Home

Hoe groen kan beton zijn? Betonland Nederland heeft zijn draai nog niet gevonden

Beton is een van de meest gebruikte bouwmaterialen ter wereld, maar de productie ervan is zeer milieubelastend. Een oplossing is ‘groener’ beton. Maar in betonland is daarover een heftig debat gaande. ‘Iedereen ziet dat dit proces belachelijk is.’

is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie.

Te midden van alle machines en stoffigheid is het moeilijk voor te stellen, maar op een industrieterrein in Zaandam wordt de planeet een dienst bewezen. In een loods van het bedrijf Urban Mine schept een graafmachine kapotte stoeptegels, verkeersdrempels en andere betonnen brokstukken op een lopende band. Enkele hallen verder zijn die grotendeels gereduceerd tot hun oorspronkelijke ingrediënten: zand, kiezelstenen en cement. Klaar om verwerkt te worden in nieuw beton.

Ten opzichte van nieuw beton is de CO2-voetafdruk van dit gerecylede bouw­ma­te­ri­aal ongeveer 80 procent lager. En dat scheelt een slok op een borrel voor het klimaat. Beton (na water het meest gebruikte materiaal ter wereld) is namelijk goed voor ongeveer 7 tot 8 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Vooral cement, het magische ingrediënt dat grind en zand bijeenklinkt, is een grote broeikasbron. Daarvoor moet kalk in ovens verhit worden tot ruim 1.400 graden.

Het geheim van de smid is een apparaat ter grootte van een flinke bestelbus. Daarin wordt een stroom betonbrokjes verder vergruist en op een ingenieuze manier gefilterd. Zo wordt ongeveer 30 procent van het cement ‘vrijgemaakt’ uit het beton. De rest blijft achter in het zand en grind, dat ook weer goed hergebruikt kan worden.

Je zou zeggen dat Urban Mine goud in handen heeft met deze gepatenteerde technologie. Maar dat valt vooralsnog tegen. Want zo snel als de techniek van groen beton is ontwikkeld, zo taai is de strijd om het grootschalig in de bouw toe te passen.

‘We zijn er al acht jaar mee bezig en het is af en toe om moedeloos van te worden’, zegt commercieel directeur Sven Hiskemuller van der Zijden van Urban Mine. Hiskemuller pakt een hand ‘vrijgemaakte’ kiezelstenen. De steentjes zijn voor een groot gedeelte schoon maar er kleeft ook nog wat oud beton aan. Over deze ‘freegravel’ is Urban Mine nu in een vervelende discussie beland met Komo, een belangrijk keurmerk dat vereist is voor eigenlijk al het beton bij bouwprojecten van de overheid.

Schone steentjes

Vorig jaar ging in Zaandam de vlag uit toen na drie jaar wikken en wegen de betonrichtlijnen van Komo werden aangepast zodat Freegravel niet langer voor 30 maar tot wel 100 procent toegepast mag worden in constructief beton. Terecht, zegt Hiskemuller, uit onderzoek van de TU Delft en Rijkswaterstaat blijkt namelijk dat de cementige kiezels even sterk beton opleveren als ‘schone’ steentjes. Misschien zelfs sterker.

Maar in februari werd Urban Mine onaangenaam verrast door Kiwa, het bedrijf dat in opdracht van Komo controleert of bedrijven aan de richtlijnen van het keurmerk voldoen. Dat stelde dat het beton met meer freegravel toch niet zou mogen. En het onderzoek van Rijkswaterstaat en de TU Delft zou niet voldoende bewijs zijn.

Bij Urban Mine kunnen ze die obstructie niet los zien van het ‘college van deskundigen’ dat bij Komo waakt over de richtlijnen. De meeste leden van dat college hebben direct of indirect banden met de gevestigde betonproducenten, zegt Hiskemuller. ‘Het is in mijn ogen alsof Peugeot en Volkswagen bepalen dat Tesla niet veilig de weg op mag. Iedereen ziet dat dat belachelijk is, maar in de bouw werkt het dus wel zo.’

Jacqueline Cramer onderschrijft die klacht. Als voorzitter van het Betonakkoord zet de voormalige minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zich sinds 2018 in voor het verduurzamen van de betonproductie in Nederland. Samen met de betonproducenten, ingenieursbureaus, bouwbedrijven, provincies, gemeenten en Rijkswaterstaat zijn heel wat stappen gezet.

Zo is er een keur van mogelijkheden gevonden om beton duurzamer te produceren. Daarna is er een routekaart opgesteld om tot een ‘zeer ambitieus maar haalbaar doel’ te komen: in 2030 moet de betonproductie in Nederland 70 procent minder CO2 uitstoten dan in 1990. En alle betonnen bouwwerken die gesloopt worden, moeten gerecycled worden.

Vanaf volgend jaar zijn er ook nog nieuwe aanbestedingsregels voor de bouw van bruggen, viaducten en andere infrastructuur. Daarin wordt wettelijk voorgeschreven dat het gebruikte beton een steeds lagere CO2-voetafdruk krijgt. Bij de bouw van woningen en kantoren zal zo’n 70 procent van de opdrachtgevers ook die eisen stellen.

Onoverzichtelijke situatie

Maar nu groener beton ‘mainstream’ moet worden, loopt de ontwikkeling vast op de regels om het te mogen toepassen in de bouw. Cramer: ‘Het proces om dat voor elkaar te krijgen duurt te lang, is ondoorzichtig en het biedt te veel ruimte tot vertragen door bedrijven met gevestigde belangen.’ En dat is niet alleen een Nederlands probleem, ziet Cramer. Afgelopen maand stuurde een groep Europese bedrijven nog een brief naar de Europese Commissie omdat zij met alternatieven voor beton vastlopen in de regels voor bouwmaterialen.

Dat je niet zomaar een brug mag bouwen met beton vol nieuwe ingrediënten is logisch. Een bouwwerk moet stevig zijn. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de bouw kan blijven vernieuwen. Om die belangen in evenwicht te brengen is in de loop van de tijd een kerstboom aan regels en instanties opgetuigd.

Bovenaan staat het Europees bureau dat normen voor beton en andere bouwmaterialen afgeeft. Het Nederlandse norminstituut NEN vertegenwoordigt Nederland in Europa en bepaalt daarnaast nationale normen voor betontoepassingen. Het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CRWO) stelt ‘prenormen’ op voor nieuwe bouwtechnieken. Vervolgens zijn er ook nog ‘certificerende instellingen’ (zoals Kiwa) die keurmerken (zoals Komo) afgeven en erop toezien dat producten daadwerkelijk aan de normen voldoen.

‘Alleen al de verschillende procedures bij die clubs maken het onoverzichtelijk’, vindt Cramer. Het centrale probleem is in haar ogen dat in dit hele proces ‘de markt’ bepaalt hoe normen, prenormen en keurmerken eruit moeten zien. ‘De commissies die de regels bepalen, bestaan uit vertegenwoordigers van bedrijven, kennisinstellingen en de overheid. Die moeten consensus bereiken over de manier waarop nieuwe materialen en technieken toegepast mogen worden. Maar binnen die commissies zijn bedrijven met grote belangen dominant. Zij nemen alle tijd terwijl innovatieve bedrijven geduldig moeten afwachten.’

Dat het hele proces tijdrovend en niet transparant is, wordt in meer- of mindere mate onderkend door alle instellingen die normen, richtlijnen en keurmerken afgeven. ‘We hebben het veel te ingewikkeld gemaakt in Nederland’, zegt directeur-bestuurder Pieter Litjens van CROW. ‘Dat moet echt anders.’ De woordvoerder van Betonhuis, de brancheorganisatie van betonbedrijven, vindt eveneens dat het opstellen van bouwnormen transparanter moet.

Bouwketen

Maar allemaal wijzen ze erop dat nieuwe technieken in de bouw nou eenmaal veilig en controleerbaar moeten zijn. En dat het niet gek is dat er daarom vertegenwoordigers uit de hele bouwketen betrokken zijn bij het opstellen van normen en richtlijnen. ‘Wij hebben zelfs de wettelijke taak alle belanghebbende partijen te betrekken’, zegt de woordvoerder van NEN.

‘Het beeld dat alleen gevestigde beton- en cementbedrijven de emmer achter de boot gooien, herken ik ook niet’, zegt Litjens. ‘Opdrachtgevers, vooral overheden, zijn risico-avers en dus ook terughoudend met nieuwe ingrediënten voor beton.’ Het vraagstuk van recyling is ook ingewikkeld, benadrukt Litjens. Maar uiteindelijk is de vraag niet óf de betonproductie verder zal verduurzamen, zegt de woordvoerder van Betonhuis. ‘De vraag is alleen: wanneer precies?’

Cramer vindt dat niet urgent genoeg. ‘We hebben gedeelde ambitieuze doelstellingen voor 2030 om de CO2-uitstoot flink terug te brengen, het moet goed maar wel sneller.’ Zij pleit dus voor één commissie van experts die betoninnovaties heel transparant beoordeelt. ‘Deze mensen moeten door de overheid betaald worden, zodat elke schijn van belangenverstrengeling wordt voorkomen.’

Verantwoord verduurzamen is volgens Edwin Vermeulen ook precies wat Komo nastreeft. Vermeulen is werkzaam bij het Cement&Betoncentrum en voorzitter van het college van deskundigen van Komo. Dat zijn college vindt dat de kiezels van Urban Mine nog niet voor 100 procent toegepast mogen worden, heeft niets met bewust vertragen te maken, stelt hij. ‘De techniek van Urban Mine is mooi en ze zijn er bijna, maar er is nog iets meer onderbouwing nodig dat het ook echt tegen dwarskrachten bestand is.’

Voor Urban Mine komt dit dus neer op nieuwe discussie en onzekerheid. Iets waar Hiskemuller en zijn collega’s tot voor kort behoorlijk over in konden zitten. Maar sinds enkele weken is bij het bedrijf weer optimisme dankzij een nieuwe investeerder. Die gelooft in de potentie van de techniek en onder de nieuwe naam SL Materials zet het bedrijf nu in op een snelle uitbreiding in Groot-Brittannië. Hiskemuller: ‘Want daar worden we niet tegengewerkt.’

Duurzaam beton

Er zijn grofweg drie manieren waarop beton duurzamer geproduceerd kan worden.

1. Circulair(der) beton maken

Na de sloop van gebouwen, bruggen of andere infrastructuur, wordt betonpuin van oudsher gebruikt als fundament voor wegen. Deze ‘downcycling’ is zonde. Beton kan in principe eeuwen mee, zo bewijst ondermeer het Pantheon in Rome.

Direct hergebruik van betonnen elementen is het allerbest voor het klimaat. In het ontwerp van betonnen constructies worden daarom al vaker standaard betonnen elementen verwerkt die na de sloop een tweede leven kunnen krijgen. Daarnaast zijn er door Urban Mine en enkele andere bedrijven afgelopen jaren technieken gevonden om betonpuin hoogwaardiger te recyclen.

2. Cement vervangen door alternatieven

Het beton uit de oudheid werkte dankzij een natuurlijk gecreëerd cement: vulkanische as. En er zijn meer alternatieven om te gebruiken als ‘klinker’ voor zand en kiezels.

Nu al wordt in Nederland een significant deel van het beton gemaakt met hoogovenslakken, een bijproduct van de staalindustrie. Dat is een van de belangrijke redenen dat het beton in Nederland relatief lage CO2-voetafdruk heeft. Hoogovenslak is in Europa zelfs zo gewild dat het wordt geïmporteerd vanuit China, wat vanuit duurzaamheidsoogpunt niet erg logisch is. In Azië wordt nog altijd volop gebouwd en voor het klimaat zou het dus efficiënter zijn om de slakken daar in het beton te verwerken. Bovendien wil Europa op termijn ‘groen staal’ gaan produceren, waarbij geen hoogovenslak meer vrijkomt.

Dus wordt er nu ook gekeken naar fijngemalen glas of ‘vliegas’ uit kolencentrales. Al zijn dit alternatieven die voor klimaat en milieu ook allemaal nadelen kennen. Ten slotte is er ook nog de grondstof die de Romeinen dus al gebruikten: vulkanische as. Rondom vulkanen wereldwijd is er nog genoeg van te vinden dat betrekkelijk eenvoudig verwerkt kan worden tot klinker.

3. ‘Klimaatpositief beton’

Er zijn materialen die reageren met CO2 in de lucht en op die manier voor ‘negatieve emissies’ zorgen. Bijvoorbeeld het gesteente olivijn, een kristal dat nu onder meer wordt gebruikt om gevels te reinigen.

Fijngemalen olivijn kan koolstofgas opnemen uit de atmosfeer. Door olivijn te verwerken in beton, kan de voetafdruk van beton zelfs ‘klimaatpositief’ worden. Net zoals bij gebouwen die van hout zijn gemaakt wordt er dan CO2 opgeslagen in een brug of flatgebouw. Wereldwijd en zeker ook in Nederland werken onderzoekers aan technieken waarbij gesteenten met behulp van druk en temperatuur versneld met CO2 reageren.

Het bedrijf Paebbl maakt met behulp van Nederlandse kennisinstellingen al een cementachtig materiaal waarin CO2 zit opgeslagen. Andere bedrijven en universiteiten zijn bezig met onder meer staalslakken en ‘pyro-char’, allemaal afvalstoffen uit onze economie waar haken en ogen aan zitten, maar in potentie wel kunnen bijdragen aan klimaatpositief beton.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Source: Volkskrant

Previous

Next