Vrouwengeschiedenis Geschiedenis is niet alleen wat er ooit gebeurde maar ook hoe er in later tijd gebruik van wordt gemaakt. Gedane zaken nemen geen keer, maar laten zich later wel prima verdraaien. Dat laat mediëvist Jamina Ramirez zien in een magistraal boek over de rol van beroemde vrouwen in de Europese historie.
De heilige Catharina van Siena ontvangt de stigmata, door Domenico Beccafumi, ca. 1513-1515.
Janina Ramirez: Legenda. Hoe vrouwen werden gebruikt in de mythevorming van Europa. (Legenda. The Real Women Behind the Myths That Shaped Europe) Vert. Mario Molegraaf. Prometheus, 412 blz. €37,50
Vieze verbanden vol smerige pus uitzuigen om jezelf te vernederen en dan verklaren dat al die viezigheid voor jou het bloed van Christus is, de Ware Voeding van de ziel. En dan onbeheersbaar huilen en beweren dat je met Christus getrouwd bent in een visioen. Hij heeft jou zelfs een onzichtbare trouwring gegeven, gemaakt uit zijn voorhuid en bezet met een grote diamant en vier parels.
Nu zou Catharina van Sienna (1347-1380) vooral met vreemde ogen bekeken worden, maar in het middeleeuwse Italië werd ze gevierd als een held van het geloof. Maar hoe waarschijnlijk is het dat zo’n extreem middeleeuws geval honderden jaren later nationaal icoon van Italië wordt?
Middeleeuwse vrouwen die hun lot in eigen hand nemen, waren al het onderwerp van het vorige boek Femina van de Britse historica Jamina Ramirez. En in haar even prachtige nieuwe boek Legenda toont ze in een nieuwe reeks portretten opnieuw dat ook duizend jaar geleden vrouwen zich heel goed hun eigen weg konden banen. In Legenda vertelt ze ook hoe die vrouwen „gebruikt werden in de mythevorming van Europa”, zoals de ondertitel luidt. Opname in de canon van nationale trots overkwam ook de getroebleerde mystica Catharina, die beschermheilige is van Italië sinds 1866, en sinds 1999 zelfs van heel Europa. Haar verschrompelde schedel wordt nog altijd ieder jaar in triomf rondgedragen door de straten van haar Toscaanse stad Sienna.
De schok van historische extremen als van Catharina kan makkelijk leiden tot oppervlakkige sensatiegeschiedenis: lekker griezelen over rare types in het verleden. Maar de schok van het vreemde kan ook leiden tot de beste historische inzichten. Want wat is hier nou werkelijk aan de hand?
In Legenda slaagt de prachtig schrijvende mediëvist Ramirez er met vlag en wimpel in om Catharina’s wonderlijke transformatie van profetes tot nationale held begrijpelijk te maken. Net als verheffing van andere ‘iconische’ vrouwen. Zoals de vijftiende-eeuwse koningin Isabella van Castilië (die Columbus naar Amerika stuurde en de joden verjoeg uit Spanje). Of de elfde-eeuwse gravin Godiva (die naakt door Coventry zou hebben gereden) en de machtige tiende-eeuwse keizerin Adelheid (die als jong meisje ’s nachts op blote voeten ontsnapte uit een maandenlange gevangenschap door een Italiaanse heerser en later het Duitse keizerschap mede vormgaf). Geschiedenis is niet alleen wat er ooit gebeurde maar ook hoe er in later tijd gebruik van wordt gemaakt. Gedane zaken nemen geen keer, maar kunnen later wel prima verdraaid worden.
Ramirez ziet in Catharina van Sienna vooral een vrouw die een typisch middeleeuwse weg naar autonomie koos. En let op, dat is dus autonomie in de simpele betekenis van zelfstandigheid. Het gaat niet om een modern ‘atomair individualisme’ maar om een minimum van controle over het eigen leven, zoals mensen – mannen én vrouwen – al sinds de diepe prehistorie nastreven, de een met meer succes dan een ander en in de ene tijd is het makkelijker dan in een andere.
Nu zou Catharina misschien geprobeerd hebben om instagram-celebrity te worden, met haar extraverte geloof in eigen roeping. Die roeping was groot. Het karakter van Catharina werd volgens Ramirez mede bepaald door haar wonderbaarlijke overleving als het liefst 23ste kind van een lakenverkoper en enig overlevende helft van een tweeling. Het kind werd door haar moeder gekoesterd als een wonder. En dan waren er de gruwelijke pestepidemieën tijdens haar jeugd, de dood in het kraambed van haar pas zestienjarige lievelingszus en ook de grote culturele nadruk op maagdelijkheid als vrouwelijk ideaal; al die invloeden dreven Catharina naar een geestelijk ideaal van autonomie.
Ze wilde niet trouwen, maar zich zeker ook niet opsluiten in een klooster. Als ‘lekenzuster’ zocht ze aansluiting bij de Dominicaner orde. Haar extreme gedrag (automutilatie en anorexia zouden de moderne diagnosen zijn) zorgde voor steeds meer volgelingen en aanhangers. De zelfvernedering en uithongering waren toen geen tekenen van gekte, maar juist bewijzen van de nabijheid van het goddelijke.
In al haar nederigheid was Catharina voor niemand bang, meer dan 400 van haar brieven aan christelijke leiders in heel Europa zijn overgeleverd. Vlak voor haar dood publiceerde ze nog een boek over haar gesprekken met God. Vooral haar bemoeienis met de terugkeer van de paus naar Rome (na een decennialange ‘ballingschap’ in Avignon onder druk van de Franse koning) en haar verbinding met de Dominicaanse orde bepaalden haar reputatie na haar dood.
Haar postume faam werd zelfs zo groot dat ze bij iedere kerkelijke gelegenheid bruikbaar werd, schrijft Ramirez: „redder van de het pausdom, toegewijde dominicaan, zachtmoedige middeleeuwse maagd, verbinder van Europa”. Maar in werkelijkheid was zij een vastberaden en charismatische vrouw geweest, die werd „ingepikt, gestuurd en gevormd door de mannelijke invloeden om haar heen.”
Zo doet Ramirez dat met alle legendarische middeleeuwse vrouwen in haar boek, door vaak in detail te tonen hoe de vrouwen opgroeiden, welke voorbeelden ze hadden en vooral welke wegen voor hen open stonden om zich te ontplooien, hoe vreemd die routes ook mogen zijn in moderne ogen. En ten tweede pluist Ramirez ook uit hoe deze vrouwen later opnieuw beroemd werden, en wie eigenlijk al die legendes en verhaaltjes over hen spon. Spoiler: vaak nationalistische historici.
Door ieder middeleeuws verhaal weeft Ramirez ook een levensverhaal van een modernere autonome vrouw, als tegenwicht, die vaak alleen berucht werd en geen gevierd icoon. Bij de Duitse keizerin Adelheid is die tegenhanger bijvoorbeeld Lola Montez, minnares van koning Lodewijk I van Beieren (ca. 1850) die bijna een revolutie tegen zijn bewind veroorzaakte. Bij Catharina van Sienna is dat het jonge kindermeisje Anna Morisi die in 1858 om allerlei redenen in Rome een joods jongetje doopte (in een ‘nooddoop’). Het jongetje, Edgardo Mortara, werd vervolgens door de paus opgeëist bij de joodse ouders, een schandaal en een cause célêbre voor Italiaanse anticlericale nationalisten. Edgardo werd uiteindelijk katholiek priester in Luik, maar de reputatie van paus Pius IX werd er zwaar door beschadigd. Mede dáárom verhief die paus Catharina van Siena tot beschermheilige.
Bij Ramirez reist de lezer op die manier ook ver buiten de middeleeuwen. Alleen al door al deze toevoegingen is Legenda niet alleen een scherp boek tegen mythologisering van geschiedenis, maar ook prima te lezen als een fascinerende omnibus van historische anekdotes.
Op briljante wijze ontmantelt Ramirez bijvoorbeeld de vele raadsels waarmee de Franse soldaat en redder van de monarchie Jeanne d’Arc (1412-1431) doorgaans wordt omhuld. Jeanne was helemaal geen simpel boerenmeisje zoals haar verhaal nu meestal verteld wordt. Ramirez toont onder meer de oorlogservaringen die Jeanne moet hebben opgedaan toen ze opgroeide in het toen al omstreden grensgebied van Lotharingen.
Jeanne moet toen ook zeker kennis hebben genomen van de toen al bestaande legendes en profetieën rond haar geboortedorp Domrémy, die zelfs verweven waren met Arthur-verhalen. Ook gingen er vele verhalen rond over dappere vrouwen en andere heiligen die als inspirerend voorbeeld konden dienen. Vaak heiligen die nu vergeten zijn, maar toen niet: Margaretha van Antiochië die weigerde te trouwen en Catharina van Alexandrië die visioenen kreeg en hooggeplaatste filosofen tot het christendom bekeerde. Ook Gods legerleider en aartsengel Michael fungeerde als voorbeeld van onverschrokkenheid.
Uiteindelijk wist Jeanne een doorbraak te forceren in de uitzichtloze 100-jarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk, daarmee werd ze beroemd. Zoals Ramirez schrijft: Jeanne d’Arc „was allerminst een anomalie maar slaagde erin alles te bereiken wat ze bereikte door de tijd, plaats en politieke en religieuze kaders waaruit ze afkomstig was. […] Ze was geen fantast of fanaticus omdat ze de stemmen van de heiligen hoorde, maar was eerder ondergedompeld in een spirituele wereld waar de heiligen haalbare voorbeelden en gidsen waren. Ze was deel van een complex, gelaagd, eeuwenoud landschap, met daarin nalatenschappen, profetieën en ridderromans die ze als actieve, geëngageerde, intelligente jonge vrouw kon omarmen.”
In een milde slotbeschouwing schrijft Ramirez dat natievorming en verering van nationale helden helemaal niet perse verkeerd zijn, maar het is wel de taak van de historicus om de feiten van de mythes te ontdoen. En de werkelijke levens van de besproken vrouwen zijn niet minder inspirerend en fascinerend dan die opgepoetste iconen voor nationaal gebruik. Ramirez heeft zelfs een eigen boodschap voor het heden. „De vrouwen in dit boek bewijzen dat zelfs kleine daden van moed het verschil kunnen maken. […] Wees even dapper als de vrouwen in dit boek.”