De Kroatische schrijver Slobodan Šnajder is op 30 augustus onverwacht overleden. Hij is 78 jaar geworden. Correspondent Arnout le Clercq sprak hem vorig jaar. ‘Ik weet bijna niets, besef ik nu.’
is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
De lichten van de boekwinkel gaan al uit, wanneer schrijver Slobodan Šnajder (77) iets rechterop in zijn stoel gaat zitten en met zijn hand door de lucht zoeft. De beweging van zijn wijsvinger beeldt een vraagteken uit, gevolgd door een vette punt eronder.
‘Eén groot vraagteken. Sommige dingen kan ik niet uitleggen, omdat ik ze nog altijd niet begrijp. Jonge mensen benaderen me met vragen, ook in het buitenland, door mijn werk ben ik een ambassadeur van de rampspoed geworden.’
ZOMERSERIE: SCHRIJVER IN EUROPA
Wat bindt Europese schrijvers? Is er sprake van een Europese cultuur? En hoe zie je die terug in de literatuur? Een wekelijkse interviewserie met zes prominente schrijvers uit onder meer België, Duitsland en Hongarije. Deze week de Kroatische schrijver Slobodan Šnajder. Lees ook het eerdere interview met de Finse schrijver en queer boegbeeld Pirkko Saisio.
Šnajders romans verhalen over de Europese 20ste eeuw, de verwoestende oorlogen die er woedden, het nationalisme dat ten grondslag lag aan de Tweede Wereldoorlog en de oorlog in Joegoslavië. ‘Zoveel tijd heb ik geprobeerd te begrijpen, bijvoorbeeld wat er in de jaren negentig is gebeurd. Ik weet bijna niets, besef ik nu, net als Socrates weet ik wat ik niet weet. Mijn romans zijn een monument voor dat niet-weten.’
Šnajder is op dat punt al twee uur aan het woord in de boekhandel van zijn uitgever Fraktura, hartje Zagreb. Hij praat honderduit: zoekend, associatief, geestig, zoals hij in zijn romans de Kroatische, Joegoslavische en Europese geschiedenis beschrijft, die nauw met zijn eigen familieverhaal is verweven.
De spraakwaterval maakt excuses. ‘Ik breng heel veel tijd door op een eiland in de Adriatische Zee, om te schrijven. Daar zijn slechts een paar andere oude mensen; onderling zijn we niet zo spraakzaam. Dus als iemand bereid is om naar me te luisteren, ja, dat is gevaarlijk.’
Op het eiland schrijft hij aan een nieuwe roman. Die vormt een literair drieluik met de twee boeken die reeds in de Nederlandse vertaling van Roel Schuyt zijn verschenen: De reparatie van de wereld (2020) en De engel van het verdwijnen (2024). De titels werden overladen met loftuitingen. Ze kwamen beide op de longlist van de Europese Literatuurprijs; De reparatie van de wereld haalde in 2021 de shortlist.
Oneigentijdse romans zijn het eigenlijk, grootse en epische vertellingen over Europa. Over het noodlot, oorlog en de ideologische bewegingen die de Europeanen gedurende de 20ste eeuw opzwepen en verzwelgen. Šnajder is somber over de toekomst van de literatuur en het oprukken van AI. ‘Straks kan een machine een boek schrijven dat je perfect kunt vermarkten. Maar als je AI zou vragen om een roman als die van mij te schrijven’, vervolgt hij, ‘dan vliegt de computer denk ik in brand.’
De reparatie van de wereld begint bij de trek van Duitsers naar de Balkan in de 18de eeuw, de wijze waarop ook Šnajders voorouders in Slavonië terechtkwamen, tegenwoordig een streek in het oosten van Kroatië. Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden deze zogenoemde Volksduitsers gerekruteerd door de Waffen-SS.
Dit overkwam Šnajders vader, op wie hij het hoofdpersonage Georg Kempf baseerde, dat zijn ‘kleine Poolse oorlog’ beleeft in Centraal-Europa. Šnajders moeder belandde in een concentratiekamp van de ustaša (Kroatische fascisten), sloot zich aan bij de partizanen van Tito en bleef tot het einde van haar leven geloven in de socialistische staat Joegoslavië. Bij het uiteenvallen van het land in de jaren negentig staan de moorddadige ideologieën van de vorige oorlog opnieuw voor de poorten.
Ging deze roman over zijn ouders, De engel van het verdwijnen gaat over Zagreb. Šnajder beschrijft een huis op de straat Ilica en zijn inwoners gedurende drie omwentelingen in de recente geschiedenis: het oprichten van de fascistische Kroatische staat in 1941, de bevrijding door Tito’s partizanen in 1945 en de burgeroorlog in 1991.
Hoofdrollen zijn weggelegd voor dienstmeisje Anđa Berilo, dat zich bij de partizanen aansluit, het kind Magus, wiens visioenen de lezer door tijd en ruimte gidsen, en ten slotte het huis zelf, dat optreedt als verteller, de bewoners gadeslaat door de spiegels en zelfs hun dromen ziet.
Šnajders literaire verbeeldingskracht overstijgt het genre van de historische roman, maar zijn boeken zijn diepgeworteld in de werkelijkheid, documenten en levensverhalen. ‘Niets is verzonnen.’ Šnajder is schatplichtig aan de Europese cultuur: de romans zijn doordesemd van verwijzingen naar schrijvers en filosofen, het Oude Testament, het Jodendom en de oudheid. Deze beschaving staat op gespannen voet met wat hij in zijn romans beschrijft: oorlog, Holocaust, concentratiekampen en totalitaire staten.
In De reparatie van de wereld vraagt hoofdpersoon Georg Kempf zich af: ‘Was Adolf Hitler net zozeer ‘Europa’ als Johann Sebastian Bach?’
‘Europa is het allebei. Bij Zagreb stond Brestovac, een sanatorium. De jonge dokter Milivoj Dežman wilde zijn geliefde redden, een actrice die leed aan tuberculose. Hij ging naar het Zwitserse kuuroord Davos, waar hij in theorie Thomas Mann had kunnen ontmoeten. Hij verzamelde schetsen, keerde terug en bouwde dit sanatorium voor de behandeling van tuberculose. Dan is er Maks Luburić, die in 1941 naar Duitsland reisde om het concentratiekamp Sachsenhausen te bekijken. Hij bouwde vervolgens Jasenovac.’
Jasenovac is tijdens de Tweede Wereldoorlog het grootste concentratie- en vernietigingskamp in Kroatië. De ustaša detineerden, martelden en vermoordden hier Serviërs, Roma en Joden, vaak op gruwelijke wijze. Het precieze aantal slachtoffers is niet bekend; historici gaan uit van minstens tienduizenden mensen.
Šnajder: ‘Deze dualiteit vertelt het verhaal van de Kroatische en ook Joegoslavische geschiedenis. In Europa was de Eerste Wereldoorlog de eerste keer dat vernietiging op zo’n grote schaal plaatsvond. Ik was eens in Ieper, daar staat een monument voor 40 duizend Britse soldaten die zijn vermist. Verdwenen. Dat is Europa, die vernietiging, die wreedheid. Maar Europa is ook een Pruisische officier die na een gasaanval ziet hoe Britse soldaten blind over de aarde kruipen en zegt: ‘Dit doet een soldaat een andere soldaat niet aan.’’
Wie is uw favoriete Europese schrijver?
Šnajder noemt er drie: ‘Roger Martin du Gard, Vasili Grossman en Harry Mulisch.’ Hij heeft ook titels paraat: De Thibaults, de meerdelige roman fleuve (een omvangrijke romanreeks) van Du Gard over het leven van twee broers uit een Franse bourgeoisiefamilie tot aan het begin van de Eerste Wereldoorlog; het monumentale Leven en lot over de Tweede Wereldoorlog van de Russische Grossman; en Mulisch’ De aanslag. ‘Werkelijk een heel goed geschreven boek.’
‘Du Gard schreef met zijn familiegeschiedenis een analogie van de ineenstorting van Europa. In meer dan tweeduizend pagina’s is het ook een analyse van sociale bewegingen, over links en rechts. Er is een fantastisch personage dat in zijn vliegtuig over de frontlinie vliegt en pamfletten tegen de oorlog uitstrooit over de vechtende soldaten. Dan schieten ze hem neer. Veel romans raken vergeten, vaak terecht, maar niet Du Gard. Ik zou zo blij zijn als ik zo kon schrijven. Ook gaat het over Schicksal.’
Šnajder studeerde Engels en filosofie, maar doorspekt zijn zinnen met Duitse woorden. Het is een taal die hij nu vaker gebruikt en die bepaalde zaken goed kan uitdrukken. Zoals Schicksal: beschikking, (nood)lot, de bepalende wendingen in het leven waarop de mens weinig grip heeft.
Harry Mulisch, wiens moeder Joods was en wiens vader collaboreerde met de Duitse bezetter, zei: ‘Ik ben de Tweede Wereldoorlog.’ Dit geldt in zekere zin ook voor u. En net als in De aanslag is de grilligheid van het lot een leitmotiv in uw romans. Hoe heeft uw familiegeschiedenis uw werk beïnvloed?
‘Mijn vader praatte bijna nooit over de oorlog. Ook ik heb nooit gevraagd: ‘Wat heb je tijdens de oorlog gedaan, papa?’ We spraken over literatuur; hij werd na de oorlog dichter. De Kroatische Waffen-SS bestond voor een deel uit gezwungene freiwillige. Duitsers leefden al driehonderd jaar in Slavonië. Het Duits dat ze spraken was veranderd, er was hooguit nog wat klederdracht. Toen kwam Hitler en zei: jullie zijn Duitsers. Na de oorlog zijn de meesten verdreven. Ook dat is de Europese geschiedenis.
‘Mijn vader was als een blad in de rivier. Maar op één moment heeft hij zijn hele leven met beide handen vastgegrepen. Hij is in Polen gedeserteerd. Dat was heel gevaarlijk, als ze hem hadden gepakt, was hij binnen vijf minuten veroordeeld en doodgeschoten. Maar hij begreep, ik kan niet mitmachen.’ Op een sleutelmoment in de roman wordt de vader opgedragen Poolse burgers dood te schieten bij een vergeldingsactie. Hij eet een rauwe aardappel, wordt ziek en kan niet meedoen.
‘Hij ontsnapte met behulp van het Armia Krajowa, het Poolse ondergrondse leger. Ik weet dat hij Auschwitz vanbuiten heeft gezien. Hij kwam het Rode Leger tegen, ze gaven hem een vrijgeleide. Dat boemazjka (papiertje, red.) heeft zijn leven gered. Ik heb acht jaar geschreven aan De reparatie van de wereld. Ik heb geprobeerd om te begrijpen en niet te oordelen. Hoe kan ik oordelen over mijn vader? Misschien moet je in de zeventig zijn om dat punt te bereiken.
‘Met het boek wilde ik een monument voor mijn ouders oprichten, ook mijn moeder. Ze was een zelfstandige vrouw. Nadat mijn ouders waren gescheiden, wees ze alimentatie af. In haar eentje voedde ze mijn zus en mij op. Ze was alleen met twee kinderen, had altijd meerdere banen. Omdat de communistische partij de scheiding afkeurde, verloor ze haar appartement in Zagreb. We groeiden op tussen stad en platteland, daar had ik een fantastische jeugd. Tot aan het einde geloofde mijn moeder in het communisme. Dat kwam ook door de oorlog, ze had er vier jaar voor gevochten.’
Het Kroatisch nationalisme waar Šnajder over schrijft, behoort allerminst tot het verleden. Teken aan de wand was een concert van de nationalistische zanger Marko Perković ‘Thompson’ in Zagreb begin deze maand.
Een van zijn nummers opent met de zin ‘Voor het vaderland – paraat!’, een leus van de ustaša. Duizenden zongen uit volle borst mee. Het was het grootste concert in de Kroatische geschiedenis, met een half miljoen bezoekers op een bevolking van vier miljoen.
U schrijft over duistere hoofdstukken uit de Kroatische geschiedenis. Hoe wordt daar in Kroatië, waar nationalisme en historisch revisionisme aan de orde van de dag zijn, naar gekeken?
‘Het zijn de duisterste hoofdstukken! Ik schrijf erover omdat dit het enige is wat ertoe doet. Het is een moeilijke geschiedenis. Als ze deze geschiedenis enkel zouden willen vergeten, is dat iets waartegen je kunt vechten. Maar ze willen de geschiedenis omdraaien. We zijn gespleten als land, er is nog altijd geen minimale consensus in Kroatië over het verleden. Enerzijds krijg ik steun van lezers, maar ook word ik aangevallen en is er veel weerstand bij mensen die anders naar het verleden kijken. Soms is het walgelijk wat ik over mezelf moet lezen.’
In uw roman is het huis op de Ilica, dat uiteindelijk wordt gesloopt, een metafoor voor Joegoslavië. U schrijft kritisch, maar ook liefdevol over het land.
‘Natuurlijk, ik ben Joegonostalgisch. Niet omdat Joegoslavië het land van mijn jonge jaren was, het optimisme van de jeugd, toen de kleuren nog scherper waren, et cetera. Er was ook iets heel realistisch aan Joegoslavië. Tot de jaren negentig heb ik me nooit afgevraagd: wat betekent mijn familienaam Šnajder eigenlijk? Gedurende mijn jeugd en studententijd dacht ik nooit na over wat het betekent om Servisch of Kroatisch te zijn.
‘We hebben wortels, we komen allemaal ergens vandaan. Dat is soms een probleem. Mijn voorouders kwamen driehonderd jaar geleden vanuit Duitsland naar Slavonië. Ik zal zeggen: dat is hooguit genealogisch interessant. Neem Berlijn. Ze zeggen dat de stadsnaam komt van het woord Bär, ‘beer’. Nee. Het is een oud Slavisch woord voor tempel. Moeten wij dan tegen de Duitsers zeggen: eruit, dit is van ons? Dat is volslagen idioot, zeker in een gebied dat zo gemengd is als onze Balkan.
‘Tito was weliswaar niet als democraat geboren, maar dit had hij goed gezien. Het doet er niet toe hoe je een kruis slaat, of je katholiek of orthodox (Kroatisch of Servisch, red.) bent. Ik heb hier altijd op gestaan en ik heb ervoor geboet. Waarom werd nationalisme plots zo aantrekkelijk? Ik schrijf erover omdat ik het niet begrijp.
‘De volgende omwenteling in Kroatië – misschien maak ik het nog mee – is verzet tegen de krachten die tijdens de oorlog zijn losgemaakt. De samenleving was betrekkelijk open in de jaren tachtig, maar dat is vernietigd. Zo veel mensen gedood, zo veel families verwoest, zo veel ongeluk, zo veel kwaad. En wat hebben we ervoor in de plaats gekregen?’
In uw roman De engel van het verdwijnen zet u tegenover deze obsessie met afkomst drie belangrijke personages: Anđa Berilo, het kind Magus en Magda. Ze zijn vondelingen, mensen zonder wortels.
‘Dat vond ik heel mooi. Zij zijn heel belangrijk. Ze staan ook voor mijn geloof in de jeugd. Daarom red ik ze allemaal op het laatste moment.’ In een toverachtige passage vliegen het huis en zijn bewoners weg boven de stad. Allemaal, ook Mile Drenjak, een man die zich aansloot bij de fascistische ustaša en nu aan een touw meevliegt.
‘Aan het einde vraagt Anđa aan Drenjak om mee te gaan. Daarvoor vraagt ze toestemming van de kinderen Magus en Magda en die krijgt ze. Dát is belangrijk. Want ook Drenjak is het Kroatische verleden. Ik zou zo blij zijn als ik dat touw kon doorsnijden. Maar we moeten het verleden verwerken, de geschiedenis is nu eenmaal niet wat we willen. Iedereen met hersens in Kroatië begrijpt dit. Maar er zijn duizenden mensen die niet alleen vinden dat Drenjak mee de lucht in moet, ze denken dat hij de piloot moet zijn.’
Welk literair buitenland vindt u het meest interessant?
‘Dat is het koninkrijk van de mythische middeleeuwse priester-koning Pape Jan: een fantasiekoninkrijk, ergens in Azië maar niet ver van Europa. Een staat van rechtvaardigheid, enorme welvaart en, voor middeleeuwse begrippen, democratisch. Het is natuurlijk een utopie. Het is hoop.’
Waarop heeft u uw hoop gevestigd?
‘Op de jeugd. Ik hou van de energie in jeugdbewegingen. In de ziel van de jeugd wakkert altijd een vlam, schreef György Lukács (Hongaarse marxistische filosoof, red.). Ik ben hoopvol, maar we moeten niet vergeten dat het fascisme ook een grote aantrekkingskracht had op jonge mensen.
‘Wat nu in Servië gebeurt is een voorbeeld. De massale demonstraties tegen de regering begonnen heel links en lijken van de ene op de andere dag nationalistischer te zijn geworden.’ Šnajder verwijst naar een recente ontwikkeling bij de jongerendemonstraties tegen de corrupte regering in het buurland, waar eind juni ook sprekers verschenen die het Servisch nationalisme omarmen en bijvoorbeeld de territoriale claim op Kosovo herhalen. In Kroatië wordt daar bezorgd verslag van gedaan.
‘De rebellie van de jeugd is onvermijdelijk, maar welke kant het opgaat is de grote vraag. Uiteindelijk zijn mensen ontvankelijk voor makkelijke beloftes. ‘Ik los alles in één dag op!’ Van Hitler tot Trump. Zelf hou ik van een uitspraak van Nietzsche, die zei: ‘Gedachten die de wereld zullen veranderen, komen op duivenpoten.’ Langzaam, geruisloos. Betrekkelijk hoopvol voor Nietzsche, die toch echt een pessimist was.’
In hoeverre verandert de Europese cultuur door de huidige spanningen met Rusland en de veranderende houding van de Verenigde Staten ten opzichte van Europa?
‘Ik heb nooit echt dat anti-Amerikaanse ressentiment gehad dat zo typisch is op links, hoewel ik zelf links ben. Die verachting van Amerikaanse cultuur, het hoogmoedige van de Europeanen. We moeten niet vergeten dat de beweging van 1968, die ook voor ons in Joegoslavië belangrijk was – wij demonstreerden destijds ook – begon in de Verenigde Staten.
‘Ik ben er vaak geweest en zag daar dingen die me bevielen en die me minder goed bevielen. Trump is een oranje primaat. Maar Amerika is zo groot dat er veel dingen geboren kunnen worden, ook goede dingen. Misschien zal Amerika het probleem van Trump zelf oplossen.
‘Europa verkeert in een treurige staat. Het zou zichzelf moeten verenigen. Niet zoals Oostenrijk-Hongarije of Joegoslavië vroeger, het is duidelijk dat dit niet functioneert. Maar economische en militaire eenheid is noodzakelijk, overduidelijk vanwege de Russische dreiging.
‘Geen land kan zich alleen tegen Rusland verdedigen als het erop aankomt. Rusland is zo groot en een mensenleven is daar bijna niets waard. Behalve in de Russische literatuur dan. Anderzijds zou het verkeerd zijn als Europa ophoudt bij de Russische grens, het behoort ook tot Europa. Kunnen we ons Europa voorstellen zonder Russische componisten?’
Wat maakt Europa mooi?
‘Europa is beslist prachtig. Beslist. De grote Kroatische schrijver Miroslav Krleža schreef in 1938: Europa is een oude dame, gebalsemd in een doodskist, wachtend om te worden verbrand. Hij zag wat zich aan de horizon bevond. Nu staat Europa weer in brand. Wie had dat twintig, nee, vier jaar geleden kunnen bedenken? Maar ook oude vrouwen zijn mooi. Erg mooi zelfs, spiritueel ook. Europa is ons huis: wij zijn alleen maar thuis in Europa.’
Slobodan Šnajder: De reparatie van de wereld. Vertaald uit het Kroatisch door Roel Schuyt. Wereldbibliotheek; 480 pagina’s, € 29,99.
Slobodan Šnajder: De engel van het verdwijnen. Vertaald uit het Kroatisch door Roel Schuyt. Wereldbibliotheek; 416 pagina’s, € 27,99.
CV Slobodan Šnajder
1948 Geboren in Zagreb.
1966 Studeert Engels en filosofie in Zagreb.
1968 Literair debuut. Šnajder schrijft toneel, essays en proza.
2015 Publicatie De reparatie van de wereld (Nederlandse vertaling 2020).
2021 Nominatie shortlist Europese literatuurprijs.
2023 Publicatie De engel van het verdwijnen (Nederlandse vertaling 2024).
2025 Nominatie longlist Europese literatuurprijs.
2025 Toekenning van de prestigieuze Miroslav Krleža-prijs, die wordt uitgereikt aan ‘een roman van uitzonderlijk belang voor de Kroatische literatuur en cultuur’ voor De engel van het verdwijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant