Home

Misschien geldt voor ‘on-Nederlands’ hetzelfde als voor ‘onguur’

Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Het was nog vroeg, de dauw steeg op als mist in de zon. Er werd gewandeld, gejogd, geschommeld en op een veldje achteraf werd een afdeling van een bedrijf of instelling door een trainer grandioos in zijn kracht gezet.

Weinig honden, viel me op. Wellicht was er ergens een vergadering.

Verderop, bij de vijver, toch één hond. Goudkleurig, duur merk. Het dier zat onbeweeglijk op het pad, rechtop. Een meter of twee rechts van hem: het baasje, dat de regie zichtbaar aan het verliezen was. Een dame in een windjack, haar schouders hingen. Ze trok aan de riem, maar de hond bleef waar-ie was. De vrouw wees waar ze heen moesten, bijna thuis!, en rukte nog eens aan de riem.

Even leek het dier in gang te schieten, als een oude Renault waarvan de motor uiteindelijk toch begint te ronken, maar: nee. Daar stonden ze, midden op het pad dat ze altijd zonder nadenken bewandelden. Obstakels geworden wezens.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Wat opvalt, is dat wat afwijkt van wat je verwacht. Een obstinate allemansvriend in een stadspark, of een lugubere carnavalsoptocht met zware geweren door een woonwijk in Overasselt. Voor dat laatste maakten Nederlandse media deze week ruim baan.

Ik dacht direct aan de tv-serie Hollands hoop van een aantal jaar geleden, waarin een overspannen psychiater een boerderij-met-wietplantage erft. De serie speelt zich af op het Groningse platteland, in de rustgevend klinkende driehoek Ten Boer-Siddeburen-Garrelsweer. En namen en taal doen veel.

In een Overasselt-reconstructie in de Volkskrant las ik hoe de groep misdadigers vanuit de dorpskern naar het bewuste huis was gemarcheerd. ‘Dorpskern’ – een woord dat je in gedachten aan ‘fietsroute’ koppelt, of ‘groeikern’, of ‘brink’. Niet aan ‘kalasjnikov’.

In Overasselt viel ook dat ene, oer-Hollandse begrip: ‘on-Nederlands’. Zodra iemand het woord ‘on-Nederlands’ uit de mond laat vallen, volgt onmiddellijk de respons van mensen die dat gaan bevragen. Want wat is on-Nederlands eigenlijk?

Antwoord: alles wat we liever niet willen weten. Criminelen kunnen elkaar eindeloos overhoopschieten, het blijft on-Nederlands gedrag. Net zoals massale belastingontduiking, geweld tegenover vreemdelingen en een nationaal voetbalelftal dat angstig de boel dichtbouwt.

Nederland doet me in situaties als deze altijd denken aan mensen die zichzelf onophoudelijk verfraaien met fillers en filters, en dan op een verkeerd moment in de spiegel kijken. Van wat ze aantreffen raken ze acuut in een depressie, maar toch kunnen ze niet stoppen met kijken. Ben ik dát?

Mogelijk geldt voor ‘on-Nederlands’ hetzelfde als voor onguur: het woord waarvan het een tegenstelling zou moeten zijn, betekent bij nadere beschouwing precies hetzelfde.

In feite is zo’n woord gewoon een touwtje om de werkelijkheid die je kent te verbinden met de werkelijkheid die je niet kent – maar die er wel is. Iedereen die ooit door een stadspark heeft gewandeld, terwijl-ie naar een podcast van Huib Modderkolk luisterde, moet de verwarring herkennen: je hoort ‘we zijn in oorlog’ en je weet dat het klopt, maar het gewelddadigste dat je ziet is een oude bouwmarktfolder. Of een zelfs door hondensnoepjes niet te vermurwen gezelschapsdier.

Zijn mens keek om zich heen. Ze zag hoe aan de overkant iemand stond toe te kijken. Ze deed alsof ze het niet zag en trok nog een laatste keer aan de riem. Daarna gaf ze zich gewonnen en sjokte de andere kant op, weg van de route, weg van huis. Doet-ie anders nooit!

Wie weet zijn ze nog steeds niet thuis.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next