Home

In veel steden verrijzen groene torens. Zijn die wel zo duurzaam als ze lijken?

Planten, struiken, of zelfs hele bomen op daken en balkons: voor sommige architecten kan het niet groen genoeg. Critici twijfelen aan het duurzame karakter van zulke torens. Op zoek naar antwoorden in Delft.

is wetenschapsjournalist. Hij schrijft voor de Volkskrant onder meer over duurzaamheid en ecologie.

‘Zie je? Het stikt er hier van.’ Tim Vermeend zakt door zijn hurken. Even lijkt een bij op zijn vinger plaats te nemen, maar al snel vervolgt het beestje zijn zoektocht. De nectar lonkt, hier tussen de plantjes op het dak van The Urban Woods, een fonkelnieuwe groene woontoren aan de rand van Delft.

Of nou, groen? Zo groen als op de renders – de computergegenereerde toekomstbeelden waarmee architecten hun ontwerpen presenteren – is het gebouw nog niet. De kersverse dakboompjes hebben nog wat tijd nodig om te aarden, zo is aan hun nog bescheiden kruinen af te zien.

Maar Vermeend, architect bij Urban Climate Architects en geestelijk vader van het gebouw, heeft er fiducie in. De toren zal een ‘brug vormen’ tussen de natuur in de Delftse Hout, het recreatiegebied aan de andere kant van de A13, en de stad. ‘Een paar uur na plaatsing hadden insecten de daktuin al gevonden.’

1 miljoen kilo extra CO2-uitstoot

Gebouwen vol bomen en planten zijn in zwang. Winy Maas, van het Rotterdamse architectenbureau MVRDV, ontwierp voor zijn Depot Boijmans van Beuningen een ‘dakbos’ en bedacht het markante groene wooncomplex de Valley op de Amsterdamse Zuidas. En in Utrecht verrees onlangs Stefano Boeri’s Wonderwoods, een 104 meter hoge woontoren die thuis biedt aan 280 bomen en 75 duizend planten.

Zij voorzien een toekomst vol groene torens. Natuur in de stad is namelijk gezond, biedt verkoeling en geeft de biodiversiteit een steuntje in de rug. Bovendien zijn mensen gelukkiger en productiever in een groene omgeving, blijkt uit een grote stapel onderzoeken. En: met begroeiing op gevels, daken en balkons kunnen ontwikkelaars naar hartelust de hoogte in blijven bouwen.

Maar op groene torens klinkt ook kritiek. De bomen en planten op Wonderwoods vergen 2.260 kubieke meter extra beton, met bijna 1 miljoen kilogram extra CO2-uitstoot tot gevolg, becijferde Daan Bruggink in een column in vakblad De Architect. Ook MVRDV toont zich bewust van die keerzijde, met Carbon Confessions, een zelfreflectieve tenstoonstelling over de eigen CO2-voetafdruk.

Toch is met een simpel CO2-sommetje niet te bepalen hoe duurzaam een gebouw is, stelt hoogleraar klimaatontwerp en duurzaamheid Andy van den Dobbelsteen (Technische Universiteit Delft). ‘Niet alleen CO2, maar ook factoren als hittestress, luchtkwaliteit en biodiversiteit spelen een rol.’

Samen met de Volkskrant neemt Van den Dobbelsteen een kijkje in een nieuwe groene toren in Delft, onder begeleiding van architect Tim Vermeend. Hoe duurzaam is zijn groene bouwwerk?

Vogeltjes, bijtjes, insecten en zonnepanelen

Bij aankomst valt de moderne kolos meteen op, zo afgestoken tegen de enigszins gedateerde rijtjeshuizen eromheen. Dat gevoel vertaalt zich ook naar de centrale hal: de hoge plafonds, het strakke interieur, en de sportschool in de kelder zouden niet misstaan in een trendy hotel. Verder springen de houten balken langs de muur in het oog.

‘Maandag trekken de eerste bewoners in’, vertelt Vermeend in de deuropening. De strook grond eromheen ligt nog braak. ‘Binnenkort is dat een tuin, compleet met bomen én laadplaatsen voor elektrische auto’s.’ De architect bemoeit zich op detailniveau met de laatste loodjes, blijkt wanneer een interieurbouwer met twee kranen in zijn hand op hem afloopt. ‘Je wil dat ik een keuze maak?’, zegt Vermeend, nog voordat de man zijn vraag heeft kunnen formuleren. ‘Zilver.’

In de daktuin, waar Vermeend het gezelschap per lift naartoe leidt, staan wél al bomen. Daaromheen liggen zonnepanelen, die ongeveer twee derde van het dak bestrijken. Minpuntje, zo blijkt na navraag van Van den Dobbelsteen: helemaal zelfvoorzienend is het gebouw niet. Op piekmomenten moet het elektriciteitsnet bijspringen om bewoners aan stroom te helpen.

Bomen in 3D-geprinte bakken

De vijf boompjes staan, vergezeld door plukjes bloeiende planten, in speciale 3D-geprinte kunststof bakken. ‘Worden de bomen te groot’, zegt Vermeend, ‘dan takelen we ze met bak en al naar beneden en vervangen we ze.’

Aan het begin van het ontwerpproces bracht een ecoloog in kaart welke dier- en plantensoorten in de omgeving huizen. ‘Daarna bepaalden we hoeveel vogeltjes, bijtjes en insecten we een thuis willen bieden, en dat namen we mee in het ontwerpproces’, aldus Vermeend. Indrukwekkend, vindt hoogleraar Van den Dobbelsteen. ‘Dit zou elke architect moeten doen.’

Op verdieping vijf is de ontwerpfilosofie eveneens zichtbaar. Ook daar staan jonge boompjes in 3D-geprinte bakken, deze keer met vogelhuisjes en vleermuisgleuven in de zijkant. Vermeend: ‘We zoeken ze uit op maat, grootte en soort, zodat de juiste vogel erin gaat zitten. Of dat lukt, moet nog blijken. We kijken wat goed gaat, en wat we bij toekomstige projecten moeten verbeteren.’ In totaal kent het gebouw 26 bomen, waarvan een groot deel op de balkons staat.

Draagbalk voor het raam

Dan de hamvraag: is er voor al dat groen extra CO2-uitstoot nodig? Hier niet, zegt Vermeend: voor de draagconstructie van zijn toren is geen grammetje beton gebruikt. ‘De hele constructie is van hout, zelfs de liftschacht en de gebouwkern.’

Uniek, claimt hij: zelfs de recentelijk in de prijzen gevallen woontoren Sawa in Rotterdam is dat niet gelukt. Keerzijde in Delft: in een paar appartementen blokkeert een diagonale draagbalk het uitzicht. ‘Maar ik vind het milieu belangrijker, dus ik omarm de houten esthetiek. Geniet er maar van.’

Qua uitstoot is houtbouw gunstig: omdat bomen CO2 opslaan is hout, mits in de juiste vorm verwerkt, zelfs CO2-negatief. Het enige nóg duurzamere alternatief is niet bouwen, maar renoveren. Van den Dobbelsteen: ‘Maar is nieuwbouw toch nodig, dan het liefst met zo veel mogelijk biobased materialen, zoals hier.’

Hoogte klassiek twistpunt

Een ander verschil met wolkenkrabbers als het Utrechtse Wonderwoods is de schaal. De kwalificatie toren kan Vermeends gebouw in Delft nog nét dragen: het telt een bescheiden tien verdiepingen.

Hoe hoog gebouwen moeten zijn, is voor architecten een klassiek twistpunt. Torens zijn anoniem, diens bewoners verliezen elkaar uit het oog, en de verbinding met de rest van de stad gaat verloren, betoogt de een. Hoogbouw is nou eenmaal nodig om niet nóg meer buitenruimte op te slokken, zegt de ander.

Vermeend bevindt zich ergens in het midden. Ja, torens kennen nadelen. ‘Maar vinexwijken zijn qua CO2-voetafdruk het slechtste wat er is. Meer buitenwijken betekent veel meer infrastructuur, zoals riolering, wegen en openbaar vervoer.’ Van den Dobbelsteen knikt instemmend: ‘Sterker: voor fatsoenlijk openbaar vervoer zijn wijken met vinexdichtheid ronduit ongeschikt.’

Kleine kanttekening

Volgens architect Vermeend bestaat de ideale stad uit gebouwen van zeven tot tien lagen. Met zo min mogelijk CO2-uitstoot, en met veel ruimte voor biodiversiteit – in, op en rondom het gebouw.

Bij dat laatste past volgens ecoloog Katharina Hecht wel een kleine kanttekening. Aan de Universiteit Utrecht ontwikkelt zij een digitaal platform, waarop ze samen met collega’s data verzamelt over de sociale en ecologische voordelen van duurzame gebouwontwerpen.

‘Hard wetenschappelijk bewijs dat groen op gebouwen de biodiversiteit ten goede komt is nog schaars’, stelt Hecht desgevraagd per telefoon. Andere voordelen, zoals de verkoeling die groen op gebouwen biedt, zijn volgens de ecoloog wel onomstotelijk bewezen.

Teruggrijpen op beton

Experimenten moedigt ze evenwel aan. ‘Om erachter te komen wat werkt en wat niet, moeten we wel dingen uitproberen en monitoren. En dan het liefst met zo divers mogelijke begroeiing, die past bij de lokale ecologische context.’

Wolkenkrabbers, zoals het 104 meter tellende Wonderwoods in Utrecht, kennen volgens de ecoloog extra uitdagingen. ‘Hoe hoger het gebouw, hoe minder diersoorten je kunt faciliteren. Veel insecten komen bijvoorbeeld niet boven een bepaalde hoogte.’

Nog een schaduwzijde van wolkenkrabbers, volgens Vermeend: boven de 60 meter wordt een volledig houten constructie lastig en moet men toch teruggrijpen op vervuilend beton. Zijn bescheiden, grotendeels houten toren is de gouden middenweg, vindt hij.

Van den Dobbelsteen onderschrijft dat. Toch vindt hij veel kritiek op groene torens overtrokken, zegt hij in The Treehouse, een van Vermeends appartementen die uitzicht bieden over de A13.

‘Bij 90 procent van alle huidige bouw speelt biodiversiteit en duurzaamheid amper een rol.’ Richt je hoon liever op dat soort architectuur, stelt de hoogleraar voor. ‘Dan worden ontwerpen zoals dit hopelijk de nieuwe norm.’

Nog voor het leggen van de eerste steen is het misschien al wel ’s lands meest controversiële groene gebouw: Shift Landmark, dat moet verrijzen aan de Maas in Rotterdam-Zuid.

Ondernemer en initiatiefnemer Don Ritzen schreef een prijsvraag uit voor dat ‘baken van duurzaamheid’, een plek voor tentoonstellingen en bijeenkomsten die consumenten tot duurzame keuzes moet drijven.

De elfkoppige jury verkoos MVRDV’s Rotterdam Rocks, een Disney-achtig gebouw in de vorm van een stapel bemoste en beplante rotsen, tot winnaar. Van meet af aan oogstte het ontwerp kritiek. ‘Een metaforische ruïne van het hele idee van architectuur’, zo beschreef Wouter Vanstiphout het initiële ontwerp in De Architect, nog voor het de ontwerpwedstrijd won.

Bovendien: hoe strookt zo’n gigantisch nieuwbouwproject met de – meermaals door MVRDV uitgesproken – voorkeur voor hergebruik?

Hoogleraar Van den Dobbelsteen is milder. ‘Zo'n groot project was extra leuk geweest als ze er oudbouw in hadden verwerkt. Nu het er komt, moet het maar zo groen mogelijk. En qua innovatief ontwerpen heb je dan aan MVRDV wel een goede.’

Een videogesprek met De Volkskrant over MVRDV’s groene ontwerpstrategieën zegde het bureau op het laatste moment af. Ook schriftelijke vragen bleven onbeantwoord. Wegens tijdgebrek, zo liet een woordvoerder van het bureau later weten.

Source: Volkskrant

Previous

Next