Home

Strenger migratiebeleid raakt krimpend Japan: ‘Wij overleven dankzij buitenlands personeel’

Japan kampt met acute arbeidstekorten en een strenger migratiebeleid maakt het voor buitenlandse werknemers niet makkelijker om zich in het land te vestigen. In de ouderenzorg van het meest vergrijsde land ter wereld houden ze hun hart dan ook vast. ‘Japanse vrouwen willen dit werk niet eens doen.’

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze doet verslag vanuit een bejaardentehuis in Murouen, een gehucht in de Japanse prefectuur Nara.

Als het tijd is voor haar bad hoopt Sayuki Matsumoto (89) dat een Japanse bejaardenverzorger dienst heeft. ‘Buitenlanders storten het warme water zomaar uit over mijn hoofd. Ze kunnen niet zo zacht wassen als Japanse vrouwen dat doen.’

Haar buurman, een voormalig ijzergieter genaamd Yoshifumi Terada, barst in lachen uit. ‘Japanse vrouwen willen dit werk niet eens doen! We mogen blij zijn dat mensen uit het buitenland ons komen verzorgen.’

Buiten de badkamer maakt het Matsumoto, een frêle dame met een kort asymmetrisch kapsel die op de afdeling voor licht dementerende ouderen woont, geen snars uit wie haar verzorgt. Zolang de 32 buitenlandse werknemers van het Chidori-bejaardentehuis maar Japans spreken.

Japanse les

Google Translate is onmisbaar op de werkvloer van dit bejaardentehuis in het stadje Ikoma in Midden-Japan. Naast honderd bedden voor vaste bewoners heeft het tehuis ook veertig kamers voor tijdelijke opname. Een speciaal aangetrokken docent geeft onder werktijd Japanse les aan de 20 procent van het personeelsbestand die afkomstig is uit Zuidoost-Azië.

‘We doen alles om buitenlandse krachten te behouden, want de komende decennia hebben we er alleen maar meer nodig’, zegt Chidori-directeur Tsuruta Kouichi (56).

Hij regelt hun huisvesting, de elektrische fietsen voor woon-werkverkeer, hulp bij het invullen van de formulieren voor de immigratiedienst en al het andere wat buitenlandse werknemers verder nog nodig hebben om goed te kunnen functioneren. Zoals een baan voor de echtgenoot van de Indonesische bejaardenverzorger Siti Rofiah (30), vertelt Kouichi. ‘De werktijden in onze wasserette sluiten aan bij de tijden van de kinderopvang. Hij kan die baan combineren met de zorg voor hun kindje, zodat Siti haar nachtdiensten kan blijven doen.’

Ondanks dit maatwerk piekert Kouichi zich suf: hoe kan hij een aantrekkelijke werkgever blijven nu de nieuwe Japanse premier Sanae Takaichi onlangs een strenger immigratiebeleid heeft ingevoerd? Het is duurder en ingewikkelder geworden om Japan binnen te komen en wie er langdurig wil verblijven, moet voldoen aan strengere eisen dan voorheen.

Zo worden er harde voorwaarden gesteld aan de beheersing van de Japanse taal en het verlengen van een verblijfsvergunning is veel duurder geworden. Het is slechts een greep uit de vele maatregelen waarmee Takaichi tot ‘ordelijke’ immigratie wil komen.

‘Stel dat dit beleid buitenlandse zorgverleners zo afschrikt dat ze niet meer naar Japan willen komen? Dan hebben we pas echt een probleem’, zegt Kouichi.

Krimpende bevolking

Geen land ter wereld vergrijst zo snel als Japan. Nu al krimpt de bevolking jaarlijks met 900 duizend mensen. Omdat er in een land waar ruim 30 procent van de inwoners ouder is dan 60 jaar steeds minder kinderen worden geboren, zal de krimp binnenkort oplopen tot een miljoen mensen.

Opeenvolgende regeringen hebben het thema immigratie echter links laten liggen, omdat een onderwerp als ‘buitenlandse arbeiders’ gevoelig ligt bij Japanners, die hechten aan hun eigen cultuur en hun etnische homogeniteit.

Het aantal buitenlanders dat naar Japan komt om te werken stijgt echter sinds het einde van de coronapandemie met jaarlijks 10 procent, en dat is voor Japanse begrippen explosief. Japanners zien bovendien steeds meer buitenlanders in het straatbeeld – overwegend vakantiegangers die profiteren van de goedkope Japanse munt of op het land afkomen door een overheidscampagne die, onder het motto ‘Cool Japan’, het toerisme stimuleert.

‘Politici houden de bevolking voor dat de immigratie beheersbaar en ordelijk zal verlopen. Maar het wordt de hoogste tijd dat Japanners wennen aan het idee dat er dit decennium tien miljoen buitenlanders bijkomen om de krimp van de beroepsbevolking op te vangen’, zegt immigratie-expert Toshihiro Menju.

Eerder dit jaar schreef hij een boek met dat voor Japanners schokkende getal, tien miljoen migranten, op de cover. Sindsdien weten de talkshows hem te vinden. ‘Daar probeer ik immigratiebeleid bespreekbaar te maken, terwijl het politieke klimaat zich juist in tegengestelde richting begeeft’, aldus Menju.

Dat heeft te maken met de opkomst van Sanseito, de radicaal-rechtse partij die met haar felle campagne tegen een ‘stille invasie’ door Chinezen en moslims vorig jaar zomer onverwachts 14 zetels in het Hogerhuis behaalde. Daarop reageerde premier Takaichi net als de leiders van Europese middenpartijen, die onder druk van het succes van radicaal-rechts beloofden grip op migratie te krijgen.

In de hoop dat haar kiezers niet afdwalen naar Sanseito kwam Takaichi met een strenger migratiebeleid, terwijl er juist meer arbeidsmigranten nodig zijn voor haar ambitie de economie harder te laten groeien dan de magere 1,1 procent van het afgelopen kwartaal. ‘Haar beleid staat haaks op de werkelijkheid. Dat leidt tot zo veel tegenstrijdigheden dat er verwarring ontstaat bij het grote publiek, dat in de regel volgt wat de overheid zegt’, aldus Menju.

Rituele reiniging

Waar die verwarring in de praktijk toe leidt, ondervindt Siti Rofiah. Als islamitische werknemer van het Chidori-bejaardentehuis bidt ze onder werktijd in een smetteloze kamer met handdouche voor rituele reiniging. Op de deur hangt een bordje in het Engels en Indonesisch met het opschrift ‘gebedsruimte’.

Maar buiten werktijd is het lastiger geworden, vertelt Rofiah. ‘Tijdens het Suikerfeest kwam een groep Japanners naar onze gebedsruimte. Ze zeiden dat we daar weg moesten. Dan zit er niets anders op dan te zeggen dat je het begrijpt en op zoek te gaan naar een andere plek.’

Zeven jaar geleden had Japan een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de Javaanse, die als hobby ‘alles rond hygiëne’ noemt. ‘Net als Japanners ben ik dol op schoonmaken, dus ik had een prima leven hier, tot vorig jaar zomer de sfeer tegenover moslims veranderde. Dat is teleurstellend, maar ik trek het me niet persoonlijk aan.’

Over een jaar of vijf gaat ze toch terug naar Indonesië, zegt Rofiah. ‘Dan hebben mijn eigen bejaarde ouders me nodig. Bovendien is het aanvragen van een permanente verblijfsvergunning tegenwoordig vreselijk ingewikkeld.’

Slaapgebrek

De gaten op de Japanse arbeidsmarkt worden steeds groter. In 2019, toen het land schoorvoetend een speciale visumregeling voor arbeidsmigratie invoerde, kampten de zorg, de bouw, de landbouw en de industrie al jaren met personeelstekorten. Nu komen ook de dienstensector en de IT in de problemen en dreigen sectoren die speerpunt zijn van Takaichi’s beleid, zoals de scheepsbouw, vast te lopen door onvervulde vacatures.

Takaichi zou weinig interesse hebben in adviezen van ervaren ambtenaren of het Japanse bedrijfsleven hierover. Ze laat zich erop voorstaan niet aan achterkamertjespolitiek te doen. Nu haar onwaarschijnlijk hoge populariteitscijfers beginnen te dalen, probeert ze via sociale media haar achterban te mobiliseren met berichtjes over haar slaapgebrek en de eenzaamheid waarmee ze als hardwerkende premier kampt.

In stilte werkt de overheidsbureaucratie al jarenlang aan integratiebeleid voor de vier miljoen buitenlanders die al in Japan verblijven, zoals uitbreiding van de mogelijkheden om Japans te leren, zegt immigratie-expert Menju. ‘Het wachten is op de politiek. Die moet zeggen: nu we migratie onder controle hebben, richten we ons op de economie en zijn er meer buitenlandse arbeidskrachten nodig.’

Bosbouwers

Dat geldt zeker voor de ouderenzorg, die als een van de eerste sectoren te maken kreeg met personeelstekorten. Werken in de bejaardenzorg is onder Japanners niet populair wegens het lichamelijk zware werk en de onregelmatige uren.

Lang voordat de krimp van het aantal Japanse werknemers in de ouderenzorg in 2023 inzette, had Toshikazu Nakano, directeur van het Murouen-bejaardentehuis, al buitenlands zorgpersoneel in dienst. Het Murouen-bejaardentehuis, gelegen in een gelijknamig gehucht, werd bijna vier decennia geleden gebouwd voor een destijds levendige gemeenschap van bosbouwers. Nu klinkt in de bergkloof slechts het geluid van een kletterende rivier en krakende bamboebosjes.

‘Dit is ontvolkt gebied: nadat jongeren waren vertrokken, bleven ouderen over en ook die bevolking verdwijnt. Stadsmensen die te hoop lopen tegen migranten hebben geen idee wat ontvolking in de praktijk betekent. Wij overleven alleen dankzij onze buitenlandse werknemers’, aldus Nakano.

Bij de eerste lichting buitenlands zorgpersoneel, tien jaar geleden, vreesde hij ongemakkelijke situaties met het handjevol mensen dat nog niet was vertrokken, dus nam hij de nieuwkomers mee uit wandelen. ‘Nadat ik het zorgpersoneel tijdens wandelingen had voorgesteld, ging het vanzelf. De plaatselijke boeren deelden vers geoogste radijzen met ons personeel.’ Ook Nakano’s andere angst, dat de ouderen buitenlandse handen aan hun bed niet zouden accepteren, bleek ongegrond.

Tegenwoordig komt de helft van de veertig verzorgers van de ongeveer honderd bejaarden die hier achter zachtroze rolgordijnen de dagen doorbrengen niet uit Japan. Vrouwen uit allerlei Aziatische landen lepelen zachte kip in een lekker sausje naar binnen bij bewoners die te fragiel zijn om zelfstandig te eten.

Nakano’s enige probleem is dat veel buitenlandse werknemers het na een paar jaar wel hebben gezien in de stille kloof. Twintig van de veertig buitenlandse krachten die hij in de loop van de jaren heeft aangenomen zijn vertrokken, ondanks zijn pogingen de arbeidsomstandigheden zo aangenaam mogelijk te maken. Zo laat hij eens per week een busje naar het dichtstbijzijnde stadje rijden zodat het personeel boodschappen kan doen en heeft hij twee verlaten woningen gekocht om buitenlands personeel te huisvesten. Trots laat hij filmpjes zien die Vietnamese werknemers hem op hun vrije dag sturen. ‘Hier zijn ze aan het eten, ze nemen er een shotje bij. Ze hebben echt lol samen.’

Kinderopvang

Deze bergstreek is mijn tweede huis geworden, zegt de 34-jarige Hieu, afkomstig uit de dichtbevolkte Mekong-delta in het zuiden van Vietnam. Met haar Vietnamese echtgenoot woont ze in een iets minder doods plaatsje verderop. Tijdens haar zwangerschap leefde heel Murouen mee, zo zeldzaam is nieuw leven hier. Nakano regelde een visum voor haar moeder, zodat Hieu er na de bevalling niet alleen voor stond, plus het papierwerk voor haar ziekenhuisopname en de inschrijving voor de kinderopvang.

Inmiddels is Hieu zo geïntegreerd dat ze met haar onberispelijke Japans zelfs lid kon worden van de buurtvereniging. Zulke verenigingen houden overal in Japan de woonomgeving netjes. Na tien jaar in Murouen heeft Hieu niet alleen het ingewikkelde systeem voor het ophalen van gescheiden afval in de vingers, ze heeft een heus sociaal netwerk. ‘Dat begon met grasmaaien en greppels uitmesten met de buurtvereniging. Tegenwoordig springen de buren bij als we hulp nodig hebben met ons kindje. Ik wil hier nooit meer weg.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next