Een Kamermeerderheid is voor een gedwongen vertrek van aspirant-omroep Ongehoord Nederland uit het publieke bestel. Minister Letschert moet daar op korte termijn een beslissing over nemen. Welke juridische mogelijkheden heeft de minister, en wat maakt haar beslissing zo ingewikkeld?
zijn media- en cultuurredacteurs van de Volkskrant.
Bij de volgende stelling hoort een fragment, zegt de presentator van het onlineprogramma Let’s Twist Again van omroep Ongehoord Nederland (ON). ‘Klaar voor?’ ON-commentator Raisa Blommestijn en hoofdredacteur Joost Niemöller, die in het programma in debat gaan, knikken en buigen zich naar het scherm. Daar verschijnt zwart-wit archiefbeeld van Adolf Hitler. ‘Toenmalig rijkskanselier Duitsland’, staat onder in beeld.
In het inmiddels veelbesproken fragment zien we hoe Hitler in 1933 een toespraak houdt waarin hij het heeft over een ‘ontwortelde internationale kliek die volkeren tegen elkaar opzet’. ‘Dat zegt Hitler gewoon heel goed’, reageert Niemöller. Hij voegt eraan toe dat hij de Jodenvervolging afkeurt.
Het fragment stond eind juli online. Vanaf eind augustus leidt het tot een golf van verontwaardiging, onder meer van kijkers die een klacht indienen bij de Ombudsman. Nadat de omroep zich eerst had verdedigd door te zeggen dat in het filmpje ook afstand wordt genomen van ‘de gruwelijkheden die onder Hitler hebben plaatsgevonden’, haalde ON het fragment begin deze week offline. Hoofdredacteur Niemöller stapt op, vanwege ‘een verschil van inzicht over de inhoudelijke koers en recente programmering’.
Het is niet de eerste keer dat ON onderwerp van verhit debat is. De omroep ontving in 2022 een zogeheten voorlopige erkenning, die geldig is tot eind 2028. In zijn jonge bestaan heeft ON, dat de uitdrukkelijke missie heeft om de ‘ongehoorde Nederlander’ te bedienen, een reeks sancties opgelegd gekregen vanwege het verspreiden van onjuiste informatie, belangenverstrengeling en een gebrekkige samenwerking met andere omroepen. In 2023 werd (onsuccesvol) geprobeerd om de omroep uit het publieke bestel te krijgen.
In de drie jaar nadien heeft ON weinig verbetering laten zien. Het verzet tegen de omroep in politiek Den Haag, dat het laatste woord heeft over de inrichting van het publieke bestel, is toegenomen. Sinds het Hitler-fragment zien niet alleen linkse politici ON graag vertrekken uit Hilversum, maar ook politici aan de (radicaal-)rechtse zijde.
JA21-Kamerlid Annabel Nanninga: ‘Aan deelname aan een publiek stelsel zitten nu eenmaal voorwaarden verbonden wat betreft governance en inhoudelijke onderbouwing. ON heeft op dat punt keer op keer verzaakt. Daarbij is hun vrijheid van meningsuiting niet in het geding; laat ze een private website of kanaal beginnen, maar in het publiek bestel kan dit zo niet. Ik vind dat de minister nu een besluit mag gaan nemen, dat is haar werk.’
Op dit moment is het wachten inderdaad op wat D66-minister Rianne Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gaat besluiten. In aanloop naar een commissiedebat op 24 september over de toekomst van het publieke bestel is het aan de minister om te oordelen of er genoeg juridische grond is om een einde te maken aan ON’s voorlopige erkenning.
‘De stekker moet eruit’, zegt Tweede Kamerlid Mohammed Mohandis (Pro), een van de aanjagers van het politieke debat over ON. ‘Ongehoord Nederland heeft al genoeg waarschuwingen gehad. Twee keer geel is op een gegeven moment gewoon rood. Je kunt niet onbeperkt gele kaarten uitdelen.’
Om ON uit het publieke bestel te krijgen, moet Letschert zich beroepen op de Mediawet, specifiek op artikel 2.33. Dat artikel legt uit op welke momenten de erkenning van een omroep ingetrokken kan worden.
Een bepaling in dit wetsartikel stelt dat een erkenning kan worden ingetrokken als blijkt dat ‘de bereidheid tot samenwerking ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst’ onvoldoende is. In dat geval moet de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), de koepelorganisatie die gaat over de verdeling van het geld, de samenwerking en uitzendtijden binnen het publieke bestel, een verzoek tot intrekking van de erkenning indienen bij de politiek eindverantwoordelijke. Vooralsnog weigert de NPO dit verzoek in te dienen.
Een andere bepaling stelt dat een erkenning ook kan worden ingetrokken als in twee opeenvolgende evaluaties door een daarvoor gecreëerde commissie is geconstateerd dat de omroep onvoldoende heeft bijgedragen aan de ‘publieke mediaopdracht’: de wettelijke taak om een toegankelijk, pluriform, onafhankelijk en kwalitatief hoogstaand media-aanbod te leveren.
Volgens een derde bepaling moet de erkenning ingetrokken worden als een omroep failliet is gegaan of door de rechter is ontbonden.
Blijft over de laatste, en volgens sommigen op dit moment de meest haalbare bepaling. Die stelt dat een erkenning ook ingetrokken kan worden als een omroep binnen één jaar twee keer een sanctie opgelegd heeft gekregen van het Commissariaat voor de Media (CvdM), het orgaan dat toeziet op de naleving van de Mediawet en goed bestuur.
Vorig jaar september legde het CvdM ON twee geldboetes op van samen 40 duizend euro. Het ging om een boete van 27.500 euro voor (de schijn van) belangenverstrengeling, en een van 12.500 euro voor het niet naleven van het eigen redactiestatuut. De twee boetes werden op dezelfde dag opgelegd, wat onder sommige experts nog tot enige twijfel leidt of van twee afzonderlijke sancties kan worden gesproken.
Een woordvoerder van minister Letschert bevestigt in ieder geval dat het ministerie de geldboetes als twee afzonderlijke sancties ziet. Het is aan de minister om de afweging te maken, zegt hij, of de sancties dermate zwaarwegend zijn dat een besluit tot het intrekken van de voorlopige erkenning van ON genomen kan worden.
Ook Mohandis ziet het meeste juridische heil in de ‘sanctieroute’. Tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer hamerde hij er dinsdag bij de minister op dat de sancties van het CvdM de minister de mogelijkheid bieden om de stekker eruit te trekken bij ON.
Minister Letschert gaf dinsdag aan dat zij deze weging aan het maken is en dat zij de Kamer vóór het mediadebat op 24 september informeert over haar oordeel.
Emeritus hoogleraar mediarecht Wouter Hins twijfelt echter of het sanctiebesluit van CvdM van vorig jaar september als twee afzonderlijke sancties gezien kan worden. ‘Ik zie het als één sanctiebesluit voor twee overtredingen. Het is een beetje gek om nu, een jaar later, opeens te zeggen: nee, dat waren twee afzonderlijke besluiten. Ik vraag mij af of dat standhoudt bij een rechter. Je hebt een sterkere zaak als er tijd zit tussen het opleggen van sancties, daarmee kun je een patroon aantonen.’
De Mediawet-bepaling waarop de afgelopen jaren het nadrukkelijkst is ingezet, is die waarin wordt gesteld dat een erkenning kan worden ingetrokken als blijkt dat ‘de bereidheid tot samenwerking ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst’ onvoldoende is. In dat geval moet de NPO een verzoek tot intrekking van de erkenning indienen bij de politiek verantwoordelijke minister of staatssecretaris.
In 2023 dacht de NPO daar genoeg aanleiding toe te hebben. ON, toen nog geen twee jaar op de buis, had op dat moment al de nodige tikken op de vingers gekregen van de NPO-Ombudsman wegens het schenden van de Code Journalistiek Handelen, het protocol voor goed journalistiek handelen waaraan omroepen zich hebben gecommitteerd. ON zou ‘aantoonbaar onjuiste informatie’ niet corrigeren en te weinig meningen van feiten scheiden, oordeelde de Ombudsman meermaals. In juli 2022 was ON bovendien al beboet door de NPO vanwege het niet naleven van de journalistieke code.
Het was een uniek moment. Nog nooit in de geschiedenis van het publieke bestel was de politieke eindverantwoordelijke verzocht om zo’n drastisch besluit te nemen.
Maar eind december kreeg de NPO het deksel op de neus. Staatssecretaris Steven van Weyenberg (D66), die net zijn voorganger Gunay Uslu had opgevolgd, weigerde het verzoek van de NPO. Volgens de staatssecretaris kon het schenden van de Code Journalistiek Handelen niet worden aangevoerd als juridisch bewijs van een gebrekkige samenwerkingsbereidheid. Bovendien was Ongehoord Nederland een jonge omroep en zag de staatssecretaris nog ruimte voor verbetering van de bereidheid tot samenwerking.
Inmiddels zijn we drie jaar verder en lijkt ON weinig verbetering te tonen. In die tijd heeft de Ombudsman herhaaldelijk moeten constateren dat de omroep nog altijd meningen niet van feiten scheidt en onjuiste informatie verspreidt. De NPO voegde daar nieuwe boetes (deels ingetrokken) aan toe vanwege het schenden van de journalistieke code en de weigering tot samenwerking.
Afgelopen mei klonken de klachten over ON opnieuw in een rapport van een evaluatiecommissie van de NPO. De omroep zou nog altijd falende journalistieke kwaliteit leveren, aldus de commissie. Van enig lerend vermogen was daarom geen sprake. Tegelijkertijd met het verschijnen van dit rapport vroegen tien ledenomroepen minister Letschert om maatregelen te nemen tegen ON. In een brief schreven ze dat de omroep ‘herhaaldelijk tekortschiet in de naleving van normen die voor álle omroepen gelden’.
Vorige week gaf de NPO het definitief op. In een nieuwe brief aan minister Letschert liet de koepelorganisatie weten dat het ‘geen mogelijkheden meer ziet om de samenwerking verder te verbeteren’.
Opmerkelijk genoeg werd de minister niet voor een tweede keer verzocht om de voorlopige erkenning van ON in te trekken. Omdat de NPO de naleving van de Code Journalistiek Handelen niet mag betrekken in haar afweging, was het voor de koepelorganisatie niet duidelijk of er voldoende juridische grondslag is voor het indienen van een dergelijk verzoek.
‘Ik denk dat de ervaring met de staatssecretaris in 2023 de NPO kopschuw heeft gemaakt’, zegt emeritus hoogleraar Hins. ‘Een ezel stoot zich niet twee keer aan dezelfde steen, moet de Raad van Bestuur van de NPO hebben gedacht. Als de Haagse politiek toen oordeelde dat de NPO de Code Journalistiek Handelen niet mag aanvoeren als bewijs van gebrekkige samenwerkingsbereidheid, dan zal dat nu niet anders zijn. Daarnaast: ik denk dat Letschert niet staat te springen om een beslissing van haar voorganger als het ware terug te draaien.’
Desondanks vindt Hins dat de NPO alsnog een dergelijk verzoek bij de minister zou moeten indienen. Dat destijds werd aangevoerd dat het niet naleven van de Code Journalistiek Handelen niet in een besluit mag worden meegenomen, berust volgens Hins op een verkeerde lezing van de Mediawet.
‘Een gebrekkige samenwerking kan wel degelijk blijken uit het negeren van de journalistieke code. Alle omroepen moeten zich aan die code houden, samen zijn ze verantwoordelijk voor de betrouwbaarheid van de omroep. Bovendien hebben zich nu allerlei nieuwe incidenten voorgedaan waarbij ON de journalistieke code heeft geschonden.’
Volgens Hins zijn er nog twee manieren, buiten de huidige Mediawet om, om ON uit het publieke bestel te krijgen. Een heel rigoureuze manier, en een manier die het pad van de stille dood bewandelt. ‘De Tweede Kamer kan besluiten: we maken een noodwet waarmee alsnog de licentie van Ongehoord Nederland ingetrokken kan worden. Maar dat is ook wel een heel lompe manier, ad-hocwetgeving die mogelijk in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, dat vereist dat er geen verwarring mag zijn over rechten en plichten binnen de wet.’
Een andere mogelijkheid is dat de situatie rond ON wordt opgelost in de hervorming van de publieke omroep die in 2029 zal ingaan. De bedoeling is dat de omroepen, langs lijnen van ideologische verwantschap, opgaan in vijf verschillende omroephuizen, om kosten te besparen en bestuurlijke logheid tegen te gaan. Geen van de andere omroepen staat te springen om met ON samen te werken, wat betekent dat de omroep geïsoleerd zal komen te staan.
Hins: ‘Misschien dat ON in zo’n omroephuis een soort klankbord wordt. Een middel voor een omroephuis om te horen wat er zoal leeft onder de bevolking. Maar echt een zelfstandige functie in een nieuw bestel zullen ze niet meer hebben. Dan is al het gedoe rondom de omroep historisch oude plunje.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant