Home

We moeten in Europa leren om weer hoeders van het bos te worden, anders verbrandt alles

Een bos is bijzonder veerkrachtig, maar tegen de onnatuurlijke megabranden kan het niet zelf op.

is wetenschapsjournalist.

Ik kijk niet meer naar video’s van natuurbranden. Mijn hart kan het niet aan: de zee van rode vlammen, de zwartgeblakerde stammen, het verkoolde struikgewas. De krantenkoppen waren erg genoeg. ‘Europe burns’, las ik op vakantie. ‘The world on fire.’

Liever loop ik door het bos. Door de geruststelling van groen dat na elke winter terugkomt. De vastberadenheid van heide die na een apocalyptische zomer toch probeert te bloeien. De vreugde van weten dat onder mijn voeten een heel netwerk van schimmels en wortels groeit. De troost van een gestorven boom waar jonge boompjes op groeien. In het bos is de dood een nieuw begin.

De aarde verandert razendsnel door menselijke ingrepen en de klimaatverandering. Asha ten Broeke beschrijft elke maand waar dat pijn doet.

Dat geldt ook voor bosbranden. Of althans, voor de gewone, kleine versies, waarin het vuur brandt met een lage intensiteit. Het is het soort vuur, zoals Sterre Lindhout schreef in deze krant, dat de grond vruchtbaar maakt. ‘De vlammen zetten dood plantaardig materiaal om in mineraalrijke as en zorgden ervoor dat zonnestralen direct op de aarde konden schijnen, waardoor zaden sneller groeiden. En het land was een tijdlang beschut tegen de volgende brand, omdat het vuur alle droge plantenresten had opgegeten.’

Een bos is bijzonder veerkrachtig, stelt ecoloog Suzanne Simard vast in When The Forest Breathes. Na een bosbrand gedijen nieuwe soorten; de biodiversiteit neemt toe. Uit de as verrijst nieuw leven.

De meeste bosbranden van deze zomer waren niet van dit heilzame soort. De klimaatcrisis maakt Europa heter en droger. Veen verandert in turf, naaldbomen in brandhout. In die omstandigheden brandt het natuurvuur heter, langer en extremer.

De natuurlijke veerkracht van het bos is niet opgewassen tegen zo veel verwoesting. Zaden die normaal zorgen voor nieuwe groei verkolen in de vuurzee. De bodem krijgt geen vruchtbaar laagje as, maar wordt hard als beton. Wanneer er eindelijk regen komt, kan deze bosgrond geen water opnemen.

‘Het landschap voelt als een kerkhof’, schrijft Simard, na een megabrand in haar deel van Canada. ‘Geen vogel zingt, geen blad trilt in de bries. Grondeekhoorns, dassen en holenuilen waren ongetwijfeld een pijnlijke dood gestorven. De kreken stikten in het roet. Terwijl ik keek naar een nasmeulend bosje, voelde ik een zwaarheid in mijn borst, wetende dat een miljoen wilde stemmen het zwijgen was opgelegd.’

Megabranden zijn geen natuurverschijnsel. Naast de klimaatcrisis is de oorzaak vaak een gebrek aan biodiversiteit: te weinig loofbomen, die door hun bladeren veel meer water bevatten dan naaldbomen, wat brandvertragend werkt. Dat was ook het probleem bij Bordeaux: wat daar in de hens ging, was geen gezond bos, maar een plantage van zeedennen.

Wat ook niet helpt: de neiging om elk brandje meteen te blussen. Juist lichte bosbranden kunnen de kans op extreme vuurzeeën sterk verminderen, blijkt uit onderzoek met satellieten. Iets dat de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika allang wisten. Lindhout beschrijft hoe mensen van de Blackfoot First Nations al eeuwen aan ‘cultural burning’ doen; ze steken stukken land gecontroleerd in brand, om zo jong groen te laten opbloeien en de kans op ontembare megabranden kleiner te maken. Een gebruik dat door Europese kolonisatoren werd verboden, omdat ze het in hun racisme een primitief gebruik vonden en de bossen bovendien meer zagen als een wingewest dan als een magisch systeem waarin de dood nieuw leven baart.

Hun fouten hoeven niet de onze te zijn. Bossen kunnen zich herstellen, schrijft Simard, als we voor ze zorgen, met toewijding en respect. We moeten in Europa leren om weer hoeders van het land te worden, beschermers van de natuur, dienaars van het bos. Het is dat, of het vuur verslindt alles.

Source: Volkskrant

Previous

Next