Monopolie Ook al neemt Google op de markt van digitale advertentiesystemen een monopoliepositie in, het bedrijf hoeft niet opgebroken te worden. „Weer een teken dat pogingen om Big Tech aan banden te leggen falen.”
De Google Store bij het hoofdkwartier van Google in Mountain View, Californië.
Voor de tweede keer is Google de dans ontsprongen. Een dreigende opsplitsing van de techreus is opnieuw afgewend, nu een Amerikaanse rechter woensdag heeft bepaald dat de onderneming geen onderdelen van zijn digitale advertentiebedrijf hoeft af te stoten.
Omdat de rechter vorig jaar had geoordeeld dat Google op de advertentiemarkt een illegale monopoliepositie inneemt, eiste het ministerie van Justitie vervolgens ontmanteling van de tak waarin Google zijn advertentietechnologie heeft ondergebracht. Maar daarin ging de rechter niet mee. Wel moet het bedrijf maatregelen nemen om zijn machtspositie op dit terrein in te perken. Maar wat die precies behelzen, wordt pas later deze maand bekendgemaakt.
Ook in een eerdere zaak hing Google aanvankelijk opsplitsing boven het hoofd – toen omdat een rechter vaststelde dat het techbedrijf op de markt voor zoekmachines als monopolist gehandeld had. Maar ook in die rechtszaak schrok de rechter uiteindelijk terug voor het opbreken van Google door gedwongen verkoop van bedrijfsonderdelen – de populaire webbrowser Chrome en het besturingssysteem Android. Het bedrijf werd wel verplicht bepaalde data met zijn concurrenten te delen, een veel minder drastische maatregel.
Het vonnis van woensdag markeert „het einde van een periode van bijna twee decennia waarin Google gevaar liep onder de Amerikaanse mededingingswetgeving”, schrijft The Wall Street Journal. Die periode begon toen de regering van president Obama (2009-2017) overwoog het bedrijf aan te klagen wegens monopolistisch gedrag. De zaak die woensdag is afgesloten, begon in 2023 met een aanklacht van de regering-Biden tegen Google en werd voortgezet door het ministerie van Justitie van de regering-Trump.
Cristina Caffara, mededingingsexpert die zowel in de VS als in Europa nauw betrokken was bij eerdere aanklachten tegen het monopolistische gedrag van Google op de advertentiemarkt, oordeelt hard over de uitkomst van de zaak die woensdag bekend werd. „Het is onmogelijk om de Big Tech-bedrijven nog te temmen”, concludeert ze in een telefonische reactie. „Het is Europa niet gelukt, en nu blijkt dat ook dat Amerika erin gefaald heeft.”
Van de nog bekend te maken maatregelen die Google moet nemen om zijn machtspositie in te perken, verwacht Caffara niets: „Dit is voor honderd procent een overwinning voor Google. En mensen die er anders over denken, of nog hoop vestigen op de Europese Commissie, zijn lachwekkend.” De boetes van honderden miljoenen euro’s die de Commissie aan Google heeft opgelegd wuift ze weg: „Voor een bedrijf zo groot als Google is dat koffiegeld.”
De „grote overwinning” van Google is volgens The New York Times „weer een teken dat de pogingen van de regering om de macht van de grootste techbedrijven aan banden te leggen” falen. Vorig jaar verloor de Federal Trade Commission (FTC), de Amerikaanse mededingingswaakhond, een zaak tegen Meta, waarin de FTC betoogde dat het socialemediabedrijf zich een monopoliepositie had verschaft door zijn rivalen Instagram en WhatsApp over te nemen. Rechtszaken van de Amerikaanse overheid tegen Amazon en Apple wegens monopolistisch gedrag moeten nog voor komen.
In de zaak tegen Google stelde het ministerie van Justitie dat het techbedrijf de controle heeft over alle onderdelen van het systeem waarmee online advertenties worden verkocht: de technologie waarmee uitgevers van websites advertentieruimte beschikbaar stellen voor adverteerders, de technologie waarmee adverteerders in een razendsnelle veiling op die advertentieruimte bieden, en de technologie die beide partijen (koper en verkoper van de advertentieruimte) bij elkaar brengt, de zogeheten „ad exchange”, of AdX. Alleen als Google gedwongen zou worden dat laatste systeem te verkopen, zouden volgens het ministerie vrije-marktomstandigheden hersteld kunnen worden – en de aan klanten doorberekende advertentiekosten kunnen gaan dalen.
Hoewel de rechter die eis afwees, zei het ministerie in een reactie niet helemaal ontevreden te zijn over de uitkomst: „We zijn een stap dichter bij het herstel van concurrentie en verlichting voor de Amerikaanse bevolking op online-advertentiemarkten.”