Vonne van der Meer Lankmoedigheid was de beste houding, concludeert de gepensioneerde Vera, als het leven haar blijft opschepen met nieuwe verplichtingen. Vonne van der Meer schreef een vol boek waarin stuwing vaak ontbreekt, maar als portret is het geslaagd.
Slapende vrouw in het gras, Californië.
Vonne van der Meer: Waar wil je liggen? Atlas Contact, 240 blz. €22,99
,,Zeur niet”, schreef Annie M.G. Schmidt in 1965. Maar wat moet je dan, wanneer de zorgen je overspoelen? Nou, huilen, schreeuwen, smijten, schelden, bijten en vloeken, wat Schmidt betreft in het beroemde lied uit haar musical Heerlijk duurt het langst: stampij maken! Maar Vera, de hoofdpersoon uit Waar wil je liggen?, de nieuwe roman van Vonne van der Meer (1952), doet niets van dit al. Zij houdt het op iets anders: „Lankmoedigheid was de beste houding.”
Verdragen dus, berusten, geduld betonen, begripvol blijven en gestaag voortgaan, de ene voet voor de andere zetten. Vera, rectrix van een gymnasium, is al met pensioen en haar kinderen zijn uitgevlogen, maar het leven scheept haar alsnog, of weer, op met allerhande plichten. Ze zorgt beurtelings voor haar labiele volwassen zoon en haar vervuilende schoonmoeder, daags nadat haar zus Brigitte plotsklaps is overleden. Aan haar verdriet daarover komt ze nauwelijks toe. Ze is „al het gemantel” af en toe spuugzat, maar probeert te aanvaarden dat ze op z’n best leeft „in de middentonen” tussen rouw en lichtheid in. Net als het met zoon en schoonmoeder wat beter gaat, blijkt haar man aan een ernstige hartziekte te lijden.
Waar wil je liggen? is een vol boek waarin paradoxaal genoeg toch weinig gebeurt. Het leest vooral als een portret van de hoofdpersoon en haar gedachten. Vera blikt terug en, voor zover mogelijk, vooruit, ze bespiegelt, stelt bij. Bijvoorbeeld het beeld van zichzelf. Ze dacht wars te zijn van modieus taalgebruik, maar hoort zichzelf ineens van alles „super” vinden waar niets super aan is (jammer genoeg lees je er in de dialoog niets van terug). Ze komt er ook achter dat ze niet zo geëmancipeerd is als gedacht en merkt dat „kruimelleed” – haar man die paniekerig doet over zijn telefoon die kwijt is – vaak lastiger is om je toe te verhouden dan grootse ellende. En ze ontdekt dat zorg bieden, hoe vermoeiend ook, liefde oproept, zelfs als je tevoren niet om het object van die zorg gaf.
Er staan slimme bemerkingen, knappe formuleringen en geestige terzijdes in deze roman en er worden grote thema’s verkend, zoals geloof, hoop, liefde, vertrouwen, angst en verdriet. Toch is het soms lastig de aandacht erbij te houden. Er is weinig stuwing in dit verhaal en sommige lijnen, zoals over het verdachte oorlogsverleden van de moeder van Vera, worden niet doorgetrokken, niet uitgewerkt. Over andere dingen, zoals de (eveneens reëel bestaande) literatuur die Vera leest of de schilderles die ze volgt, pakt Van der Meer juist te lang en te uitleggerig uit. Er staan verwarrend veel namen in de roman, zoals van oude vrienden aan wie Vera af en toe denkt, maar die niet handelend optreden. Op Vera na komen de personages, ook niet degenen die wél handelend optreden, nauwelijks tot leven.
Als portret van haar is Waar wil je liggen? toch wel geslaagd. Met name de worsteling om een balans te vinden tussen zelfzorg en zorg voor anderen is knap gevangen. Het duizelt Vera door wat ze allemaal voor anderen probeert te fiksen. In het laatste deel van de roman is ze dan toch eventjes op reis. Tegen een duin in de Sahara bij nacht vindt ze waar ze naar verlangde: stilte. Stilte om stil te staan. En daarmee de kans om met haar dode zus te verkeren.