Home

Museum Oscam in Amsterdam-Zuidoost heeft letterlijk geen drempel

Na negen jaar krijgt museum Oscam, waar alleen mensen van kleur werken, een permanente locatie in Amsterdam-Zuidoost. Dat die in een winkelcentrum is, vindt directeur Marian Duff een pluspunt.

De nieuwe locatie van Oscam, Open Space Contemporary Art Museum, moet ook echt een ‘open space’ zijn.

Eigenlijk was het de bedoeling dat Oscam maar zes weken zou bestaan. Een tijdelijk pop-upmuseum om te vieren dat de Amsterdamse Bijlmer, waarin het zich bevindt, vijftig jaar bestond.

Dat is inmiddels bijna negen jaar geleden. Oscam is net verhuisd naar een derde, dit keer permanente locatie. Nog geen honderd meter van het vorige adres, in winkelcentrum de Amsterdamse Poort. Naast een Lidl en tegenover een fietsenmaker en een Surinaams-Antilliaans restaurant. Groter, mooier en levendiger dan ooit.

Het is een groot nieuwbouwpand met witte bakstenen en een gevel die grotendeels van glas is. „We wilden een plek die er uitnodigend uitziet”, zegt oprichter Marian Duff (49). Oscam staat voor ‘Open Space Contemporary Art Museum’. Het moet ook echt een ‘open space’ zijn, zegt Duff. Laagdrempelig, dus geen balie met een kassa maar een QR-code, waarmee bezoekers betalen wat ze kunnen missen. Het pand heeft ook letterlijk geen drempel.

De nieuwe locatie is sinds mei al aan het „proefdraaien”, maar gaat deze donderdag 3 september officieel open. Dan wordt ook – als onderdeel van Amsterdam Fashion Week – de tentoonstelling van Bevan Agyemang geopend, een Ghanese modeontwerper die in het Verenigd Koninkrijk woont. Duff had al drie jaar contact met hem via Instagram, vertelt ze. „Hij is in maart in Nederland geweest voor een workshop met een groep makers uit Zuidoost [het Amsterdamse stadsdeel waar de Bijlmer onderdeel van is]. Gebaseerd op de persoonlijke verhalen die hij daar hoorde en de voorwerpen die mensen hadden meegenomen, heeft hij een collectie gemaakt die nu te zien is. Er hangt bijvoorbeeld een jas waarin een collage is verwerkt die tijdens die workshop gezamenlijk is gemaakt.”

Werk van de Londense kunstenaar Bevan Agyemang, gefotografeerd door hemzelf, nu te zien bij Oscam

Autodidacten

De Oscam-tentoonstelling die de meeste media-aandacht genereerde, was te zien tijdens de Museumnacht van 2022. In Masterpiece? hing een Rembrandt (De anatomische les van Dr. Deijman uit 1656, geleend van het Amsterdam Museum) pal naast een werk van afro-futuristische kunstenaar AiRich uit Zuidoost. Aan het publiek werd de vraag gesteld: wat is een meesterwerk en wie bepaalt dat?

De afgelopen jaren was bij Oscam werk te zien van grote internationale namen als de Amerikaanse videokunstenaar Kahlil Joseph en de Ghanese kunstenaar Derrick Ofosu Boateng, die uitsluitend met zijn smartphone fotografeert. Maar ook van jonge kunstenaars uit de buurt die nooit eerder een tentoonstelling hebben gehad. „Onze mailbox puilt uit met kunstenaars die bij ons willen exposeren”, zegt Duff. „We geven de voorkeur aan autodidacten. De mensen die van de academie komen, redden het wel zonder ons.”

Bij Oscam zijn niet alleen alle kunstenaars van kleur, maar ook de mensen achter de schermen: de curatoren, programmeurs en producers. Duff omschrijft de museumwereld als een wit bolwerk. „Er moet nog steeds héél veel veranderen. Iedereen heeft het inmiddels over diversiteit, inclusie en fair practices, maar de echte verandering komt veel te traag op gang. Het aantal kunstenaars dat een solotentoonstelling krijgt, curatoren en programmeurs van kleur, is nog zó beperkt.”

Marian Duff in het midden tussen haar collega’s.

Dat Oscam in een winkelcentrum zit, „vind ik echt een pluspunt”, zegt ze. „Een groot deel van ons publiek is tussen de 18 en 28 jaar, dat is wel een verschil met andere musea. Wij moeten juist ons best doen om ook oudere buurtbewoners binnen te krijgen. Die lopen nog te vaak voorbij.” Daarom organiseren ze sinds vorig jaar regelmatig seniorenrondleidingen. „Het ING-hoofdkantoor zit dichtbij, dus er lopen bij deze nieuwe locatie veel ING-medewerkers voorbij. Die zagen we in het begin kijken van: huh? Maar ook die mensen beginnen nu zoetjesaan binnen te komen. Er komen ook genoeg mensen speciaal voor ons naar Zuidoost, zeker tijdens de openingen. Al krijgen we ook vaak te horen dat mensen het wel ‘ver’ vinden.”

Toen bleek dat ze uit de vorige locatie moesten omdat het hele winkelblok een meerjarige renovatie moest ondergaan, kreeg Oscam vanuit de hele stad panden aangeboden. „We zijn bij een aantal locaties gaan kijken”, zegt Duff, die zelf in Diemen woont. „Stadsdeel Centrum wilde ons ook graag, maar daar zit al genoeg cultureels. Oscam hóórt in Zuidoost, met alle culturen die hier samenkomen. Zuidoost heeft een plek als Oscam nodig.”

Magische periode

Marian Duff werd geboren in Paramaribo en kwam op haar derde naar Nederland. Ze volgde een opleiding tekstschrijven – wat nu communicatie heet – en liep stage bij Playboy („ik zat in m’n fatoe-fase, m’n grappen-en-grollentijd, en had eigenlijk niet gedacht dat ik aangenomen zou worden”). Toen ze een paar jaar als journalist bij Het Parool werkte, bezocht ze eens de Amsterdam Fashion Week. Het viel haar op dat er zowel voor als achter de schermen bijna geen mensen van kleur rondliepen. Daarom begon ze in 2008 Music and Fashion Battle (MAFB), een internationale wedstrijd en platform voor jonge modeontwerpers, haarstylisten, make-up-artiesten en modellen van kleur.

In 2017 vroeg de gemeente of ze iets wilde doen voor het vijftigjarig bestaan van de Bijlmer. Op dat moment werkte ze als freelance curator voor onder meer het Amsterdam Museum en Museum Van Loon. Ze had niet meteen een idee, tot ze met MAFB in Suriname was, om twee ruimtes in te richten in het museum van kunstenaar Marcel Pinas. „Tijdens de rondleiding vertelde hij hoe belangrijk het is om de omgeving bij je museum te betrekken. Opeens dacht ik: wat hij doet, doe ik ook, alleen heb ik geen eigen plek.”

Eenmaal thuis belde ze stadsdeel Zuidoost: er moest een tijdelijk museum komen voor kunstenaars die in Zuidoost wonen of erdoor geïnspireerd zijn. Dat kon, in een pand vlak bij metrostation Ganzenhoef, alleen moest het wel binnen 2,5 week opengaan. Het lukte haar. Er hing werk van zeventien kunstenaars. Jonge talenten, maar ook Pinas.

„Die eerste zes weken waren een magische periode”, zegt Duff. „Het liep goed, de reacties waren positief. De tentoonstelling werd verlengd met drie maanden. Drie maanden werden een jaar. Op een gegeven moment moest ik mensen gaan uitbetalen en ben ik een stichting begonnen. Toen was het opeens serious business.” Na twee jaar kregen ze een nieuw pand in winkelcentrum Amsterdamse Poort.

Oscam verdient geld met de entree die bezoekers betalen, maar ook met de koffiebar in het museum, opdrachten voor andere culturele instellingen en de verhuur van een van hun ruimtes. En ze krijgen subsidies, van onder meer het Amsterdams Fonds voor de Kunst en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

Twaalf mensen zijn er in dienst, inclusief Duff. De helft van hen zijn trainees van Young Oscam: het leer-werktraject van twee jaar waaraan steeds zes jonge mensen meedoen die curator, producer of programmeur bij musea willen worden. Ze hebben een eigen ruimte, de Young Oscam Art Kitchen, waar ze in het eerste jaar drie tentoonstellingen maken met kunstenaars die voor het eerst exposeren. In het tweede jaar maken ze twee grote tentoonstellingen. En ze werken allemaal één dag per week als host in het museum.

Alle trainees krijgen marktconform betaald, zegt Duff. „Een van de belangrijkste lessen die ik mijn team wil leren is dat ze iets waard zijn. Als andere instanties naar ons toe komen voor een samenwerking en ze hebben geen budget, dan zeg ik altijd nee. We leren trainees ook dingen als: zo werkt een loonstrook, zo werkt je pensioen. Er zijn nog steeds culturele instituten waar trainees niet worden betaald. Hoe moeten die in godsnaam rondkomen in deze tijd?”

Inbreken

Oscam gaat met de trainees langs bij grote musea als het Stedelijk Museum Amsterdam, het Rijksmuseum en het Amsterdam Museum. „We ‘breken in’ bij een overleg waar in elk geval de directeur en de curatoren aanwezig zijn en doen dan een voorstelronde. Zodat instituten niet meer kunnen zeggen: we kunnen ze niet vinden, als het gaat over mensen van kleur.” Veel ex-trainees hebben inmiddels een baan. „Arsalan Ishaqzai bijvoorbeeld, die werkt nu fulltime bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. En Amal Clous werkt bij The Black Archives.”

In het begin van Oscam wilde Duff „iedereen educaten”, zegt ze. Als mensen uit de culturele wereld nu naar haar toe komen met vragen over diversiteit en inclusie, zegt ze vaak nee. „Het is té vermoeiend en we hebben het al druk genoeg. Er is genoeg literatuur te vinden, online en offline. Nu zeg ik: lees je in, doe het zelf. Als je er echt niet uit komt, dán kom je bij ons.”

Ze is ook strenger geworden in met wie ze samenwerkt. „Als een museum wil samenwerken, zeg ik meteen dat we niet in een achterkamertje een programmering gaan opzetten. We willen op het hoofdpodium staan, anders doen we het niet.” Bij Naturalis in Leiden kreeg Oscam vorig jaar het hele museum tot zijn beschikking om een programmering rond de tentoonstelling Het bos van Suriname te maken. „We hebben partijen uit onze eigen community, zoals Patta Academy en The Black Archives, gevraagd om de programmering mede te verzorgen. Dat is voor ons wat een goede samenwerking betekent: niet alleen gevraagd worden om iets ‘erbij’ te doen, maar daadwerkelijk de ruimte krijgen om vanuit onze expertise en perspectieven te werken.”

Oscam heeft regelmatig modetentoonstellingen. „Dat past bij het stadsdeel waar we in zitten”, zegt Duff. „ De mensen die hier rondlopen zijn een modeshow an sich. Bovendien is mode een interessante manier om verhalen te vertellen uit verschillende culturen. Er zijn hier veel mensen die mode op een andere manier beleven en dragen dan op de West-Europese manier.” Zo hadden ze vorig jaar een tentoonstelling van Meredith Joeroeja, een jonge, multidisciplinaire kunstenaar uit Suriname die mode, foto’s en video’s maakt, geïnspireerd door de culturen van de Marrons en de inheemse gemeenschappen. „Kunst leeft niet alleen in musea, maar ook op straat, in muziek, in mode. Daarom gaan onze tentoonstellingen daar ook over.”

Bijlmerplein 97, Amsterdam. De tentoonstelling van Bevan Agyemang is te zien t/m 27 februari 2027. Oscam.nl

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next