De dagen van de daler zijn geteld.
Rini Wagtmans was een wielrenner, maar je moet zelf ook al bijna oud zijn om je zijn avonturen op de fiets te herinneren. Het waren de jaren waarin Touretappes nog niet integraal werden uitgezonden, de dagen dat je het nog moest doen met je verbeelding.
Rini Wagtmans kwam uit Sint Willebrord, in het zuidwesten van Noord-Brabant. Hij behoorde tot het kwartet geletruidragers uit dat dorp. Wim van Est, de eerste, was zijn held; Wout Wagtmans, de tweede, zijn oom. In 1970, het jaar van zíjn gele trui, eindigde hij als vijfde in de Tour. Een paar jaar later maakten hartproblemen een voortijdig einde aan zijn carriere.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Nu volgt een onwaarschijnlijk heldenepos.
De vijftiende etappe van die Tour in 1970 ging van Bagnères-sur-Bigorre naar Mourenx, over de legendarische Tourmalet en Aubisque. Op de top van de Tourmalet had Wagtmans, de nummer drie in het algemeen klassement, door materiaalpech een achterstand van meer dan vijf minuten opgelopen op een kopgroep met klassementsleider Merckx.
Op de fiets van een ploeggenoot begaf hij zich naar de auto van ploegleider Vissers en sprak, volgens wielerhistoricus William van Peer, de volgende woorden: ‘Ton, heb je mijn paspoort bij je? Dat heb je straks misschien wel nodig als ze me moeten identificeren.’
Hierop stortte Wagtmans zich met ware doodsverachting in de diepte, langs gruwelijke ravijnen en moordende rotswanden, met snelheden die tot dan niemand voor mogelijk had gehouden: een bolbliksem raasde naar het dal. Onderaan de berg voegde hij zich bij de kopgroep. Hij had, volgens ooggetuigen, alle natuurwetten getart en tevens, als eerste mens na Jezus Christus, de alom loerende dood zijn hielen laten zien.
Wie twijfelt aan de waarheid van dit verhaal is een saaie boekhouder.
In de roman De proloog haalde ik een sterk staaltje aan dat ik had vernomen uit de mond van Wagtmans zelf. Tijdens een training kwamen hij en Eddy Merckx met grote snelheid van een berg af, toen er aan de voet van rechts een truck met oplegger naderde. Merckx remde uit alle macht, maar Wagtmans niet, die haatte remmen. Hij legde zijn fiets plat en stuurde hem ónder de oplegger door en voor de naderende achterwielen, de bocht naar links in. Misschien een tikkeltje overdreven, schreef ik, een beetje aangedikt wellicht, ik was nog in mijn sceptische jaren.
Heel veel later ontving ik viavia een exemplaar van De proloog, waarin Wagtmans de betreffende passage van een fraaie illustratie had voorzien waarin hij de situatie gedetailleerd had geschetst, met de uitroep ‘Het is waar!’ erbij. Je moet de waarheid van wieleranekdotes nooit in twijfel trekken, begreep ik; de waarheid in het wielrennen is wat het verhaal nodig heeft.
In het voorjaar van 2012 waren we met een groep vrienden in de fietswerkplaats van de gerenommeerde mekanieker Hubert van Hoydonck in Sint Willebrord. Daar namen we de cd Sint Willebrord Sessies I, Sporthuis Hubert op. Rini Wagtmans was de grote facilitator. Hij regelde alles wat we nodig hadden: eten, verwarming, vervoer, onderdak en de lokale drumband.
Een van de nummers op de cd werd gezongen door Freek de Jonge. Het gaat, begrijp ik nu pas, over Rini Wagtmans.
De kop omlaag, dieper in de beugels
ik voel het lijden en de pijn niet meer
als ik vlak langs de afgrond scheer
dit is geen dalen meer
maar vliegen zonder vleugels
Het nummer heet: Niemand kan het winnen van de tijd.
De daler is aangekomen aan de voet van de berg en heeft zich aangesloten bij de kopgroep van legendes.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant