Op haar 14de wordt Marianne van haar fiets getrokken door twee jongens. Het geweld dat daarop volgde, heeft ze haar hele leven verzwegen. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.
Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.
Marianne (63), ondernemer:
‘Ik was 14 jaar en fietste naar mijn tennistraining. De sportvelden lagen buiten het dorp waar we woonden, zoals vaak het geval is. Ik reed op mijn fietsje met mijn tennisracket op mijn rug en mijn donkerblauwe tennisrokje aan tussen de maisvelden door. Plotseling sprongen twee jongens achter een boom vandaan. Ze sleurden me van mijn fiets en sleepten mij het veld in. Op klaarlichte dag. Om de beurt hebben ze me verkracht. Eerst hield de ene me vast terwijl de ander bezig was, daarna wisselden ze. Ik stribbelde heel hard tegen, maar ik was kansloos. Ze hadden al een brommer dus ze moeten 16 jaar of ouder zijn geweest. Ze waren veel sterker dan ik. Toen ze klaar waren, lieten ze me achter in het maisveld en gingen ervandoor.
‘Ik heb mijn onderbroek weer aangedaan, mijn rokje naar beneden getrokken en ben weer op mijn fiets gestapt. Achteraf denk ik dat ik in shock was en amper besefte wat er was gebeurd. Ik was nog heel jong, ook jong voor mijn leeftijd. Ik was nog niet eens ongesteld geweest en had nog helemaal geen borsten. Ik wist natuurlijk wel dat wat er was gebeurd, niet klopte. Toen ik op de tennisbaan aankwam, heb ik het aan mijn trainer verteld. Welke woorden ik gebruikte, kan ik me niet meer herinneren, waarschijnlijk niet het woord ‘verkrachting’, want volgens mij kende ik dat niet eens. De trainer reageerde helemaal niet op mijn verhaal, wat voor mij een signaal was dat ik beter mijn mond kon houden.
‘Toen ik thuiskwam, heb ik het ook niet verteld, zelfs niet aan mijn moeder. Ik kom uit een arbeidersgezin; mijn vader was fabrieksarbeider. Ik heb drie oudere broers, dus het was een echt mannengezin. Mijn ouders hadden de oorlog meegemaakt en kampten met trauma’s. Ze behoorden tot de generatie die nergens over praatte en alleen maar bezig was met overleven. Er was veel gedoe bij ons thuis, veel ruzie, een druk gezin met die jongens. Het waren op zich lieve ouders, maar er was veel onvermogen en stress.
‘Ik worstelde met de vraag hoe erg het was wat ik had meegemaakt. Ik zat onder de blauwe plekken en ik heb lang last gehad van vaginale pijn. Maar ik wist niet eens of wat die jongens met mij hadden gedaan strafbaar was. Het kwam niet bij me op om aangifte te doen bij de politie. In die tijd werd de schuld vaak bij vrouwen neergelegd; had je maar niet zo’n kort rokje moeten aandoen. Ik heb me vaak afgevraagd: vind ík dit nou erg, of zou iemand anders het óók erg vinden? Ik veranderde van een naïef, vrolijk en creatief kind in een enorm rebelse puber.
‘Achteraf heb ik veel spijt dat ik het nooit aan iemand heb verteld. Het is een heel groot ding in mijn leven, een rode draad, en het heeft me absoluut gevormd. De eerste keer dat ik seks zou hebben, ging het helemaal niet. Ik was 16 en ik lag met mijn vriendje in een weiland, zo ging dat toen, want het moest er maar eens van komen. Voor hem was het de eerste keer, maar ik had er natuurlijk heel andere gevoelens bij. Het werd niks. Het is uitgegaan en we hebben het er nooit meer over gehad. Later kon ik wel van seks genieten, maar het blijft voor mij een beladen onderwerp. Ik geef erg snel mijn grenzen aan; je kunt mij nergens toe dwingen. Het heeft er ook toe geleid dat uitstrijkjes bij een gynaecoloog heel ingewikkeld voor me zijn. Maar niemand weet waarom.
‘Mijn man en ik zijn 34 jaar getrouwd en ik heb het hem nooit verteld. Hij komt ook uit een onveilig gezin, met veel geweld en gedoe. Wij vonden elkaar in die onveilige hechting en ingewikkelde achtergronden. Toen we elkaar net leerden kennen, was er veel aan de hand en ik had het zelf niet allemaal op een rijtje. Ik had het idee dat, als ik dit erbovenop zou gooien, het smeulende vuurtje een groot kampvuur zou worden. En op een gegeven moment was het station gepasseerd. Als ik het nu vertel, zou hij misschien denken: met wie ben ik nou al die jaren getrouwd?
‘De verkrachting is karakterbepalend geweest; ik ben super feministisch, autonoom en kan mijn grenzen goed aangeven. Dat is op zich niet negatief. Maar het heeft er niet toe geleid dat ik met deze ervaring van betekenis kan zijn voor een ander. Ik heb drie volwassen dochters, en misschien hadden ze er iets aan gehad als ik het ze had verteld.
‘Mijn jongste dochter is een jaar geleden slachtoffer geworden van een gewelddadige overval in Amsterdam. De daders hadden het voorzien op haar iPhone. Dat was voor haar een erg heftige gebeurtenis waarvoor ze traumatherapie heeft ondergaan. De gebeurtenis had ook een grote impact op ons gezin. Ik zag dat het haar erg hielp erover te praten, dat wij er voor haar waren en dat ze werd geholpen. Het triggerde mijn eigen trauma enorm, maar ik dacht: ik kan er nu niet mee aankomen. Daarmee zou ik haar ervaring wegnemen en de spotlights op mezelf richten.
‘Het boezemt me angst in dat het veel te groot wordt, als ik het alsnog aan mijn man of kinderen zou vertellen. Dat er een bom ontploft. Ik ben bang dat mijn dochters zullen zeggen dat ze het altijd wel gevoeld hebben. Of: nu weten we waarom je zo preuts bent. Of: nu weten we waarom je altijd zo fel bent op victim blaming.
‘Voor mijzelf is het niet iets waar ik nog dagelijks mee bezig ben, en mijn angst is dat door het te vertellen, het groter wordt dan ikzelf. En dat alles daar voortaan aan gerelateerd wordt en het een stok wordt om mij mee te slaan. Ik weet rationeel dat dat onzin is, maar toch heeft die kronkel zich in mijn hoofd genesteld. Het is een catch 22, want tegelijkertijd neem ik het mezelf ook kwalijk dat ik het niet heb verteld. Het was een kans geweest om mezelf te legitimeren.
‘Af en toe denk ik nog aan die jongens. Zij lopen er ook mee rond. Hoe leven zij door na zo’n gebeurtenis? Zij hebben het natuurlijk ook nooit aan iemand verteld en leven ook met een groot geheim. Het waren nog jongens, geen mannen, en vermoedelijk ook geen psychopaten. Ik was er destijds niet mee bezig, maar later dacht ik: wie weet wat ze nog meer hebben geflikt? Daar zit ook spijt. Door mijn mond te houden, zijn ze misschien niet gestopt. Dat scenario heb ik ook honderd keer doorleefd.
‘Ik heb familieopstellingen gedaan, maar dit verhaal breng ik daar niet in. Als zelfs mijn eigen man en kinderen het niet weten, ga ik het natuurlijk niet delen met mensen die ik helemaal niet ken. Het belemmert me, want deze gebeurtenis zal ik nooit meer goed kunnen verwerken. De grootste spijt is dat ik het niet meteen heb verteld. Dan zou ik verlost zijn geweest van het gevoel dat ik mijn hele leven een groot geheim meezeul. Nu is het verjaard, althans zo ervaar ik het.
‘Wat schieten mijn man en kinderen ermee op als ze het weten? We hebben een goed leven en een gelukkig, hecht gezin. Als ik het vertel, heb ik geen invloed op de consequenties en ik ben bang om de controle te verliezen. Ik heb mijn kans gehad, en die heb ik laten lopen. Misschien dat ik er over tien jaar anders over denk, maar de kans is groot dat ik het geheim meeneem in mijn graf.’
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Marianne gefingeerd. Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mail naar b.vanbeukering@gmail.com
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant