Home

Kabinet wil asielzoekers vaker vastzetten om ze vervolgens over te dragen naar het land waar ze asiel hebben aangevraagd

Asiel Een proef van het ministerie van Asiel en Migratie moet ervoor zorgen dat meer asielzoekers worden overgedragen aan het Europese land dat verantwoordelijk is voor hun asielaanvraag.

Het asielzoekerscentrum van het COA in Ter Apel.

Het ministerie van Asiel en Migratie wil vreemdelingendetentie inzetten voor asielzoekers die naar een ander Europees land moeten worden overgedragen. Dat melden bronnen aan NRC. De maatregel richt zich op asielzoekers die uit een ander Europees land – bijvoorbeeld Italië of België – naar Nederland zijn gereisd en daar soms al een asielaanvraag hebben ingediend.

Door hen in vreemdelingendetentie te plaatsen, wil het ministerie de kans vergroten dat zij daadwerkelijk worden overgedragen aan het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvraag. Volgens de Dublinverordening is dat het eerste Europese land waar een asielzoeker aankomt. Asielzoekers voor wie zo’n overdracht geldt, worden ook wel ‘Dublinclaimanten’ genoemd.

De proef is de eerste ingrijpende maatregel van het kabinet-Jetten voor asielzoekers die weinig kans maken op een verblijfsvergunning in Nederland. Het kabinet wil daarmee de asielinstroom terugdringen, misbruik van asielprocedures tegengaan en voorkomen dat asielzoekers in de illegaliteit verdwijnen voordat zij kunnen worden overgedragen aan een andere Europese lidstaat. Het ministerie van Asiel en Migratie kon nog niet reageren op vragen van NRC. Het COA bevestigt het bestaan van de „pilot”.

Ook moet de maatregel de druk op de opvangcapaciteit van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) verlichten. Als vreemdelingen sneller worden overgedragen aan het land dat verantwoordelijk is voor hun asielaanvraag, komen opvangplekken eerder vrij. De bezettingsgraad van de opvanglocaties ligt momenteel ruim boven de 100 procent. Het doel is, volgens bronnen, om wekelijks ten minste vijf vreemdelingen in het traject op te nemen.

Voor het kabinet-Jetten heeft de aanpak van Dublinclaimanten prioriteit, omdat deze groep relatief groot is. In opvanglocaties van het COA verblijven op dit moment ruim 3.300 zulke personen, blijkt uit cijfers die zijn opgevraagd bij het opvangorgaan. Dat is ruim 4 procent van het totale aantal asielzoekers. Vorig jaar werden circa 3.200 asielaanvragen afgewezen op grond van de Dublinverordening, dus onder meer aanvragen die in een ander Europees land zijn gedaan.

Bredere beleidswijziging

De detentiemaatregel sluit aan bij een bredere beleidswijziging rond Dublinclaimanten. Sinds de invoering van het Europese migratiepact in juni hebben zij geen recht meer op reguliere opvang, maar alleen op onderdak en basisvoorzieningen in speciale afdelingen van asielzoekerscentra. Daar staan zij onder verscherpt toezicht en ontvangen zij minder leefgeld.

Volgens bronnen werd enkele jaren terug al geëxperimenteerd met het in vreemdelingendetentie plaatsen van Dublinclaimanten, maar dat plan verdween destijds van tafel. Het COA, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) hebben nu de opdracht gekregen de maatregel alsnog uit te voeren.

Vreemdelingen met twee of meer zogeheten ‘Eurodac-hits’, waaruit blijkt dat zij eerder in andere EU-landen zijn geregistreerd, worden via een geautomatiseerde screening door de IND geselecteerd voor mogelijke vreemdelingendetentie en overdracht. Daarnaast kan het COA ook bewoners van opvanglocaties voordragen. Minderjarigen, gezinnen en vreemdelingen met medische problematiek zijn van de aanpak uitgesloten. Het COA geeft geen antwoord op de vraag hoeveel bewoners zij zelf verwacht aan te dragen.

De detentiemaatregel wordt ondersteund door nieuwe Europese regels die de overheid meer tijd geven om Dublinclaimanten over te dragen aan andere lidstaten. Dat vergroot de kans dat vreemdelingendetentie daadwerkelijk leidt tot een overdracht. Waar de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) vreemdelingen voorheen doorgaans binnen zes maanden moest overdragen, en in sommige gevallen binnen achttien maanden, geldt onder het nieuwe migratiepact een maximale termijn van drie jaar.

Speciale afdelingen ingericht

Momenteel verblijven 3.336 Dublinclaimanten verspreid over verschillende COA-opvanglocaties. Het merendeel van de mensen komt uit Syrië (361), Nigeria (299), Soedan (231), Eritrea (210) en Turkije (203), blijkt uit cijfers opgevraagd bij het COA. De gemiddelde verblijfsduur van Dublinclaimanten die nu bij het COA verblijven is 236 dagen, volgens een woordvoerder van het COA. In Gouda en Enschede zijn op de azc’s speciale afdelingen voor Dublinclaimanten ingericht. Het is de bedoeling dat er de komende maanden meer van zulke afdelingen bij komen. Volgens Olivier Sprée, beleidsadviseur bij het COA, zorgt de concentratie van Dublinclaimanten ervoor dat er beter zicht is op deze doelgroep. Daarmee probeert het COA te voorkomen dat Nederland uiteindelijk verantwoordelijk wordt voor de behandeling van een asielaanvraag, zegt Sprée in een interview met Mens en Migratie, het magazine van COA, IND en DT&V. Sprée noemt de nieuwe opvangvorm „een stuk effectiever”, maar waarschuwt ook voor een mogelijk neveneffect: vreemdelingen zouden eerder onder de radar kunnen gaan.

Of de aanpak werkt, zal moeten blijken. Zeker is dat Dublinclaimanten nog niet naar Italië kunnen worden teruggeplaatst. De rechtbank in Den Haag oordeelde deze week dat de minister nog onvoldoende heeft aangetoond dat de opvang daar op orde is om vreemdelingen terug te kunnen sturen.

Migratie en vluchtelingen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next