Home

Niet krachtige algoritmen zijn het probleem, maar waarvoor techbedrijven ze inzetten

Algoritmen Overal ter wereld proberen overheden jongeren te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van sociale media. Maar waarom zouden we alleen proberen jongeren te beschermen, vragen Hedda van ’t Land en Vittorio Busato zich af, als we hun digitale omgeving ook gezonder kunnen inrichten?

Hoe groot de strijd om aandacht van jongeren is geworden werd vorige week opnieuw duidelijk. Meta schikt in de Verenigde Staten voor miljarden in een zaak waarin bijna dertig staten het techbedrijf ervan beschuldigden jongeren bewust verslaafd te maken aan sociale media. Meta belooft Facebook en Instagram aan te passen: minder eindeloos scrollen, gebruikslimieten voor kinderen en geen pushmeldingen meer tijdens schooluren.

Een urgente stap, maar de zaak roept een belangrijkere vraag op: hoe willen we dat de digitale omgeving waarin jongeren opgroeien eruitziet? Wereldwijd zoeken overheden naar manieren om jongeren beter te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van sociale media. Australië verbiedt socialemedia-accounts voor jongeren onder de zestien. Frankrijk wilde sociale media onder de vijftien verbieden, maar zag die wet onlangs stranden bij de Constitutionele Raad. Denemarken, Spanje en Nieuw-Zeeland overwegen eveneens leeftijdsgrenzen. Ook in Nederland klinkt de roep om jongeren online beter te beschermen.

Hedda van 't Land is lector Gezonde Leefomgeving aan Aeres Hogeschool. Vittorio Busato is psycholoog, auteur en journalist.

Maar daarmee leggen we de nadruk te veel op wat jongeren niet meer mogen. Veel minder gaat het over de digitale omgeving waarin zij dagelijks uren doorbrengen. Waarom zouden we alleen proberen jongeren te beschermen, als we hun digitale omgeving ook gezonder kunnen inrichten?

Technologiebedrijven hebben een van de krachtigste instrumenten ooit ontwikkeld om menselijk gedrag te beïnvloeden: de algoritmen van sociale media. De Amerikaanse arts en medisch adviseur Vivek Murthy pleitte ervoor sociale media te voorzien van waarschuwingen naar het voorbeeld van sigarettenpakjes, om ouders en jongeren te wijzen op mogelijke risico’s voor de mentale gezondheid. Vanuit die vergelijking is zo’n verbod logisch: als iets verslavend is, moeten we jongeren beschermen door de toegang ertoe te beperken.

Die vergelijking gaat slechts deels op. Sociale media zijn niet alleen maar schadelijk. Een lhbtq+-jongere kan via sociale media ontdekken niet de enige te zijn en een gemeenschap vinden die in de eigen omgeving misschien ontbreekt. Jongeren vinden er lotgenoten, onderhouden vriendschappen en ontdekken gemeenschappen die in hun directe omgeving misschien niet bestaan.

Fastfoodrestaurants

Sociale media moeten we niet zien als een product dat we consumeren, maar als een leefomgeving waarin we steeds meer tijd doorbrengen. Vergelijk het met een stad. Daar zijn fastfoodrestaurants en markten, casino’s en bibliotheken, cafés en parken.Maar we sluiten een stad toch niet omdat er fastfoodrestaurants zijn?

Het algoritme is in die vergelijking de stadsplanner die bepaalt welke straten we nemen, wat we onderweg tegenkomen en waar we blijven hangen. Alleen kan deze digitale stadsplanner iets wat in de fysieke wereld onmogelijk is: hij observeert voortdurend wat iedere inwoner doet en richt de stad voor ieder individu opnieuw in.

Daar zit het essentiële onderscheid. Het probleem is niet dat algoritmen zo krachtig zijn. Het probleem is waarvoor technologiebedrijven die enorme kracht inzetten. Op dit moment hebben algoritmen één dominante opdracht: onze aandacht zo lang mogelijk vasthouden. Dat dit geen abstracte kritiek is, blijkt uit de rechtszaak tegen Meta. De miljarden­schikking laat zien dat de discussie moet verschuiven van de vraag óf platforms verantwoordelijk zijn naar de vraag hóé zij die omgeving zouden moeten ontwerpen. Een algoritme heeft immers geen ingebouwde voorkeur voor eindeloos scrollen. Technologiebedrijven hebben het die opdracht gegeven.

Europa probeert die macht met de Digital Services Act te reguleren. Platforms moeten risico’s voor gebruikers, en in het bijzonder minderjarigen, beperken en ze minder verslavend maken. Maar waarom beperken we ons tot het zoveel mogelijk verminderen van schade? Een algoritme kan ook sociale verbinding stimuleren, wandelen en sporten in de natuur en gezond gedrag ondersteunen. Helpen de stap van online naar offline te zetten. Dat technologiebedrijven dit nauwelijks doen, heeft tot nu toe vooral commerciële redenen. Onze digitale aandacht levert geld op.

Nu worden algoritmen vooral beloond wanneer iemand blijft kijken, klikken en terugkomen. Daardoor wint inhoud die onze aandacht vasthoudt het gemakkelijk van inhoud die misschien beter voor ons is. Een gezondere digitale omgeving vraagt niet om andere filmpjes, maar om andere doelen. Neem een jongere die midden in de nacht steeds scrolt. Een algoritme dat uitsluitend op betrokkenheid is gericht, heeft weinig reden om daar een einde aan te maken. Een systeem waarin ook welzijn meeweegt, wel.

Chatbots als emotionele steun

Hetzelfde geldt voor AI-chatbots die jongeren in toenemende mate raadplegen als bron voor emotionele steun. Een chatbot die wordt afgerekend op hoelang iemand in gesprek blijft, wordt beloond voor gedrag dat het gesprek gaande houdt. Maar soms moet een chatbot ook tegenspreken, een andere blik bieden of zeggen: leg je telefoon weg en bel een vriend of zoek iemand op die je vertrouwt

Hier ligt een duidelijke opdracht voor Europa. De EU heeft de macht technologiebedrijven kwaliteitsnormen te stellen aan de digitale omgeving waarin jongeren opgroeien. Normen die vaststellen wat algoritmen wél moeten doen als het gaat om gezond gedrag, welzijn, diversiteit, inclusiviteit en rechtvaardigheid. Laat platforms expliciet verantwoorden welk doel hun algoritmen dienen en hoe hun ontwerp bijdraagt aan het welzijn van gebruikers.

We stellen daarom de verkeerde vraag. Niet: hoe beschermen we jongeren beter tegen algoritmen? Maar: wat willen we dat algoritmen voor jongeren doen? Als het algoritme inderdaad de ‘stadsplanner van onze digitale leefomgeving’ is, moet de EU van technologiebedrijven eisen dat die stadsplanner niet het belang dient om jongeren zo lang mogelijk online binnen te houden. Een gezonde digitale omgeving is juist geslaagd als we ons vrij voelen en besluiten die omgeving weer te verlaten.

Sociale media

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next