Wie jongeren wil voorbereiden op de toekomst, moet hen leren begrijpen hoe mensen denken en handelen.
Er zijn veel zorgen over het gebruik van sociale media door kinderen. Moeten we het verbieden tot een bepaalde leeftijd? Moeten techbedrijven verantwoordelijk worden gehouden voor een veilige online omgeving? Of moeten we kinderen juist beter leren omgaan met de digitale wereld, net zoals we ze leren zwemmen en deelnemen aan het verkeer? Waarschijnlijk is het antwoord een combinatie van dit alles.
Kinderen worden echter niet alleen beïnvloed door Big Tech. Hun brein is voortdurend bezig met hoe ze zich moeten gedragen ten opzichte van wat er om hen heen gebeurt: in de klas, met vrienden, thuis, in winkels en online. Daarbij worden veel keuzes onbewust gemaakt. Kennis over hoe dat werkt is beperkt. Ook zijn niet veel volwassenen zijn bekend met psychologische effecten zoals confirmation bias, cognitieve dissonantie en vele andere die ons dagelijkse gedrag sturen. Laat staan dat je als puber, met een brein dat nog volop in ontwikkeling is, dat begrijpt.
Over de auteurs
Dominique Warmerdam is psycholoog en werkt vanuit Psychologie in het Onderwijs met scholen aan mentale gezondheid. Sander Hefting is werkgroeplid Onderwijs bij D66 en auteur van ‘Handleiding Kind’.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Stel nu dat we onze kinderen gewoon uitleggen dat veel gedrag verklaarbaar is vanuit ons geëvolueerde brein. Waarom hechten we zoveel waarde aan wat anderen van ons vinden? Waarom kiezen we zo snel voor gemak? Waarom overschatten we onszelf? Waarom voelt verlies zo erg? Kortom, leren omgaan met alledaagse onzekerheden.
Er bestaan al initiatieven binnen scholen gericht op het welbevinden van leerlingen, maar deze zijn vaak versnipperd. Als we jongeren echt willen voorbereiden op de wereld, moet kennis over gedrag en denken een structureel onderdeel worden van het onderwijs. Zodat welzijn niet alleen een voorwaarde is om goed te leren, maar ook een opbrengst is van het onderwijs, zoals de Onderwijsraad dit begin dit jaar zo mooi formuleerde.
In de dit voorjaar gepubliceerde kerndoelen voor het voortgezet onderwijs wordt het begrijpen van gedrag en perspectieven wel genoemd, maar psychologische kennis is daarin niet stevig verankerd. Klassieke vakken vullen dat onvoldoende in. Psychologie biedt juist de taal om menselijk gedrag te begrijpen.
Het vak leent zich bovendien uitstekend voor actieve leervormen: leerlingen kunnen eenvoudige experimenten doen en zo zelf verschillende psychologische effecten ervaren, die daarna op het niveau van de leerling theoretisch worden uitgelegd.
Natuurlijk: een nieuw vak komt er niet vanzelf. We moeten nadenken over gekwalificeerde docenten, lesmaterialen en het curriculum, en ja, ook over de vraag welk ander vak hiervoor uren moet inleveren. Maar het onderwijs moet meebewegen met de tijd. Kennis van psychologie helpt leerlingen emoties en beïnvloeding beter te begrijpen en dat is actueler dan ooit.
Psychologische kennis is niet alleen relevant voor het individu, maar ook voor de samenleving. Op de werkvloer, in de zorg, bij de overheid en in de politiek wordt vaak nog uitgegaan van de rationele mens, terwijl gedrag juist sterk wordt gestuurd door context, gevoelens en bias.
In veel andere landen is psychologie al een vanzelfsprekend schoolvak. In Finland is het zelfs verplicht, en laat dat nu het land zijn dat al jaren bovenaan staat op de lijsten van de gelukkigste landen ter wereld.
Als we jongeren leren hoe hun brein werkt, geven we ze geen kant-en-klare antwoorden, maar wel inzicht. Inzicht in waarom ze doen wat ze doen, en hoe ze daar bewuster mee om kunnen gaan.
Psychologie hoort daarom niet alleen thuis in de zorg of de universiteit, maar in het hart van het onderwijs. Voor een beter begrip van jezelf, van anderen en van de wereld om je heen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant