Home

Als je eenmaal echte Arabische gastvrijheid hebt gezien, wil je niet meer anders

Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Jenne Jan Holtland over de immense gastvrijheid die verstopt zit in de Arabische taal.

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

Wacht, dacht ik de eerste keer, dat had ik vast verkeerd gehoord. Even vragen aan die allervriendelijkste bediende bij de autowasstraat of hij het zinnetje wilde herhalen. ‘Khaliha aleyna’, zei hij opnieuw, ditmaal vergezeld van een glimlach zo breed als een halve maan. Ik overwoog een halve seconde wat te doen, nu de bediende – hoorde ik het goed? – had aangeboden de rekening te laten zitten. ‘Khaliha aleyna’, deze is van ons.

Ja, wat zeg je in zo’n geval?

Diep in mij (vooruit, niet heel diep) zit een Hollandse krent die denkt: prima, fijne dag nog! En dan, tegen de tijd dat ik opschakel naar de tweede versnelling: hij vond me vast heel aardig. Net op tijd besefte ik waar ik was, in een achterafstraat in Jordanië, land van woestijnzand (vandaar de wasstraat), dadels en een schier onmetelijke gastvrijheid. Even wakker worden. ‘Geen sprake van’, corrigeerde ik mezelf. Mijn handen deden ineens mee. Ik ging gewoon betalen, en daarmee uit. Hier, 5 dinar, ik had het gepast.

Taal van beleefdheden

Het Arabisch is, voor wie dat niet weet, een taal van beleefdheden en ongeschreven codes. ‘Khaliha aleyna’ is mij inmiddels bekend als een speelse uitnodiging om even ruimhartig nee te zeggen. In de regel zeg je het drie keer, wetend dat de ander voet bij stuk zal houden, waarna je gespeeld morrend akkoord kunt gaan met betaling. ‘Ik kan het niet helpen, ik móét het zeggen’, verontschuldigde de pizzabakker zich, toen hij mij als vaste klant voor de zesde keer het spelletje in trok.

De taal bulkt van zulke zinnetjes. Ieder scharniertje van de dag krijgt een beetje smeerolie. Noem me een romanticus, maar ik geloof inmiddels dat het zo hóórt. Als je eenmaal echte gastvrijheid hebt gezien, wil je niet meer anders. Nawarit is een andere persoonlijke favoriet die ik vooral in Syrië hoor. Ik kom aan in een dorp, schud handen en hoor al gauw de eerste ‘nawarit’, oftewel: ‘Je hebt licht gebracht in onze dag.’ Wat kan er dan nog misgaan?

Eten afslaan

Ingewikkelder wordt het wanneer de smeerolie vetter wordt aangebracht. Bijvoorbeeld als de gastheer of -vrouw erop staat dat we blijven eten, terwijl de volgende gesprekspartner al op ons wacht. De ruimte vult zich doorgaans met een wolk van aansporingen, variërend van ‘breek toch vooral het brood met ons’ tot de laatste, grijnzend uitgespeelde troefkaart: ‘Ga je ons echt beledigen door het eten af te slaan?’

In de regel buigt mijn tolk zich dan naar mij toe, om de stand van zaken als een soort Raspoetin in te fluisteren. Koortsachtig overleg, en daarna een even beleefd we-moeten-echt-verder-het-spijt-ons-zo. En soms is afslaan stiekem de meest welkome optie. Ga maar na: ook een arm gezin – juist een arm gezin! – doet er vaak alles aan om ons binnen te hengelen. ‘Laten we gaan’, fluistert mijn tolk dan, ‘dit gaat ze een half maandsalaris kosten.’

Zoetigheden

Weinigen zijn wat dat betreft zo doortastend als mijn Palestijnse kapper, een olijke kaalkop die de hele dag Al Jazeera heeft opstaan en altijd exact weet wat voor plannen Trump en Netanyahu nu weer hebben bekokstoofd. Sinds die keer dat hij mijn 3-jarige knipte, heeft hij er een gewoonte van gemaakt me met zoetigheden te overladen. ‘Voor de kleine’, luidde zijn uitleg bij twee handen vol toffees.

Wat hij niet weet, is dat ik – sorry Abu Youssef – het snoep zorgvuldig bij mijn zoontje weghoud (en vanzelfsprekend zelf opeet). Ieder zijn eigen spel. Nu maar hopen dat hij deze krant niet onder ogen krijgt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next