Home

Achter de schermen is alles weer eens één en hetzelfde

Spirituele tradities Mystieke inzichten laten zich alleen met veel slagen om de arm vangen in woorden. André van der Braak, filosoof en zenmeester, doet een poging ‘het bevrijdende weten’ binnen bereik te brengen van lezers – met gemengde resultaten.

Hoe schrijf je een boek over iets dat zich nu juist onttrekt aan talige kennis (of dat ’te boven gaat’), dat niet onder woorden te brengen valt, behalve misschien in zingen, dichten of stotteren?

Dat is het eeuwige dilemma van auteurs die zich niet alleen in academische zin buigen over spirituele of mystieke tradities, maar die hun enthousiasme ook willen uitdragen – en wie weet bij de lezer zelfs een „transformatie” of „bevrijdend weten” willen opwekken, of daar althans een opening naar willen bieden. Hoe dan?

André van der Braak: Gnosis Oost en West. Bevrijdend weten door de eeuwen heen. Damon, 176 blz. €22,90

In Gnosis Oost en West probeert hoogleraar vergelijkende wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit André van der Braak het door een beknopt, helder overzicht aan te bieden van „bevrijdingsgeschriften” uit westerse en oosterse tradities. Die leiden de lezer binnen „in het labyrint van zijn eigen diepe ziel”, waarna hij zijn weg verder zelf moet zoeken – of die al heeft gevonden, want ook „de weg” is maar een metafoor. Net als trouwens, kun je nog toevoegen, „labyrint” en de ‘diepte’ van iemands ziel.

Van der Braak, die naast hoogleraar ook zenmeester is, herkent een universeel „bevrijdend weten” in tal van religieuze en filosofische tradities uit oost en west. Al is niet direct duidelijk waarván dat ‘weten’ ons bevrijdt: van het „menselijk tekort”, dat zich uitdrukt in lijden en onrecht („agressie en zinloos geweld”) of, iets prozaïscher, van de „grauwe alledaagsheid” van onze „dagelijkse sleur”? Waarschijnlijk van dat alles tegelijk, want het gaat erom dezelfde werkelijkheid anders te ervaren, als een bezield, zinvol geheel. Dat is geen theoretisch inzicht maar een „belichaamd, doorleefd, gerealiseerd” weten, kennis niet van het hoofd maar van een „hart dat gelooft”.

Je zou, wat flauw, kunnen tegenwerpen dat nu juist het theoretische weten ons bevrijdende kennis heeft gebracht, uit onze „dogmatische sluimering” (Kant) en menselijke onmacht. Maar Van der Braak ziet bevrijding als iets anders: een gevoel van opgenomen worden, voorbij het ego, in een kosmische eenheid. Is dat kennis? Eerder een ‘weet hebben van’ dat meer lijkt op Godsvertrouwen of liefde. Van der Braak spreekt van het transformerende inzicht dat er „één bewustzijn” is dat „de levensdroom droomt”. Ook dat zijn evocaties of metaforen – en daarin schuilt volgens Van der Braak ware kennis, die de mensheid in de loop der eeuwen heeft opgedaan.

Overvolle bak

Hij noemt dat allemaal gnosis (Grieks voor „kennis, inzicht’), maar dat begrip wordt op die manier wel een overvolle bak. Van der Braak rekent er niet alleen de historische stroming toe die zo werd genoemd, een amalgaam van Grieks-esoterische ideeën met vertakkingen in het vroege christendom (door de kerk veroordeeld als ketterij, onder meer omdat het de dubbele natuur van Jezus, God én mens, ondermijnde). Er vallen bij hem ook de Indiase Upanishaden onder, het boeddhisme, het Chinese taoïsme en het Japanse zen, alsmede de moderne Europese denkers Spinoza („zien met Gods ogen”) en Nietzsche („dionysische gnosis”), die hij in een eerder boek al eens vergeleek met zen.

Omdat hij zoveel wijsgerige diversiteit samenbrengt onder het ene etiket gnosis, scheert Van der Braak dicht langs het romantische idee van een philosophia perennis, de overtuiging dat spirituele en filosofische tradities door de eeuwen heen in de kern ‘hetzelfde’ beweren, zij het in een andere vorm – in elk geval dat alles voortkomt uit één transcendente oerbron, of die nu God, brahman of het Ene heet, waar ons ‘diepste zelf’ al dan niet symbolisch identiek mee zou zijn.

De valkuil van die benadering is een essentialisme dat wringt met de verschillen die Van der Braak óók signaleert tussen de tradities en culturen die hij bespreekt. Zo contrasteert hij de „theoretische” Griekse wijsbegeerte met het „door en door” pragmatische Chinese denken. Het Indiase en het Chinese boeddhisme hanteren elk een „heel ander persoonsbegrip”. Zulke contrasten verdienen uitwerking, ze zijn meer dan oppervlakkige bijverschijnselen en maken de notie van universele gnosis achter een ‘sluier’ van verschillen twijfelachtig.

Van der Braak plaatst sommige verschillen wel in een overkoepelend historisch kader, een dat hij ontleent aan de filosoof Hub Zwart. Hij ziet een indeling in „denkstijlen” van een rationeel „apollinische” (bij de oude Grieken), en ‘magische’ (in het hellenisme, historisch gnosticisme) naar een ‘faustische’ (het moderne Westen). Maar is ook dat niet te nivellerend? Zwart heeft de driedeling op zijn beurt van de reactionaire cultuurfilosoof Oswald Spengler (1880-1936), een obscurantist bij wie rationele analyse bezwijkt onder symbolische verbeelding.

Kennis van het hart

Des te wonderlijker is het dat Van der Braak wel een hoofdstuk wijdt aan Nietzsche (als „voleindiging van het faustische denken’”), maar niet aan de enorme opleving van gnosis en magisch denken in de Renaissance of het occultisme van de late negentiende eeuw, met de theosofie van Madame Blavatsky en uitlopers ervan in de jaren zestig en New Age. In plaats daarvan komen we via een omweg langs Bruno Latour zomaar uit bij de ayahuasca-cultus uit Zuid-Amerika. Dat is gnosis in overdrive.

Jammer is ook dat Van der Braak door zijn focus op „kennis van het hart” niet wat meer ingaat op de discursieve kant van niet-Europese filosofie, waar razend interessant vergelijkend onderzoek naar wordt gedaan. Ook in Indiase en Chinese filosofie wordt volop geargumenteerd en niet alleen symbolisch gedacht, zoals hij zelf opmerkt. Dat maakt Gnosis Oost en West al met al tot een belezen, sympathiek maar ook wat ouderwets werk. Misschien kan dat ook niet anders met een boek dat haakt naar een ‘weten’ dat niet in woorden uit te drukken valt en dat, eerder dan argumenteren, in de eerste plaats wil inspireren.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next