Kunstenaar Joseph Klibansky voelt zich connected met de mensen die ook connected, internationaal en succesvol zijn. Zijn sculpturen van levensgrote astronauten, pinokkio’s en gorilla’s staan bij de grootste artiesten. ‘Maluma appte me dat-ie mijn werk cool vindt. Boem. Dat hij een nieuw appartement in Miami heeft. Boem. En een van mijn pieces wil hebben. Boem!’
is verslaggever van Volkskrant Magazine.
Dat een drieënhalve meter hoge, goudkleurige orang-oetan met een micropenis een dominante rol vervult in de woonkamer van kunstenaar Joseph Klibansky (42) werd niet door iedereen in zijn gezin toegejuicht. Zijn vrouw, mode-influencer Victoria Waldau (28), moest er eerlijk gezegd om huilen, en niet een keer, maar maandenlang.
Staand aan het keukenblok van hun ‘Beverly Hills-villa’ in het Gooi wordt door beide echtelieden op giechelige wijze de komst van Birthday Suit, zoals zijn kunstwerk heet, geëvalueerd. Over de naakte aap in kwestie moet voor de volledigheid worden gezegd dat-ie een feesthoedje draagt, en voorzien is van een rolfluitje in de mond. De buik hangt klunzig naar voren, en in de rechterhand prijkt een mistroostig bosje rode rozen.
Joseph: ‘Vic, vertel maar gewoon wat er is gebeurd.’
Victoria: ‘Het was twee jaar geleden, ik was hoogzwanger van ons tweede dochtertje. Om te beginnen: ik ben niet zo’n megafan van goud. En dat vind ik zielig voor mijn lief. Want alles wat hij van zilver maakt, daar ben ik op slag verliefd op. Plotseling kwam hij met die aap binnen. Ik wist dat-ie zou komen, maar het was allemaal veel erger, toen-ie er stond.’
Joseph: ‘Ze heeft gehuild, gehuild, het stopte maar niet.’
Victoria: ‘Ik dacht telkens: Nee, het is niet waar!’
Joseph: ‘Lieverd, sorry, zei ik, dit is mijn levenswerk. Dit is mijn totem, een ode aan alles wat we hebben gedaan, en waardoor we zo comfortabel kunnen leven. En het enige dat jij kunt doen is huilen.’
Victoria: ‘Weg, weg, weg, dacht ik. Natuurlijk waren het de hormonen en nadat de baby was gekomen, werd het minder. Maar het blijft een groot brok goud.’
Joseph: ‘Vic, niemand heeft zoiets toch in huis? Het is echt vet.’
Victoria: ‘Laatst was hij met iets bezig, met zilver. Ik dacht: ‘O, als deze nou op de plek van die aap komt, dan ben ik blij.’ Maar goed, ik begin het wel leuker te vinden.’
Joseph: ‘Ik zag zoiets bij Swizz Beatz, een music producer en art collector. Die had een big piece van KAWS (de artiestennaam van Brian Donnelly, een Amerikaanse kunstenaar, red.) in zijn huis. Ik dacht: dat wil ik ook! Zo’n beeld is volstrekt onpraktisch, we hebben ons hele huis eromheen moeten bouwen, puur en alleen voor mijn gevoelsleven. Het is zo mega, dat ik hier kan zitten, en denken: ‘Wow, dit hoort niet, dit is echt extreem.’ Als je zoiets in huis hebt staan, heb je het echt gemaakt.’
Wat eraan voorafging: deze aap van 2.000 kilo stond eerder, in 2023, voor Hotel Montana in het mondaine skioord Lech Zürs am Arlberg. Klibansky had daar zijn redenen voor, zo viel in het meegestuurde persbericht te lezen: ‘De houding en uitdrukking van de orang-oetan dienen als een aangrijpende herinnering aan de leegte die gepaard kan gaan met oppervlakkige genoegens, zelfs te midden van feestelijkheden en feestgedruis.’
Een ander exemplaar was al in 2021 te vinden op het terras van restaurant The Galliard in Dubai, met als achtergrond het hoogste gebouw van de wereld, de Burj Khalifa. In de woestijnstad was overigens de penis wel bedekt met een door Klibansky in goud gespoten bronzen blaadje. Dit exemplaar werd gekocht door een kunstverzamelaar uit Dubai, die er voor zijn optrekje in Zwitserland nog eentje aanschafte, als extraatje.
De oerversie van de orang-oetan is echter een stuk kleiner en stamt uit 2019. Deze is voor altijd gelieerd aan Marcel Boekhoorn, wijd en zijd bekend zakenman, geldschieter van voetbalclub NEC en eigenaar van Ouwehands Dierenpark. Zijn kinderen hadden een opdracht voor Klibansky: maak iets verrassends voor vaders 60ste verjaardag, speciaal voor op zijn kantoor. Hij wist natuurlijk dat Boekhoorn zijn kantoor boven het gorillaverblijf in de dierentuin heeft, dus lag zijn keuze voor een primaat voor de hand. ‘Op internet vond ik een foto van een naakte babyaap, en die stond er een beetje lullig bij, alsof-ie de trein had gemist. Daar heb ik een fors volwassen exemplaar van gemaakt.’ Aangezien de entrepreneur graag luistert naar het nummer Een bossie rooie rozen van de zanger Alex, werd er een boeket in de hand van de aap geklemd.
Boekhoorn was dolblij met zijn geschenk van 1,30 meter hoog, zag Klibansky, en moest er enorm om lachen. ‘Iedereen die dit kunstwerk ziet, zegt natuurlijk: ‘Nou die dick is klein, hij zal het wel koud hebben.’ Daar gaan mensen natuurlijk grappen over maken tegen Boekhoorn. Maar ik denk: als je geen zelfspot hebt, dan heb je gewoon een kutleven. Je kijkt gewoon naar De Mens; uiteindelijk kom en ga je in je nakie. Het is een metafoor voor the show must go on, wat er ook gebeurt.’
Aan de hand van de internationale looplijnen van Birthday Suit – waarvan er in totaal 34 exemplaren bestaan, in drie maten – valt goed vast te stellen wat de reikwijdte is van Joseph Johan Klibansky en in welke bovenmodale categorie je zijn klandizie moet vinden.
Als kosmopolitische neo-pop kunstenaar die zich connected voelt met de mensen die ook connected, internationaal en succesvol zijn, zigzagt hij de wereld over. Voor zijn bewegingen over de aardkloot, zijnde zijn dagelijks leven, heeft hij een stopwoord: The Journey. Van Bakoe naar Shenzhen, Venetië, en Seoul naar Dubai en Miami, Londen, Zwolle en Beiroet gaan zijn uitgestrekte, glanzende, futuristische stadsgezichten en gepolijste sculpturen van levensgrote astronauten, pinokkio’s, beertjes, bambi’s, gorillakoppen en neukende schildpadden.
In Nederland is er geen kunstenaar, ‘in mijn nederige opinie’ (aldus Klibansky), die ‘op hetzelfde level’ opereert. Kijk ook maar naar de mensen met wie hij omgaat, met wie hij regelmatig chillt, zoals vechtsporters Rico Verhoeven en Jake Paul, dj Martin Garrix, rapper Usher, F1-coureurs Lando Norris en Max Verstappen, zanger Maluma of de Spaanse voetbalster Sergio Ramos. ‘Op het moment dat celebrity’s weten dat je iets hebt bereikt en je werk is echt cool en je kent andere celebrity’s, dan ben je sowieso een insider. Dan is het van: ‘Yo, jij hoort aan deze kant, jij hebt ook dat leven.’’
Contacten leggen betitelt hij als een verlengstuk van zijn karakter, een gevoel, ‘net als koken’. De connectie begint doorgaans middels een bericht via Instagram, zoals dus met Juan Luis Londoño Arias, beter bekend als ‘Maluma’, een Colombiaanse zanger met meer dan een miljard streams, en 63 miljoen volgers. ‘Hij dm-de me op een dag dat-ie mijn werk cool vindt. Boem. Dat hij een nieuw appartement in Miami heeft. Boem. En een van mijn pieces wil hebben. Boem!’
Oké, let’s connect, dacht Joseph Klibansky.
‘Dus ik naar Florida met mijn broer Louis. Naar een optreden. Naar zijn kleedkamer. Daarna eten en drinken, en worden we samen lam. Ja, dan hebben we binnen een dag dus een story samen. Dan komt dat piece in zijn appartement in de Porsche Tower in Miami. Dan doe ik de cover van zijn album. Boem. Maak ik een grote diamond necklace chain die Madonna dan weer draagt tijdens een optreden. Boem. Dan ben je helemaal connected. Dan gaat iedereen je vet vinden.’
Overigens was zijn vrouw Victoria niet de enige bij wie Birthday Suit gemengde gevoelens opriep. Het door hem geposte filmpje op Instagram van de plaatsing van het beeld in zijn Gooise optrekje ging ‘viral’, het werd miljoenen keer bekeken, all over the world. ‘Mensen werden helemaal gek! Al die haat, haat, haat. HOE. KUN. JE. ZO’N. NAAKT. IN. JE. HUIS. ZETTEN. Echt hilarisch. Aan de andere kant vonden mensen het geweldig, en die gingen ook helemaal los. Dat is natuurlijk leuk, dan heb je echt een discussie over je art.’
De gepeperde dialogen over zijn werk komen hem – by the way – niet onbekend voor. Hij is gewoon die gast waar mensen menen iets over te moeten zeggen, zegt hij, vooral in het vaderland dus. ‘Ik krijg uit het buitenland nou eenmaal meer support’, zegt hij.
Controversieel, commercieel, kitsch, zo valt op te tekenen in culturele kringen. In het BNNVara-programma BOOS stelden in 2023 anonieme ex-werknemers de werkomstandigheden en de angstcultuur in zijn atelier ter discussie, hetgeen hij pareerde als ‘onterechte aantijgingen’. Het had weinig effect op zijn nering.
Volgens Klibansky moet je het als volgt zien: als in je dorp opeens iemand een beroemde voetballer is geworden, dan kun je niet naar iemand kijken als een ster. Je kent hem als dat gassie van vroeger, lachend op de fiets. ‘En dan kan je wel in Canada, Azerbeidjan of Zuid-Korea worden toegejuicht als een held, hier is het dan van: o, dat is hij, whatever.’
Dan heb je dus ook, bijvoorbeeld onder prominente kunstkenners, voor- en tegenstanders. ‘Joseph is nogal uitgesproken, en dan krijg je ook uitgesproken reacties’, zegt Ralph Keuning, die in 2017 als directeur van museum De Fundatie in Zwolle een overzichtstentoonstelling organiseerde. Hij programmeerde Klibansky tegenover de Oost-Duitse staatskunstenaar Werner Tübke. Dit alles onder het mom van: zoek de verschillen, commercieel-kapitalistische glossy-achtige kunst versus marxistisch-leninistische, duistere werken. ‘Ik vind Joseph heel interessant’, zegt Keuning. ‘Het bedrijf als onderdeel van het kunstenaarsschap. De combinatie met commercie, media en communicatie. Ook die aanstekelijke arbeidsvreugde en dat hypergemotiveerde van die familie zelf. De tentoonstelling trok enorm veel jongeren. Natuurlijk was er kritiek, je hoeft niet alles mooi te vinden. Je moet de grenzen opzoeken in de moderne kunst. Er gebeurde tenminste wat door de Klibansky-experience.’
Aan de andere kant is daar Robbert Roos, directeur van Kunsthal Kade in Amersfoort. Die gebruikt de woorden ‘hol en leeg’ om Klibansky te duiden, en gaat de vergelijking aan ‘met nietszeggende hippe interieurs die je overal tegenkomt’. En: ‘Ibiza-style.’ ‘Zijn doelgroep zal het fantastisch vinden’, zegt Roos. ‘Maar ik vind dat hij de gimmick in de kunst grootschalig uitvent. Heel slim, kun je zeggen. Voor mij heeft het echter niets met kunst te maken.’
Je kunt Joseph Klibansky een business artist noemen, een hybride versie van kunstenaar en zakenman, net zoals de Amerikaanse kunstenaar Andy Warhol dat vroeger was, en Damien Hirst en Jeff Koons nu. Werken in een strakke, corporateachtige organisatievorm, als een commercieel geoliede kunstmachine, waarbij het in zijn geval bij elkaar komt in The Joseph Klibansky Art Holding. Met daaronder hangend verwante vennootschappen als The Joseph Klibansky Art Group, Masterpiece Art Production, Klibansky Internationaal en Rize Pop-Up.
Volstrekt afhankelijk opereren, daar is het om te doen, met moeder Immechien, vader Leon, broer Louis en schoonzus Susanna. Kortweg: The Family. Marketing, sociale media, gieterij, productie, IT, brand control, sales, human resource, kleding, communicatie – allemaal in familiehanden, bijgestaan door vijftien vaste medewerkers in hun ruim opgezette werkplaats annex galerie op een bedrijventerrein in Naarden.
Het zijn hemellichamen die draaien om die ene ster van de familie, Joseph, ook wel Joe geheten. En zo gaat het al twintig jaar, de autodidact, de selfmade artiest die zijn commerciële opleiding afkapte om miljonair te worden in de kunsten, en zijn bloedverwanten daarin meenam.
Vader Leon, voormalig reclamefotograaf, zegt het zo: ‘Een kunstenaar moet zijn werk verkopen, want zonder geld kun je niet creatief zijn. Je moet de kritiek negeren, want er is altijd kritiek. Wat hij doet is nieuw. De bal rolt, en pas later kunnen we zeggen waar zijn kunst voor staat. Het is echt niet door geld gemotiveerd. We hebben geld nodig om de kunst te maken, en dat is geen democratisch proces. Iemand moet weten wat hij wil doen. Ik kan van alles vinden, net als wij allemaal, maar Joseph bepaalt. En dat doet hij.’
Op een bedrijventerrein in Naarden zet Joseph Klibansky zich schrap om het oog van de wereld te vangen, om zo in de galerie des huizes zijn Superman-beeld te onthullen. Het is het resultaat van ‘een once in a lifetime collab’, een samenwerking met Warner Bros. en DC Comics, de intellectuele eigenaren van de superheld. Klibansky mag kunst maken met hun Superman.
De rode loper ligt uitgerold, deze voorjaarsdag in 2026. Klibansky stapt losjes uit zijn Ferrari Purosangue, te zien is het Hermès-oranje dat de autobekleding dicteert. Deze auto (waarde: 650.000 euro) noemt hij zijn jongensdroom. Als man van witte auto’s, zoals zijn vorige, de McLaren Spider, koos hij nu voor zwart, als zijnde heel erg ZWART, zelfs de velgen. Zwart is ook de toon van zijn kleding, en zijn haren en zijn snor en sik.
Aan alles is te zien dat The Journey klaar is voor een nieuwe chapter. Klibansky toont zich goedlachs, ad rem, en zo ready als je ready kunt zijn.
Maar dat was een paar dagen eerder wel anders. Toen opereerde hij op ‘de piek van de piek van de piek’, was gestrest, en vreesde dat het hele project zou worden afgeblazen. Je moet weten: hij is iemand van klik, klik, klik maar het Amerikaanse miljardenbedrijf ging niet mee in zijn tempo, ‘met al hun 88 lagen’. De kunst was goedgekeurd door de firma, alleen was er gedonder over filmpjes en foto’s voor sociale media die bovendien niet in het juiste interne systeem van Warner waren geüpload.
Who cares!
Ook was hij op een groot Superman-billboard gaan zitten langs de weg, en had op het daarvan gemaakte filmpje ‘holy shit’ gezegd. Weg ermee, zei Warner, er wordt hier niet gevloekt. ‘Ik vecht voor mijn artistieke vrijheid’, zegt hij, ‘zij voor hun business, brand en franchise. Dus mag ik Superman geen icon noemen, maar wel iconisch.’
Als hij de galerie binnenkomt, waar een kolossale witte Superman staat te shinen, ziet hij dat The Bare Hug ontbreekt, zijn trouwe metgezel, tevens handelsmerk: een beertje. Iedereen weet dat hij die dude van het beertje is, maar juist in de productie daarvan was enige vertraging opgetreden – ‘dat geloof je toch niet!’
De eerste gasten van dit vip-event – ook wel de Collectors Circle genoemd, vaste verzamelaars die een preview krijgen – komen binnen. De maanden hierna is de galerie opengesteld voor het publiek. Langzaam loopt het vol, er zijn bijna alleen maar mannen die met mannen binnenkomen.
‘Hé, echt sick man’, klinkt het. ‘Maar waar is je beertje?’
‘Hai guys, het kleine gouden beertje is er wel’, zegt Joseph. ‘Die ander in het wit komt eraan. Dat beertje is mijn maatje, die hoort erbij. Ik ben meer een Superman, cool en krachtig.’
Bij de onthulling van de Superman – ‘Onze gezamenlijke droom’ – houdt The Family elkaar stevig vast.
Bij de bar staat Rob, verzamelaar van het eerste uur, eigenaar van een schildersbedrijf in het Gooi. Op een woonbeurs in 2011 ontmoette hij Klibansky voor het eerst. Die had daar zijn werken uitgestald. Rob, die vindt dat zijn achternaam er niet toe doet, liet zijn oog vallen op High Flyers, een veelkleurig digital painting uit de serie New Urban Wonderland. ‘Het was me te prijzig, maar het bleef maar in mijn hoofd rondspoken. Dus heb ik ’m een keer gebeld, en zijn we eruit gekomen. En wat denk je? Hij kwam het schilderij zelf ophangen, samen met zijn moeder.’
Wat Rob zich ook herinnert van die eerste ontmoeting, is dat Klibansky hem voorspelde dat hij voornemens is ‘de grootse kunstenaar van allemaal te worden’. ‘Ik heb veel respect voor hem’, zegt Rob, die inmiddels negen werken in zijn bezit heeft. ‘Hij werkt hard en is supercommercieel. Ik doe nu al het schilderwerk bij hem en zijn familie. Hij doet zogezegd iets voor mij, en ik koop wat van hem. Of het kunst is of niet, dat weet ik niet, dat doet er niet toe. Joseph is echt een goeie gozer.’
Als kickbokser Rico Verhoeven de galerie binnenschrijdt in al zijn reusachtigheid, draaien alle hoofden een richting uit. ‘Rico is mijn beste maatje’, zegt Joseph. ‘We staan altijd voor elkaar klaar. Wat ik mooi vind aan hem is zijn onverslaanbaarheid. Dat positieve. Die benen. Die power.’
‘Al zijn kunst heeft een verhaal’, zegt Rico, staand voor de Superman. ‘Ik kocht als eerste zijn beeld van Pinokkio met vleugels, biddend op zijn knieën, omdat dat mij inspireerde. Pinokkio wil een engel worden, maar hij heeft een lange neus, want hij heeft gelogen. Iedereen maakt fouten, en wanneer ben je goed genoeg – zo zag ik het verhaal. Ja, daar ga ik dan over reflecteren, dankzij Joseph.’
‘Hé Rico’, had Joseph hem gezegd, toen hij aan Superman werkte, ‘ik moet de hele tijd aan jou denken. Die spieren. Die ogen. Jullie lijken op elkaar.’ ‘Ik was zo ontzettend trots om te horen’, zegt Verhoeven, die zes kunstwerken in zijn huis heeft. ‘Want weet je: ik zou wel Superman willen spelen in een film. Dat is mijn ambitie: acteur worden. En dit, dit werk van Joseph, is het voorteken dat mijn droom misschien wel uitkomt.’
Voor een vitrine staan Maurice van der Werf en zijn vriend, ze delen door de astronauten van Klibansky ‘gevoelens van grote lichtheid’. Dat ze hier in de galerie zijn, bij een moderne, levende kunstenaar, heeft hen bezield voor de inrichting van hun woonkamer. ‘Meer arty’, is het voornemen. Van der Werf is een voormalig student aan de kunstacademie die koos voor een bestaan als vormgever. De high end collectable van Superman, inclusief doos en handschoentjes (2.950 euro) gaat hij zeker kopen. Een relatief goedkoop werk dus, want bronzen beelden kosten doorgaans 75.000 euro, middelgroot 250.000 euro en de echt grote werken, zoals dus de Birthday Suit die Klibansky zelf in huis heeft staan, gaat voor een miljoen de deur uit.
‘Joseph had me al gewaarschuwd dat Superman eraan zat te komen’, zegt Van der Werf. ‘Je haat het zijn stijl, of je houdt ervan. Net als de banaan met ducttape van Maurizio Cattelan. Joseph geeft overal een eigen draai aan.’
***
Joseph Klibansky heeft mollen in de tuin, en als hij mollen in de tuin heeft dan is zijn gazon niet meer zijn happy space. ‘Dingen moeten netjes en geordend zijn’, zegt hij, terwijl hij narrig met de punt van zijn schoen de molshopen inspecteert.
De mollen lijken te komen buurten bij The Thinker, zijn onontkoombare, metershoge sculptuur van een denkende astronaut die twee jaar op het Rembrandtplein in Amsterdam stond, en nu als een waakhond boven de schutting van zijn Gooise villa uittorent.
Het zijn trouwens niet alleen de mollen die zijn tuin teisteren. Hij wantrouwt zijn automatische sproeisysteem met de naam Rain Bird, en de hovenier die in zijn afwezigheid de honneurs moest waarnemen. Tussen het hagelwitte grind van de oprijlaan tiert het onkruid welig. ‘Echt niet chill’, oordeelt hij, wijzend op zijn ‘verbrande matje’. ‘Hij belde me op toen ik op Ibiza zat: ‘Hé Joe, het is te nat, te zompig, je gras.’ Dus zei ik: ‘Gast, zet die Rain Bird dan uit, jij bent de expert.’ En wat gebeurde er? Hij zette hem niet meer aan!’
Als je zijn huidige gemoedstoestand moet typeren, is het ‘zoekende’, en dan wil je geen bende in je tuin. Het Superman-project wordt uitgerold, de vele bestellingen worden afgehandeld. Hij was de afgelopen maanden in Marbella, Ibiza, Saint-Tropez, Londen, op Mykonos en natuurlijk bij het titelgevecht van Rico Verhoeven tegen wereldkampioen zwaargewicht Oleksandr Usyk bij de piramiden van Gizeh. ‘Overal is content van te maken.’
In zijn inpandige atelier, beneden in het souterrain, liggen verf, materiaal en verse goudkleurige ‘paintings’ op elkaar gestapeld – want die kant gaat het nu op ‘in zijn mind’. ‘Ik moet mijn emoties en verhalen snel op een doek zetten, anders krop ik alles op. Er liggen alweer vijf ideeën voor nieuwe beelden. Ik wil meer tempo! Maar ik kan ook niet te hard gaan, anders raakt het systeem verstopt. Ik heb die onrust, dat chasen van excitement. Als artiest wil je gewoon jouw kindje geboren zien. Ik wil de adrenaline van een opening.’
In de hoek van zijn atelier wordt een autolift gefabriceerd die ervoor zorgt dat de Ferrari naar beneden, naar het atelier, wordt vervoerd. Dan heeft hij zijn auto lekker dichtbij, als hij aan het werk is.
Ook in progress: een plek in huis waar hij zich kan afzonderen, even los van de wereld. ‘Ik moet leren om tevreden te zijn, dat zeggen mijn ouders ook. En ik had het erover met mijn broer: hoe moet je een normaal family life combineren met een bestaan als hardcore artist?’
In vroegere tijden, zegt hij, gaven kunstenaars zich over aan rock-’n-roll en chaos. ‘Dus de inspiratie kwam vanzelf. Als je ’s morgen je kindjes aankleedt en naar school brengt, dan ben je een soort van te normaal om harde stuff te maken. Dan krijg je liflafjes. Maar ik ben heel blij met mijn vrouw en kindjes, dus dat wil ik ook niet verkloten.’
Laatst zei hij tegen zijn vrouw: ‘Luister Vic, ik kan met jou op de bank zitten en Temptation Island kijken, en dan gaan we om elf uur naar bed. Of ik ga 24 uur naar Ibiza of Mykonos. Bam. Bam. Bam.’ Dus ging hij met Martin Garrix en Lando Norris naar Ibiza, in de privéjet van de dj, die in club Ushuaia moest draaien. ‘Daar komen heel veel coole mensen, bekende voetballers, veel celebs. Mega-interessant! Dan kom ik thuis, en dan ben ik he-le-maal gebakken. Ja, daar komt toch de beste art van.’
Aan het keukenblok bereidt Victoria achter de laptop een meeting voor over haar modemerk Ilanée en Joseph maakt koffie. Goed te zien is de tuin, en de door Klibansky gehekelde molshopen.
Victoria zegt dat er qua intensiteit zeker overeenkomsten zijn tussen haar weerzin van goud (en: gouden apen), en zijn hang naar de ideale grasmat, in een strak geordende tuin.
‘Life is a movie’, zegt Joseph. ‘Er gebeurt zoveel in ons leven. En dan heb ik ook altijd chaos in mijn hoofd. Als alles blijft bewegen, moet ik ergens mijn rust kunnen vinden.’
En zo kan het gebeuren dat na een drukke dag in The Journey van Joseph Klibansky, als de kinderen eindelijk op bed liggen en de riante living room aan kant is , Victoria hem opeens ‘helemaal kwijt’ is.
Waar is-ie nou?
Victoria: ‘Opeens hoor ik dan buiten dat ding aangaan.’
Dan ziet ze hoe haar kunstenaar achter het stuurtje van de oranje Husqvarna-tuintractor is geklommen, en volkomen in zichzelf gekeerd, niet connected, het gras aan het maaien is.
Victoria: ‘Ja hoor, weet ik dan, hij is alles weer aan het verwerken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant