Home

‘Kunst kan ziekte niet genezen, maar kan wel helend werken’

Er zijn in de zorg momenten waarop medicijnen alleen een patiënt niet meer vooruithelpen. Dan kan kunst een uitkomst zijn, weet hoogleraar Tineke Abma. Muziek, dans, schilderijen hebben een helende werking en kunnen de zorgkosten omlaag brengen. ‘Kunstenaars zien de mens in plaats van de patiënt.’

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

‘Ik wil kunst in de zorg integreren om mensen een betere kwaliteit van leven te bieden, meer verbondenheid te laten ervaren en ze te helen.’ Aan ambitie en eigenzinnigheid heeft het Tineke Abma (61) nooit ontbroken.

De Friezin, als oudste dochter opgegroeid in een gereformeerd gezin met progressieve trekjes, volgt in de jaren tachtig een opleiding tot verpleegkundige, maar ziet zichzelf absoluut niet in een ziekenhuis functioneren. ‘Ik vond verpleegkundigen veel te tam. Ze waren de verlengde arm van de arts, daar had ik echt geen zin. Ik had allerlei opvattingen, dat bleek niet gewenst.’

Een switch naar de studie beleid en management in de gezondheidszorg leidt tot een promotieonderzoek. Ook dan ontmoet ze weerstand. ‘Ik was gefascineerd door een innovatieve, Amerikaanse benadering van onderzoek. De klassieke aanpak van beleidsevaluatie was experts laten beoordelen of doelen van het beleid wel of niet waren gehaald. Maar degenen voor wie het beleid was bedoeld kwamen daarbij niet in beeld. Ik was ervan overtuigd dat je hun ervaringen uit de praktijk erbij moest betrekken. Dat was destijds vloeken in de kerk, geen enkele bestuurskundige in Nederland deed dat.’

Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Een vergeefse zoektocht naar een promotor volgt, totdat zwaargewicht Roel in ’t Veld, hoogleraar bestuurskunde en voormalig Haags topambtenaar, bereid blijkt. ‘Hij geloofde in mijn vernieuwende aanpak. Ik ben hem nog altijd dankbaar.’

Haar drive om ervaringen van ‘gewone mensen’ in de wetenschap te laten meewegen, brengt ze in verband met de normen en waarden van haar jeugd. Haar grootouders waren ‘kleine luyden, behorend tot de hardwerkende middenstand, maar ook betrokken bij kerk en samenleving. Mijn opa had als adagium: ‘It wurk is bij de grûn.’ Dat heb ik altijd voor ogen gehouden. Het staat wat mij betreft voor: kijk niet neer op fysieke arbeid en geef aandacht aan mensen die het minder goed hebben. Dat is voor mij vanzelfsprekend.’

Haar focus ligt bij mensen met gezondheidsproblemen, fysiek of mentaal. Die wil ze tot steun zijn vanuit haar nieuwe rol als bijzonder hoogleraar zorg en kunst aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In juni hield ze haar oratie, dit najaar maakt ze een rondgang langs ‘kopstukken in de zorg’, onder wie toezichthouders en verzekeraars, om hen ervan te overtuigen dat kunst bij gezondheidszorg betrekken zowel heilzaam als kostenverlagend kan zijn. ‘Ik heb met die boodschap de wind mee, nu de crisis in de gezondheidszorg groot is.’

Hoe bent u op het idee gekomen kunst en gezondheidszorg met elkaar te verbinden?

‘Tijdens mijn promotieonderzoek kwam ik terecht in een psychiatrisch ziekenhuis dat stimuleerde patiënten weer aan het werk te gaan. De vraag die ik me stelde was hoe effectief hun programma’s daarvoor waren. Ik moest veel scepsis overwinnen voordat ik toestemming kreeg met de patiënten te mogen praten. Toen dat eenmaal zover was, zeiden ze bitter weinig. Ze zagen mijn vragen als een examen en gaven vooral sociaal wenselijke antwoorden of hielden hun mond dicht.

‘Toen besloot ik het over een andere boeg te gooien, letterlijk dicht bij de grond: ik ging met hun tuinprojecten meedoen. Zij aan zij werkten we in de ziekenhuistuin, waardoor gesprekken op gang kwamen en ik hun vertrouwen won. Ik liet hen vervolgens kunstfoto’s zien. Op een foto van een jongetje dat ineengedoken op een muurtje zat, gaf een patiënt bijvoorbeeld de reactie: ‘Precies zo voel ik me.’

‘De foto’s hielpen me tot hun diepere gevoelslagen door te dringen. ‘Je bent de eerste die me vraagt hoe ik me voel’, zei iemand, wat me hogelijk verbaasde voor een patiënt in een psychiatrisch ziekenhuis. Mijn verlangen was hen werkelijk te willen begrijpen. Dat stond haaks op het positivistische paradigma aan de universiteit dat draaide om zo veel mogelijk feitenkennis.’

Die ervaring met kunstfoto’s leerde u dat met kunst in de zorg iets te bereiken valt. In hoeverre stond u daarin alleen?

‘Je hebt in de psychiatrische zorg een lange traditie om creatieve therapie in te zetten voor het stellen van diagnoses. Een patiënt wordt bijvoorbeeld gevraagd een tekening te maken, met als doel zicht op diens gemoedstoestand te krijgen. Die traditie gaat terug tot voor de Tweede Wereldoorlog. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw kwamen er meer initiatieven op dit vlak, die vervolgens grotendeels werden wegbezuinigd. Maar in de afgelopen tien jaar zijn allerlei impactvolle initiatieven opgekomen, niet vanuit het beleid, maar spontaan. Een prachtig voorbeeld vind ik de Bedside Singers, een initiatief om a-capella te zingen bij het bed van stervenden. Inmiddels zijn er in Nederland wel driehonderd koortjes.

‘Over structuur en beleid is het denken vooral op gang gekomen door een omvangrijk rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2019. De slotsom daarvan was dat de gunstige effecten van kunst in de zorg onmiskenbaar zijn. Daarna heb ik onderzoeksgeld gekregen om me te verdiepen in kunstprojecten voor ouderen. Eén daarvan was van zorgorganisatie Cordaan, die vaak eenzame ouderen en autonome kunstenaars een-op-een met elkaar in contact bracht.’

Wat was het idee erachter?

‘Cordaan zag zijn ouderen worstelen met zingevingsvragen als: ‘Doe ik er nog wel toe? Is mijn leven de moeite waard geweest? Wat laat ik na?’ Hun zorgmedewerkers zijn niet opgeleid om met dat soort existentiële kwesties om te gaan. Bovendien kampte Cordaan met een tekort aan personeel. Toen is bedacht: waarom zetten we niet kunstenaars voor dit soort levensvragen in? Inmiddels maken ongeveer tachtig autonome kunstenaars deel uit van dit ambulante kunstteam.’

Welke inzichten leverden uw onderzoek op?

‘Ouderen die met kunstenaars aan de slag gaan en bijvoorbeeld tekeningen over hun leven maken, praten met hen over hun leven, niet over hun ziekten. Duidelijk werd ook dat er frictie is tussen de perspectieven van zorg en kunst. De zorgmedewerker heeft een beschermende, soms paternalistische houding. Hij kijkt naar behoeften en dat brengt hem vanzelf bij wat zijn cliënt niet meer kan. Terwijl de kunstenaar met een open blik meer naar de gehele mens kijkt en vooral ziet wat een oudere nog wel aan capaciteiten in huis heeft.’

Hoe krijg je mensen in de zorg enthousiast om kunst of kunstenaars bij hun werk te betrekken?

‘Vooral het vertellen van kleine verhalen helpt, mensen met een zorghart raken dan meestal vanzelf enthousiast. Een mooi voorbeeld is het werk van beeldend kunstenaar Nieke Koek, die op een pijnpoli een MeeMaak-atelier is begonnen. Aan de hand van het verhaal van de patiënt over diens pijn maakt ze een kleiwerk dat vervolgens op het bureau van de dokter belandt. Voor de arts is het goed diagnosticeren van pijn lastig: er zijn vragenlijsten, maar die bieden lang niet altijd goed zicht op het soort pijn. Herhaaldelijk heeft een kunstwerk van Koek tot een andere diagnose geleid.

‘Wetenschappelijk onderbouwd is het project van chirurg Hans Jeekel, die met zijn Rotterdamse team het Music as Medicine-project is begonnen. Hij vroeg zich af of het luisteren naar muziek voor en na een operatie zou kunnen leiden tot een sneller herstel van zijn patiënten. Aanvankelijk werd hij voor gek verklaard. Inmiddels hebben veel studies bewezen dat er positieve effecten zijn, vooral wanneer iemand naar zijn eigen favoriete muziek luistert. Als de patiënt muziek als rustgevend en betekenisvol ervaart, leidt dat tot minder pijn, minder medicijngebruik, een lagere kans op een delier en eerder ontslag uit het ziekenhuis. Met als bonus lagere zorgkosten, dat zou zorgverzekeraars en zorgbestuurders moeten aanspreken.’

De patiënt die naar muziek luistert is passief, kan hij ook een actieve rol vervullen?

‘Zeker, door te dansen bijvoorbeeld. Neuroloog Bas Bloem, een expert op het gebied van de ziekte van Parkinson, constateerde dat hij zijn patiënten niet veel meer te bieden had dan het toedienen van dopamine. Dus ging hij experimenteren en raakte hij onder de indruk van studies die ik met een team had gedaan naar de effecten van dansen. Dat leidt tot soepeler bewegen en zelfs beter spreken van Parkinson-patiënten. Het heeft ook stemmingsverbetering en een betere kwaliteit van leven tot gevolg, dus hij is een groot voorstander ervan geworden.’

U heeft het over ‘de kunst van het helen’ in uw oratie. Is kunst daartoe in staat?

‘Ja, kunst kan niet genezen, maar wel helen. In mijn oratie vertel ik over Floor, die op haar 21ste te horen krijgt dat zij door kanker ongeneeslijk ziek is. Daarna vindt ze houvast in allerlei kunstvormen, zoals schrijven en fotografie. Kunst biedt haar troost, maar ook levenskracht en hoop. Dat zie je terug in haar fotoproject met andere jonge vrouwen met kanker. Op de foto’s zie je vooral krachtige vrouwen die de regie over hun eigen leven terugnemen. In het ziekenhuis zijn ze overgeleverd aan anderen, hier bepalen ze: zo wil ik worden herinnerd. Wanneer Floor op in 2021 op haar 24ste overlijdt, is ze dankzij de kunsten geheeld.’

Ziekenhuizen zijn ook op productie gericht, tijd is er kostbaar. Wekt dat niet weerstanden op tegen uw pleidooi?

‘Zeker, het gaat altijd over geld. Gelukkig laten economische studies positieve ratio’s zien: voor iedere euro die hieraan wordt uitgegeven, komt 3 tot 4 euro terug. Maak je tijd hiervoor, dan neemt het welbevinden van mensen toe, komen ze tot rust en hebben ze juist minder zorg nodig. Helpend is het wanneer instellingen en artsen op hun eigen grenzen stuiten – dan ontstaat er openheid – denk aan neuroloog Bloem die in actie kwam uit frustratie over zijn behandelmogelijkheden of aan Cordaan dat met existentiële vragen van ouderen worstelde. Op de werkvloer in de zorg is er nog wel veel onbekendheid met de mogelijkheden. Ook leeft er scepsis bij sommige kunstenaars. Zij keren zich tegen het nuttigheidsdenken over kunst – ze willen niet dat lagere zorgkosten de reden zijn dat hun werk wordt gefinancierd. De weerstand tegen die koppeling begrijp ik goed.’

Heeft u het gevoel tegen de bierkaai te vechten?

‘Nee, absoluut niet, ik heb de wind juist enorm mee en ervaar veel steun. Bij mijn oratie in Rotterdam was de zaal afgeladen, dat had de decaan niet eerder meegemaakt. Voor dit najaar heb ik afspraken met sleutelfiguren uit de zorgwereld. Met hen wil ik een fonds van enkele miljoenen in het leven roepen waarmee we de financiering van dit soort activiteiten voor de komende tien jaar structureel veiligstellen.’

Hoe verklaart u die meewind?

‘Zorgbestuurders zien dat er van een grote crisis sprake is: het beroep op de zorg wordt steeds groter, omdat overconsumptie leidt tot obesitas met alle gezondheidsproblemen van dien. Daarnaast maakt onze maatschappij mensen mentaal ziek. Dus de zorgvraag neemt toe, terwijl het aantal zorgmedewerkers afneemt. Dat kan niet lang meer goed gaan, dat besef is er inmiddels wel bij de meeste bestuurders. Dus ontstaat er bereidheid naar andere oplossingen te kijken en innovatieve wegen in te slaan. Dat stemt me optimistisch over het integreren van kunst in de zorg.’

Boektip: Kunst als medicijn van Daisy Fancourt

‘Wie wil weten hoe kunst ons ook fysiek kan helpen, raad ik dit boek aan. Fancourt legt uit hoe creatieve activiteit doorwerkt op het brein, stress en pijn vermindert en het risico op dementie en eenzaamheid verkleint. Het legt ook uit hoe je kunst in je alledaagse bestaan kunt verweven.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next