Home

Studenten van het conservatorium in Den Haag openen het jaar met serenades voor stadsgenoten: ‘Joop, dit is voor jou’

Het Haagse conservatorium stuurt tweedejaars studenten in hun eerste lesweek de stad in om mensen te verrassen met serenades. Het doel: de studenten het instituut uitkrijgen, de maatschappij in. ‘Normaal streef ik naar perfectie, maar nu mag het leuk zijn.’

Het was even schrikken voor Maria Mercedes Bervacy (69) toen haar bovenbuurman Leon aanbelde en vertelde dat ze direct moest gaan kijken in haar tuin. Nu staat ze er, in haar plantenrijke tuin, en houdt Leon haar stevig vast. Samen kijken ze omhoog naar zijn balkon, waar drie conservatoriumstudenten – twee violisten en een zangeres – klaarstaan om Bervacy een klassieke serenade te brengen.

‘Want dat verdient ze, toch boys?’, zegt Leon, en hij kijkt achterom naar twee andere buurmannen die vanuit tuinstoelen meekijken. Wat volgt, is een jazzy ode aan Bervacy, vol verwijzingen naar Latijns-Amerika; haar wortels liggen in Mexico. Een Argentijnse tango en een gedicht van de Cubaanse dichter en onafhankelijkheidsstrijder José Martí over onvoorwaardelijke vriendelijkheid. Bervacy is, hoe kan het ook anders, tot tranen geroerd.

Op twintig locaties in het Haagse stadsdeel Segbroek brengen tweedejaarsstudenten van het Koninklijk Conservatorium deze donderdag zulke serenades aan buurtbewoners. Dat doen ze als onderdeel van een projectweek genaamd ‘Exploring New Playgrounds’, die het nieuwe lesjaar inluidt.

Doel van die week: studenten aanmoedigen het conservatorium te verlaten en te ontdekken waar ze nog meer van betekenis kunnen zijn. Het stadsdeel waar de studenten nu optreden, Segbroek, is haast een dwarsdoorsnede van de stad: het kent chique delen zoals het Regentessekwartier, maar beslaat ook multiculturele buurten als het Valkenboskwartier en kleine volkswijken zoals de Heesterbuurt.

‘Normaal redeneren musici vaak vanuit zichzelf’, zegt Isa Goldschmeding, die bij het conservatorium de projectweek coördineert. ‘Ze spelen de muziek die ze willen spelen, en hopen dan dat er mensen komen. Maar zo willen we de studenten laten zien dat je ook gericht iets voor anderen kunt gaan doen.’

Wijktheater De Regentes deed een oproep onder de inwoners om bijzondere buurtgenoten te nomineren. Van die aanmeldingen werden er twintig geselecteerd. Op maandag interviewden de studenten vrienden en kennissen van ‘hun’ genomineerde. Binnen drie dagen zetten ze vervolgens de persoonlijke serenade in elkaar.

‘Blij, maar ook verdrietig’

In een bescheiden wijkcentrum in de Heesterbuurt maken zes studenten zich klaar voor het slotstuk van een intensieve week. ‘We kennen elkaar pas sinds maandag’, vertelt de Griekse Katerina Chrysanthakopoulou (19). De zes doen dan ook totaal verschillende studies: Chrysanthakopoulou speelt fluit en studeert oude muziek, anderen studeren compositie of doen de muziekdocentenopleiding.

Hun serenade is voor Khadija Ayada (58), een vast en gewaardeerd gezicht in de vrouwengroep die in dit buurthuis wekelijks bijeenkomt. Ze is van Palestijnse origine, en vluchtte jaren geleden vanuit Libanon naar Nederland. ‘We wisten gelijk dat we iets met onze eigen verschillende achtergronden wilden doen’, zegt Chrysanthakopoulou. ‘Ook wij weten hoe het is om culturele verschillen te beleven en die te overbruggen.’

Wanneer Ayada even later met haar dochter het wijkcentrum instapt en de aanwezige bekenden en musici ziet, blijft ze even stil aan de zijkant staan. ‘Hallo allemaal’, zegt ze dan wat ingetogen, en gaat zitten.

Twee fluiten die vogelgeluiden nabootsen, openen de serenade. Er volgt Nederlandse, Portugese, Franse en Hongaarse traditionele muziek. In een tussenspel vertellen Ayada’s vriendinnen haar in stemopnames hoe bijzonder ze is en wensen ze haar beterschap; vijf jaar terug kreeg Ayada een kankerdiagnose. De serenade eindigt met een lied van de iconische Libanese zangeres Fairuz: het gedragen Nassam alayna el hawa, over verlangen naar thuis.

‘Ik was totaal verrast, ik dacht dat ik gewoon voor iemand ging vertalen’, zegt Ayada na afloop. ‘Ik voel alles. Ik ben blij, maar ook verdrietig.’

Met linzensoep, meegebracht door een vriendin van Ayada, reflecteren de studenten op het optreden. ‘Als ik optreed met Oude Muziek, dan streef ik naar perfectie’, zegt Chrysanthakopoulou. ‘Maar nu mocht het vooral gewoon leuk zijn en deden we het voor iemand. Dat voelt heel indrukwekkend.’

‘Joop, dit is voor jou’

Verstopt op een binnenplaats tussen vier huizenblokken ligt Breekpunt, een kleine tennisvereniging waar volgens beheerder Leo Cornelissen (58) ‘alle lagen van de bevolking’ trainen, en je ’s avonds op de banen ‘de roti en de stamppot’ van de omliggende huizen kunt ruiken.

Hier geen gedragen klassiek, maar een sfeer als op een braderie. Onder een partytent spelen vier studenten Stevie Wonder en andere soul en funk voor lid en vrijwilliger Joop Stadhouder (79). Stadhouder is volgens Cornelissen een ‘stille kracht’ binnen de club. Belangeloos trekt hij met een wagentje de lijnen op het veld, leegt de prullenbakken, voert taken die anderen laten liggen.

‘Joop, we hoorden dat je een geweldig persoon bent’, roept de saxofonist in het Engels het publiek toe. ‘We zijn zo blij hier te zijn, dit is voor jou.’

Stadhouder eindigt het optreden dansend met andere leden, achteraf neemt hij foto’s met de studenten. En ook al verloopt de communicatie met de studenten niet vlekkeloos (‘Dat moet in het Engels, en dat spreek ik niet perfect’), de boodschap lijkt aangekomen. ‘Geweldig. En dat terwijl ik alleen maar doe wat ik moet doen, het is geen last. Ik ga gewoon lekker mijn gang hier.’

Goldschmeding van het conservatorium slaat het tafereel van een afstand gade. ‘Tweedejaars studenten zijn doorgaans pas 19 of 20 en hebben vaak nog niet veel contact gehad met hun publiek’, zegt ze. ‘Deze week merken ze vast dat ze veel meer kunnen dan ze zelf denken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next