De huren van woningen zijn afgelopen jaar iets minder hard gestegen dan het jaar ervoor. In juli betaalden huurders gemiddeld 4,4 procent meer voor hun huis of appartement dan een jaar eerder. In de vrije sector liepen de huren het hardst op.
is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Als gevolg van de hoge inflatie liepen de woninghuren de afgelopen jaren fors op. De alsmaar duurder wordende boodschappen waren voor veel vakbonden reden in nieuwe cao’s loonsverhogingen af te dwingen. Die salarisstijgingen zijn weer gekoppeld aan de maximale huurverhogingen die de Rijksoverheid ieder jaar voor verschillende sectoren vaststelt. Vóór 2024 waren de prijzen van sociale huurwoningen juist enkele jaren amper gestegen.
Een deel van de huurstijgingen is steevast te verklaren door bewonerswisselingen, schrijft het Centraal Bureau voor de Statistiek vrijdagochtend bij de publicatie van de nieuwe cijfers. Op zo’n moment mogen verhuurders namelijk een hogere huurverhoging doorvoeren. Bij doorlopende contracten steeg de huurprijs gemiddeld met 3,8 procent.
In de vrije sector liepen de huren afgelopen jaar het hardst op, al zijn de verschillen klein. Bij dit soort woningen (vanaf ongeveer 1.200 euro per maand) liep de huurprijs gemiddeld met 4,5 procent op. Bij woningcorporaties, die ongeveer twee derde van alle huurwoningen in handen hebben, stegen de huurprijzen met 4,4 procent. Bij andere sociale huurwoningen kwam de stijging uit op 4,1 procent.
Provinciaal gezien kregen woninghuurders in Overijssel en Noord-Brabant de grootste huurstijgingen voor hun kiezen. In deze provincies liepen de prijzen met gemiddeld 4,6 procent op. Friesland kende met een stijging van 4,0 procent juist de kleinste huurstijging.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant