Home

Als Joes Brauers met zijn vader het Pieterpad loopt, komen de levensvragen vanzelf aan bod, zegt de acteur

Joes Brauers loopt het Pieterpad met zijn vader Jos en reflecteert op zijn leven als veelgevraagd acteur, inclusief de twijfels die daarbij horen. ‘Het is wel een gemene deler in ons gezin: we willen allemaal vriendelijk zijn. Daardoor gaan we soms ook moeilijke gesprekken uit de weg.’

schrijft voor de Volkskrant over theater en human interest

Joes en Jos Brauers doen op de stoep voor café Hegeman, in het Drentse dorpje Schoonloo, nog snel een warming-up voor de aanstaande wandeldag. Joes (26) tilt zijn knie op tot aan zijn borst en draait rap rondjes met zijn bungelende bergschoen. Hij kijkt grijnzend naar Jos (62), die langzaam door zijn heup zakt en een klein kreetje slaakt als hij aan zijn lies voelt. ‘Dit is geen show, dit is de pijn van gister’, grinnikt Joes.

Het is de derde dag op rij dat vader en zoon de rugzakken omdoen, als onderdeel van hun plan om samen het Pieterpad te lopen. Een jaar geleden begonnen de twee in Noord-Groningen, uiteindelijk zullen ze na 26 etappes thuiskomen in hun heuvelland – de geboortegrond van de twee trotse Limburgers. ‘Toen ik 60 werd, besloot ik dat ik graag voor mijn 65ste nog het Pieterpad wilde lopen’, zegt Jos. ‘Je bent inmiddels 62’, reageert Joes, ‘dus we moeten een beetje doorlopen.’

Dat ze na twee jaar pas in Drenthe zijn, is vooral te wijten aan het drukke schema van zoon Joes. De afgelopen jaren speelde de veelgevraagde acteur hoofdrollen in succesvolle films als Hardcore Never Dies (2023) en Do Not Hesitate (2021), reeg hij de televisieseries (Dirty Lines, De droom van de jeugd, De vuurwerkramp) aaneen en won hij in 2025 een Gouden Kalf voor zijn hoofdrol in de korte film Fuck-a-Fan. Door het filmfestival van Berlijn werd hij verkozen tot een van de tien grootste acteertalenten van Europa.

Halverwege oktober komt zijn nieuwe film Youri uit (regie: Sander Burger), waarin Brauers journalist Jan Brokken speelt, die in de jaren tachtig bevriend raakt met de uit Rusland gevluchte pianist Youri Egorov. Het scenario is gebaseerd op Brokkens roman In het huis van de dichter (2008), een verhaal over vriendschap, grote ambities én een gecompliceerde vader-zoonrelatie. Thema’s die ook deze wandeldag de revue zullen passeren.

Met 20 graden en een lucht vol langsdrijvende stapelwolken is het perfect wandelweer. Op het programma staat een tocht van 23 kilometer naar het dorpje Sleen, waar moeder Roos en hond Moortje ons opwachten. Nog even een korte check of het opnameapparaatje de zachte westenwind aankan. ‘Hallo, hallo, hallo, ik ben Jos. En we gaan vandaag lekker een tochtje maken. De zesde etappe van het Pieterpad. Daar gaan we!’

Aan weerszijden van de verslaggever lopen Jos en Joes Schoonloo uit, langs de N374. Beide mannen dragen een bescheiden dagrugzak en een wandelbroek, op hun hoofden een zonnebril en pet – op die van Jos prijkt de Limburgse vlag. Ook in de manier van lopen lijken ze op elkaar: de armen wiegen enthousiast mee langs het lichaam. Joes’ heupen nog iets soepeler dan die van zijn vader. ‘Goedemorgen!’, zeggen ze in koor tegen een passerende fietser. Joes met harde g, Jos met een zachte.

‘We volgen gewoon rood-wit’, zegt Joes even later. ‘Gisteren was er een punt waarop we even twijfelden, maar we zijn nog nooit fout gelopen. Het is leuk dat je bij lange stukken zonder bordje kunt vergeten dat je een route volgt. Dat het lijkt alsof je zelf toevallig de mooiste route hebt gekozen.’

Lopen jullie vaak zo lang langs een drukke provinciale weg?

Jos: ‘Dit is wel gek, ja. Hebben we iets gemist?’ Joes: ‘Zal ik even het boekje pakken?’ Hij leest voor: ‘Vanuit café Hegeman naar links, en dan rechtsaf de Brinkakkers in.’ Jos: ‘Oei, we hadden eerder moeten oversteken.’ Joes: ‘We zijn helemaal verkeerd gelopen. Nu is het 25 kilometer in totaal.’

Vinden jullie het spannend dat er een journalist meeloopt?

Joes: ‘Haha, dat we fout lopen, lijkt me daarvan het bewijs. Een intiemere of meer vanzelfsprekende band dan die met je ouders bestaat haast niet. Normaal gesproken praten wij ook Limburgs met elkaar. Ik ben me er nu heel bewust van dat we Nederlands praten.’

Jos: ‘Ik vind het niet zo spannend. We zijn wel wat gewend met Joes. Vanaf zijn 10de hadden we al met journalisten te maken.’

Joes is geboren in het Limburgse Bocholtz, tegen de Duitse grens, in hetzelfde huis waar ook zijn vader, buschauffeur van beroep, een aantal decennia eerder opgroeide. ‘Joes was een heel druk kind’, zegt Jos, als we het bos betreden. ‘Als we foto’s van vroeger terugkijken, dan staat hij op geen enkele normaal. Hij trok altijd gekke bekken.’

Op zijn 8ste maakte Joes zijn acteerdebuut in de musical Ciske de Rat. Zijn eerste hoofdrol volgde twee jaar later na de winst van het tv-programma Wie wordt Kruimeltje? ‘De aantrekkingskracht tot acteren was toen nog intuïtief’, zegt Joes. ‘Maar ik nam het wel meteen serieus. Op de basisschool mocht ik van de juf Sinterklaas spelen. Maar toen kwam ‘de echte’ Sinterklaas de klas in en zei ik doodleuk tegen hem: nee, ik ben Sinterklaas. Er volgde een korte discussie. Dat was achteraf misschien een beetje ongemakkelijk voor die man.’

Jos, steunden jullie vanaf het begin Joes’ ontkiemende acteercarrière?

Jos: ‘Het was in het begin vooral logistiek gezien een hele uitdaging. Roos en ik werkten allebei fulltime, en we hebben nog twee kinderen. Terugkijkend denken we vaak: hoe hebben we het allemaal gedaan?’

Leverde het ooit spanningen op in het gezin, dat Joes veel aandacht kreeg?

Jos: ‘We hebben een keer een grote fout gemaakt. Plien, het zusje van Joes, had een balletvoorstelling in de lokale harmoniezaal. Daar gingen we met het hele gezin naartoe met het idee: nu even de spotlight op Plien, en niet Joes. Maar Joes was al met Kruimeltje bezig, en iedereen in de zaal keek naar hem.’

Joes: ‘Toch denk ik niet dat Plien en Tijn het ooit moeilijk hebben gevonden, die indruk hebben ze nooit gegeven. Ik ben me er wel van bewust wat voor impact het had op het gezin, en dat jullie er eigenlijk door mij een baan bij kregen. De repetitietijden waren altijd ingericht op kinderen die in de Randstad woonden. Reken daar vanuit Zuid-Limburg maar vijf uur reistijd bij.’

Hoe was het om als Limburgs jongetje ineens in de Randstad te werken?

Joes: ‘Ik had al heel vroeg een Hollandse versie van mezelf gemaakt, een soort tweede identiteit.’

Jos: ‘Joes had zichzelf een Amsterdams accent aangemeten voor Ciske de Rat. Toen hij daarna auditie ging doen voor Kruimeltje, dat zich afspeelt in Rotterdam, zei de casting-director: leuk hoor, maar dat Amsterdamse accent moet hij wel afleren. Hij wist niet dat Joes eigenlijk plat dialect sprak.’

Jullie hadden het eerder in het gesprek over ‘die Hollanders’, was dat toch een beetje het sentiment?

Joes: ‘Het is geen rancune, maar het was wel al vroeg duidelijk: ik stap hún wereld binnen. Ik moest niet alleen een nieuwe taal leren. Hollanders zijn veel... is dreist een Nederlands woord?’

Jos: ‘Nee, dreist is Duits.’

Joes: ‘Mondiger, dat is wat ik bedoel. Limburgers zijn vaak wat meer weifelend. Ik wilde als kind ook niet dat mensen wisten dat ik uit Limburg kwam. Jij toch ook, pap? Jij hebt jezelf toen ook een harde g aangeleerd?’

Jos: ‘Ja, ik was bang dat ze zouden denken dat ik een boer ben.’

Vanuit een soort geïnternaliseerd minderwaardigheidscomplex?

Joes: ‘Ja, dat is na de sluiting van de mijnen blijven hangen.’

Jos: ‘Vroeger hielden de Limburgse mijnen Nederland warm. Wij waren heel belangrijk. Na de sluiting kwamen mijnwerkers, en de mijnstreek, in het verdomhoekje terecht. Daardoor is er altijd een enigszins wantrouwende houding blijven hangen jegens de Hollanders.’

Joes: ‘Onze trots werd ons afgenomen. We hadden niets meer. Maar ik denk dat we er langzaam overheen aan het komen zijn. De trots begint terug te keren. Onder de jeugd zie je dat bijvoorbeeld aan de populariteit van Instagram-accounts als Kirchroatropical, waarop mensen grappige filmpjes delen en daarin hun Zuid-Limburgse dialect ownen.’

De afgelopen jaren lijk je je steeds meer, ook met je rol in de lokale musical Dagboek van een Herdershond, op te werpen als pleitbezorger van Limburg.

Joes: ‘Dat gebeurt heel organisch, omdat Limburg me erg interesseert, steeds meer eigenlijk. Als kind was ik natuurlijk nieuwsgierig naar hoe het leven in Amsterdam zou zijn, maar nu ik daar woon, merk ik dat de verhalen uit Limburg me meer raken. Ik snap de specifieke humor van Limburgers, de bescheidenheid, de koppigheid, het landschap waarin je kunt verdwalen, de diepgewortelde invloed van de kerk. Ik kan nog steeds ontroerd raken als ik een processie zie. Ik begrijp ook hoe mensen met elkaar communiceren, hoe ze soms iets delen door iets niet te zeggen. Hoe ze om het onderwerp heen praten. Dat heeft iets moois en iets tragisch.’

Tijdens onze acht uur durende wandeling is Joes soms zoekende – naar de goede woorden, en of die wel het juiste communiceren. ‘Een peinzer’, noemt de acteur zichzelf, ‘meer een denker dan een doener.’ Niet zelden beginnen of eindigen zijn gedachten met een bedenkelijk ‘Ja, grappig’, gevolgd door een kalme stilte.

En dan, ineens: ‘Ik denk dat ik maak en speel om orde te scheppen in de chaos van het leven. Om mezelf, relaties, het voorbijgaan van de tijd en de wereld om me heen beter te begrijpen. Dat klinkt heel groot, maar het voelt voor mij juist vrij concreet. Ik ben veel bezig met vragen als: hoe gaan we om met het idee dat alles op een dag voorbijgaat? Dat je soms moet toegeven dat je iets niet kunt, terwijl je dacht dat je het wel kon? Wie zijn we als we de ideeën of de verwachtingen die we van het leven hadden, moeten loslaten? Ik speel graag personages die op een wankel moment moeten dealen met hun onvermogen.’

Zelf balanceert hij tussen zijn Limburgse en Hollandse identiteit, en ervaart hij het leven als een constante poging om zichzelf te worden. ‘Wat verdwijnt er tussen mijn vader en mij, in ons gesprek, nu we Nederlands praten, en geen dialect? Wat verandert er aan mij nu ik 90 procent van mijn leven een andere taal spreek, dan de taal waarmee ik ben opgegroeid? Ben ik dan niet meer mezelf, of minder mezelf? Sorry, misschien is het vaag. Ik heb soms de neiging om nogal uit te zoomen.’

Je hoeft geen sorry te zeggen.

‘Laatst moest ik een week lang overdag draaien en ’s avonds spelen. Ik was aan het einde van die week zo moe, waardoor ik zondagochtend heel emotioneel was. Ik miste opeens mijn oma die twintig jaar geleden is overleden. Ik was 8, ik heb haar denk ik maar zeventig keer gezien. Toch kan ik op zo’n moment om haar huilen. Alle mensen die je kent, worden uiteindelijk herinneringen. Dat soort dingen denk en voel ik dan.’

Rond het middaguur, als Jos en Joes bij een picknickbank hun tassen afdoen, zijn de ruggen al flink bezweet. Terwijl de rozijnenbollen met boter op tafel komen, trekt Joes een schoen uit. Hij heeft een blaartje tussen zijn twee kleinste tenen. ‘Doe dit er maar tussen’, zegt Jos, terwijl hij wat wandelwol aan zijn zoon geeft. ‘We hebben pas 8 kilometer gelopen’, concludeert Jos. ‘Misschien moeten we zo een beetje accelereren.’

Als we het smalle zandpad vervolgen, gaat het gesprek over Joes’ tijd op de Toneelacademie in Maastricht, waar hij als 17-jarige begon. ‘Ik had het in het begin lastig daar. Ik was de jongste van mijn klas, en ik was mijn leeftijd nogal aan het compenseren. Toen kreeg ik dat eerste jaar ook nog last van acne, dat hielp niet.’

Hoe zag dat compenseren eruit?

Joes: ‘Ik kocht een grote bontjas en een hoed. Ik begon met roken. Ik deed wat anderen ook deden om erbij te horen. Ik vond de toneelacademie in het begin ook verwarrend omdat ik dacht dat je, om acteur te worden, getormenteerd moest zijn. Veel toneelstukken die we behandelden gingen over mensen die het leven niet aankunnen, of over mensen in oedipus-achtige driehoeksverhoudingen. Hel en verdoemenis.

‘Ik was best gelukkig, had net de havo afgerond en had als grootste zorg mijn acne. Ik had nog niets meegemaakt, dat voelde als een probleem. Ik heb in mijn leven best vaak geprobeerd iemand anders te zijn. Iemand die ouder is, iemand die ABN spreekt, iemand die langer of sterker is, iemand die meer extravert is of meer branie heeft. Daarvan dacht ik: dat gaat me helpen in het leven. Nu voel ik: misschien hoeft dat niet, en ben ik goed zoals ik ben.’

Je hebt volgens mij best wel het imago van de ideale schoonzoon.

Joes: ‘Haha, ja? Ja, dat zou kunnen, dat mensen denken dat er geen smetje op zit.’

Jos: ‘Ik denk dat je dat stempel een beetje hebt gekregen bij De Slimste Mens (Brauers won de quiz in 2024, red.).’

Joes: ‘Ik denk ook wel dat ik zachtaardig ben. Maar ik wil dat ook graag zijn. Ik wil niemand tot last zijn. Dat komt misschien ook voort uit zo vroeg al een carrière hebben. Ik was natuurlijk dat drukke kind dat op zijn 8ste dacht: oké, ik ga dit doen. Ik ga me aanpassen, ik ga professioneel zijn, ik ga me concentreren. Ik heb inmiddels geleerd dat er soms ook conflict nodig is, dat je soms gewoon chagrijnig mag zijn.’

Jos: ‘Zonder wrijving geen glans, toch?’

Joes: ‘Inderdaad. Het is wel een gemene deler in ons gezin: we willen allemaal graag vriendelijk zijn. Maar daardoor gaan we soms ook moeilijke gesprekken uit de weg.’

Jos: ‘Discussies, over politiek, of het milieu.’

Joes: ‘Maar ook over emotionele zaken.’

Jos: ‘Dan zeggen we al snel: oké jongens, stop maar, hier komen we niet uit.’

Joes: ‘Ieder zijn gelijk. Laten we het fijn houden.’

Jos: ‘Ik kan niet zo goed tegen discussies met stemverheffing.’

En als er nou echt iets uit moet?

Jos: ‘Dan voel ik me daar helemaal niet prettig bij.’

Joes: ‘Dat is een zoektocht. We hebben thuis een labrador, en we zijn zelf ook allemaal een beetje een labrador. We willen te allen tijde de boel bij elkaar houden. Nu ik erover nadenk, zijn dat ook de rollen die ik mooi vind om te spelen: mensen die de boel tegen heug en meug bij elkaar proberen te houden. Tegelijkertijd bewonder ik mensen die alles recht voor z’n raap kunnen zeggen en ruimte durven innemen. Mensen die durven zeggen: dit vind ik, en daar sta ik voor.’

Voor diepgewortelde overtuigingen over maatschappelijke onderwerpen noemt hij zichzelf een ‘te grote twijfelaar’. Hij vindt het prettig om niet star te zijn in zijn opvattingen, en wil ook niet te snel oordelen over de zienswijze van anderen. ‘Mijn zusje studeert rechten, mijn broer zit in het leger, mijn vader is buschauffeur en mijn moeder werkt in de ouderenzorg. We kijken dus allemaal door een ander raam naar de wereld. Ik vind het fijn dat we door elkaar kunnen bijleren. Door die verschillende perspectieven ga je genuanceerder denken over onderwerpen.

‘Het gekke aan een gezin is ook: op een dag word je iets. Rechter, of onderofficier, of acteur. Maar dat bén je natuurlijk ook niet. Uiteindelijk ben je, als je samen bent, ook gewoon nog steeds die drie kids op de achterbank naar Oostenrijk. Met die liefde blijven we elkaar zien.’

Jos: ‘Ook al was die achterbank niet altijd even harmonieus.’

Gaat praten over moeilijke onderwerpen beter als jullie samen wandelen?

Joes: ‘Ik kan met mijn vader goed delen waar ik tegenaan loop. Ik heb lang en veel gewerkt, en ik merk dat ik het lastig vind om ritme te vinden in mijn leven. Ook in de relatie met mijn vriendin. Dan heb ik het met mijn vader over hoe het leven in te richten, hoe ik mezelf moet organiseren.’

En jij geeft dan tips, Jos?

Jos: ‘Dat valt wel mee. Hij is 26, en ik 62. Alles is zo anders dan toen ik zo jong was. Tips klinkt wat dwingend.’

Joes: ‘Hij luistert vooral. Het is pas iets van de laatste jaren dat ik mijn ouders bel als ik ergens mee zit.’

Jos: ‘Dan belt-ie om half 12 ’s avonds vanaf het pontje over het IJ terwijl Roos en ik al in bed liggen, en hangen we nog tot half twee aan de telefoon. Dat vind ik altijd leuk.’

Joes woont na twaalf verschillende huizen in Amsterdam nu samen met zijn vriendin en collega-actrice Julia Akkermans (35) in Amsterdam-Noord. In Youri spelen ze voor het eerst een stel. Akkermans’ roots liggen in de nabijgelegen Voerstreek, vlak over de Limburgse grens, en het koppel is voornemens om op termijn samen terug te verhuizen naar hun geboortestreek.

‘Ik wil ook graag terug om als regisseur de verhalen van de streek te vertellen’, zegt Joes, als we een open stuk hei bereiken en plaatsnemen op een bankje. Uit de tas van Jos verschijnt een tube Voltaren voor de zere knie van de verslaggever. Jos eet een appeltje en Joes loopt rond om foto’s te maken met zijn analoge camera.

‘Vroeger was ik erg gefocust op spelen, spelen, spelen, maar inmiddels probeer ik de focus te verleggen naar zelf verhalen bedenken’, zegt Joes enthousiast. ‘Om die te verwezenlijken moet ik me nog flink ontwikkelen als schrijver en regisseur, maar het is een stip op de horizon waarmee ik recht wil doen aan mijn binnenwereld.’

Hoewel hij is opgegroeid in het theater, ligt het zwaartepunt van Joes’ carrière nu bij de film. Een medium dat hem als acteur goed past: met zijn diepblauwe ogen kan hij zeer precies zijn gevoelswereld communiceren en de licht samengeknepen trek rond zijn mond geeft een permanente spanning. Hij is ontwapenend en ongrijpbaar tegelijk. ‘Film is voor mij een stuk comfortabeler dan theater’, zegt Joes, als iedereen een slok water heeft genomen en we de laatste 5 kilometer aanvangen. ‘Ik hoef niet te veel over het voetlicht te brengen, de mensen komen wel naar mij.’

Is dat in het echte leven ook zo?

‘Ik kan het soms lastig vinden om zelf op iemand af te stappen en contact te leggen. Mijn opvatting was altijd: vriendschappen komen vanzelf, of niet. Inmiddels weet ik dat het gewoon vet is om naar elkaar uit te spreken hoe leuk je elkaar vindt.

‘Op de toneelschool krijg je ingeprent dat kunst en theater het allerbelangrijkste is, en als je daar niet alles voor opgeeft, dan haal je het niet. Ik heb zodoende weinig jeugdvrienden overgehouden. Het lijkt misschien alsof ik alleen maar een zachte, verlegen jongen ben, maar als het over werk gaat, zit er een enorme strengheid in mij, waarbij ik totale overgave van mezelf verlang.’

Juist in de periodes waarin Brauers even geen werk heeft, zijn leven niet wordt gedicteerd door draaidagen, repetities of premières, is hij zoekende. ‘Ik weet dan gewoon niet wat ik met mijn dag aan moet. Soms mis ik een vanzelfsprekend, natuurlijk ritme, zoals je vroeger had als kind.’

Hij schopt een dennenappel weg. ‘Ik vind dit fijn, wandelen met mijn vader. Het is niet competitief of resultaatgericht. We lopen gewoon, tot we er zijn. In de stad vind ik dat moeilijk. Dan wil ik meteen naar het volgende, want de rest is ook al met het volgende bezig – of dat lijkt zo. Dan vind ik dat ik bezig moet zijn met schrijven, of nieuwe plannen maken voor films. Als er even geen werk is, kan ik me echt een cliché voelen van iemand die de hele dag koffie drinkt – met z’n grote ambities.’

Terwijl het zo goed gaat met je carrière. Het is bijzonder hoe acteurs zichzelf zo gek kunnen maken, toch?

‘Haha, ja, dat is misschien wel de goede samenvatting. Als er even niks is, leidt dat meteen tot een existentiële crisis. Het zou goed zijn om wat vaker dingen te doen zonder doel. Ik sport wel, maar dat is ook meer gericht op resultaat. Het is raar dat doelloos aanklooien zo moeilijk kan zijn, terwijl ik het wel zou willen.’

Waarom lukt dat dan niet?

Joes is even stil. ‘Wat denk jij, pap?’

Jos: ‘Als kind moest je stoppen met voetballen, omdat je ging acteren. Bij veel kinderen liep hun hobby gewoon door, en die zitten nu nog steeds in clubjes en vriendengroepen. Jij werd al vroeg volwassen. Maar als je je daar niet ongelukkig bij voelt, dan is er geen probleem.’

En, voel je je daar niet ongelukkig bij?

Joes: ‘Over het algemeen ben ik heel blij met wat ik kan en mag doen. Maar ik kan wel denken: ik moet zorgen dat ik ook een leven om het spelen heen bouw. Iets dat doorgaat en continuïteit biedt.’

Vind je dat bij Julia?

Joes: ‘Jawel. Maar Julia kan dat veel beter dan ik. Die gaat naar celloles, en leert Spaans. Dan denk ik weleens: wat moet ik nou? Zij heeft die rust veel meer dan ik, en misschien ook meer discipline voor dingen die niet meteen resultaat geven. Dat bewonder ik aan haar.’

Denk je weleens na over jezelf als vader?

Joes: ‘Daar fantaseer ik soms over. Dan denk ik aan de cd’s uit mijn jeugd: Herman van Veen, Annie M. G. Schmidt en hoe ik die weer voor het eerst zou luisteren met mijn kinderen. Een kind volwassen zien worden, dat lijkt me waanzinnig. Kinderen krijgen werkt ook relativerend, toch? Dat al het andere er minder toe gaat doen. En over continuïteit gesproken: een kind blijft als het goed is voor altijd bij je. Het lijkt me echt geweldig.’ Hij kijkt met een schuin oog naar zijn vader. Jos: ‘Mij ook.’

En dan, opeens, zijn we er. ‘Hadden we nu maar een slee om Sleen binnen te sleeën’, grapt Jos, wanneer we het dorpje met de hoogste kerktoren van Drenthe binnenwandelen. Jos en Joes bellen met moeder Roos, in het lokale Bocholtze dialect Ripuarisch.

Jos: ‘Hey! V’r junt noe Sleen binne. Zieste ós al?’
Roos: ‘Nea, nog nit. Ich zits op ’t bänksje vuur de kirch.’
Joes: ‘Bisse dao al d’r jantze daag, mam?’
Roos: ‘Nea, ich bin in Coevorden gewea en han noe hei lecker op ’t terras gezease.’
Jos: ‘Vuur hant zwei bonuskilometere jeloofe. Dae jong vaan de Volkskrant vroaget of v’r al ins verkiët jeloofe woare. Nog noeëts, zaate viër. Nou, meteen d’r mist in!’
Roos: ‘Hahaha, nou, iech zien uuch zoeë waal versjienge.’
Joes: ‘Tot zoeë!’

4 augustus 1999 Geboren in Bocholtz.
2008-2009 Musical Ciske de Rat.
2010 Winnaar tv-talentenjacht Wie wordt Kruimeltje?
2010-2012 Hoofdrol in musical Kruimeltje.
2014 Speciale Juryprijs Gouden Kalf voor Oorlogsgeheimen.
2016 Hoofdrol in film Kappen!
2016-2020 Toneelacademie Maastricht.
2021 Bijrol in De Oost.
2021 Hoofdrol in film Do Not Hesitate.
2022 Serie Dirty Lines.
2022 Hoofdrol in musical Dagboek van een herdershond.
2023 Hoofdrol in film Hardcore Never Dies.
2024 Winst tv-programma De Slimste Mens.
2025 Hoofdrol in serie De vuurwerkramp.
2025 Film Een vrouw als Monique, Gouden Kalf voor hoofdrol in korte film Fuck-a-Fan.
2026 Musical Spinoza in Amsterdamse Bos.
2026 Hoofdrol in film Youri.

Joes Brauers woont met zijn vriendin, actrice Julia Akkermans, in Amsterdam.

Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next