Klimaatverandering Het kabinet wil in de nieuwe begroting 1,3 miljard euro beschikbaar maken om het vastgelopen CO2-opslagproject Aramis weer in beweging te krijgen.
Afvalverwerkers, zoals AEB in Amsterdam, vrezen dat kosten voor het verbranden van afval in Nederland zo hoog worden, dat afval ‘weglekt’ naar het buitenland.
Het kabinet wil 1,3 miljard euro opzijzetten voor CO2-opslagproject Aramis. Dat bleek dinsdag uit berichtgeving van RTL op basis van gelekte Prinsjesdagstukken, en wordt aan NRC bevestigd door een betrokkene. Aramis zou één van de grootste decarbonisatieprojecten van Europa kunnen worden, maar het project verloopt moeizaam. Kosten voor de aanleg van de pijpleiding dreigen hoog uit te vallen, en de industrie die CO2 moet afvangen twijfelt.
Project Aramis houdt in dat CO2 van grote fabrieken via een pijpleiding vanaf de Maasvlakte verplaatst wordt naar lege gasvelden in de Noordzee. De lege gasvelden hebben het potentieel om in totaal meer dan vierhonderd megaton CO2 (oftewel vierhonderd miljard kilo) op te slaan. EBN, Gasunie, Shell en TotalEnergies werken samen aan het project.
Aramis is al vijf jaar in voorbereiding en nog altijd is onduidelijk wanneer de bouw precies begint. Met het extra geld wil het kabinet de kosten voor de compressie (het proces om gas beter te kunnen transporteren) en het transport van CO2 naar beneden brengen in het geval dat er te weinig industriële klanten zijn. Die kosten dreigen hoger uit te vallen dan eerder geraamd, bijvoorbeeld doordat materiaal duurder is dan gedacht.
Hoe meer geld grote industriële bedrijven moeten betalen voor het transport en de opslag van CO2, hoe kleiner de kans dat ze met Aramis in zee gaan. Voor Aramis is het juist essentieel dat genoeg fabrieken over de brug komen, want anders heeft het project te weinig ‘opstartvolume’ en zijn de kosten nog hoger. Met deze pot geld probeert het kabinet dus de risico’s voor potentiële klanten deels af te dekken.
Drie grote afvalverbranders (met installaties in Amsterdam, Rotterdam, Duiven en Moerdijk) zouden in de opstartfase de belangrijkste klanten moeten worden van Aramis. Afvalinstallaties zijn al gespecialiseerd in het afvangen van giftige gassen uit restafval, en bereiden de bouw van nieuwe CO2-afvanginstallaties al jaren voor. Daarmee zouden ze ook de CO2 die vrijkomt uit het verbrande afval uit hun pijpen kunnen filteren.
Met een CO2-belasting en subsidie probeert het kabinet de afvalverbranders bovendien extra te stimuleren mee te doen aan Aramis. De drie afvalverbranders die vergevorderde plannen hebben, plus een geïnteresseerde afvalverbrander in Delfzijl, zouden jaarlijks samen op die manier de uitstoot van zo’n 2 megaton CO2 (2 miljard kilo) kunnen voorkomen – zoiets als de jaarlijkse uitstoot van meer dan 800.000 benzineauto’s.
Maar de afvalverbranders durven die CO2-afvanginstallaties voorlopig niet te bouwen. Dat komt mede door de vertraging van afgelopen jaren bij Aramis, en de bouwkosten die steeds hoger dreigen uit te vallen. Bovendien zijn afvalverbranders boos over een belastingpakket van jaarlijks honderden miljoenen euro’s, geïntroduceerd onder het vorige kabinet. Het gaat om een verhoogde CO2-belasting, en daarnaast een fiks verhoogde afvalstoffenheffing. Afvalverbranders vrezen dat kosten voor het verbranden van afval in Nederland zo hoog worden, dat afval ‘weglekt’ naar het buitenland – en Nederlandse installaties straks veel minder afval zullen verbranden. In die onzekerheid durven zij het bouwen van dure CO2-afvanginstallaties niet goed aan.
En in dit ingewikkelde speelveld is er nog meer aan de hand. CO2 afvangen en opslaan kan niet alleen via Aramis, het kan ook (vloeibaar gemaakt per schip) naar Noorwegen. Een mega-installatie waarmee CO2 wordt opgeslagen in de Noorse zeebodem is al geopend, en biedt dus meer investeringszekerheid. Daarnaast wil het Omaanse olie- en gasbedrijf Petrogas óók CO2 transporteren en opslaan in de Noordzee via een bestaande pijpleiding die bij IJmuiden ligt. Dit project vist dus naar dezelfde industriële klanten als Aramis.
Dat het kabinet ruim een miljard euro opzij wil zetten, maakt Aramis toch weer interessanter, bevestigt Wim van Lieshout, directeur van afvalverbrander AEB. „Wij zijn op zoek naar een CO2-afvangproject dat voorspelbaar en tastbaar is”, zegt hij. „Tot nu toe gaf de Noorwegen-optie het minst risico, maar Aramis trekt nu een been bij.”