gebracht, maar in Iran voegt de wereld zich niet meer naar zijn leugens. Zelfs Donald Trump kan de VS niet naar de overwinning fantaseren.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next