Home

Oppositie kan begrotingen verwerpen, maar dat is geen ramp voor het kabinet

De oppositiepartijen willen nog altijd geen duidelijkheid geven over de vraag of ze de Rijksbegroting en het Belastingplan zullen steunen. De oppositie voelt zich sterk tegenover het minderheidskabinet. Maar het wegstemmen van begrotingen is niet zo’n machtig wapen als het lijkt.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, klimaat, economisch zaken, infrastructuur en waterstaat.

Hoe gaan de onderhandelingen tussen kabinet en oppositie nu verder?

Het kabinet zal naar verwachting op korte termijn een nieuwe gespreksronde willen beginnen. Of de oppositieleiders daar op dit moment ook toe bereid zijn, is niet zeker. SGP-leider Chris Stoffer verklaarde dinsdag dat hij pas na Prinsjesdag verder wilde praten. De fractievoorzitters van Pro en JA21 lieten in het midden wat ze zouden doen als het kabinet hen uitnodigt.

Met forse bijstellingen van de Rijksbegroting en de belastingvoorstellen hoopte het kabinet een deel van de oppositie ervan te overtuigen voor de kabinetsplannen te stemmen, maar dat is nog niet gelukt. De meeste oppositieleiders reageerden negatief op de uitgelekte wijzigingen in de begroting.

Of ze de ingediende begrotingen dit najaar echt durven te torpederen, is niet zeker. Hun onverzoenlijke opstelling is in de eerste plaats een onderhandelingstactiek. De oppositie speelt hard to get om een maximaal resultaat binnen te halen.

Kabinet en oppositie hebben nog maanden om een akkoord te sluiten. De Tweede Kamer stemt pas op 8 december over de begrotingen. De stemming over het Belastingplan is eerder, op 12 november.

Begrotingen? Meervoud? Het gaat toch om één Rijksbegroting en één Miljoenennota?

Over de Miljoenennota stemt het parlement sowieso niet, want dat is een beleidsnota waarin het kabinet verantwoording aflegt over de financiële keuzes die het in de Rijksbegroting maakt. De Rijksbegroting zelf bestaat uit twintig tot dertig verschillende begrotingswetten. De begrotingen van de rijksfondsen (onder meer het Gemeentefonds, het Klimaatfonds en het Defensiematerieelbegrotingsfonds) zijn in aparte wetten vervat.

Daarnaast is er nog het Belastingplan, de verzamelwet met alle fiscale wijzigingen die het kabinet de komende jaren wil doorvoeren. Een belangrijk deel van die aanpassingen moet al op 1 januari 2027 ingaan, terwijl de Eerste Kamer er pas half december over stemt. Tot nog toe is het Belastingplan nooit verworpen.

Pas als de Tweede Kamer de begrotingswetten en het Belastingplan heeft goedgekeurd, gaan deze voor behandeling door naar de senaat. Die moet het hele pakket idealiter nog vóór 1 januari goedkeuren, maar dat is de laatste twee jaar niet gelukt.

Wat zijn de gevolgen als een begroting of het Belastingplan door een van beide Kamers wordt verworpen?

Dit is de grote troef die de oppositiepartijen achter de hand houden: als het kabinet niet akkoord gaat met hun eisen, kunnen zij de begrotingen verwerpen. Dit lijkt een machtig wapen, maar dat valt bij nader inzien tegen.

De afgelopen twee jaar werd een groot aantal begrotingswetten pas na 1 januari aangenomen, omdat lange verkiezingsrecessen in het najaar het begrotingsproces sterk hadden vertraagd. De Eerste Kamer keurde de begroting van het Gemeentefonds dit jaar pas half juni goed, bijna zes maanden na het begin van het begrotingsjaar.

Dat bleek achteraf helemaal geen probleem. De minister mag de uitgaven waartoe hij juridisch verplicht is, zoals sociale uitkeringen, namelijk gewoon blijven doen. Ook uitgaven op basis van ongewijzigd beleid (kosten die in het voorgaande jaar ook al op de begroting stonden) kunnen doorgaan.

Alleen uitgaven die voortvloeien uit nieuw beleid waarmee het parlement nog niet heeft ingestemd, moeten in principe worden uitgesteld. Maar als een minister zulk uitstel ‘niet wenselijk’ vindt, kan hij op grond van de Comptabiliteitswet tóch besluiten de portemonnee te trekken. Hij hoeft het parlement daarover alleen te informeren.

In Nederland gaat de overheid niet op slot als een begroting wordt afgekeurd of niet tijdig wordt aangenomen, zoals in de VS. De minister moet dan een nieuwe begroting indienen, maar in de tussentijd draait het overheidsapparaat gewoon door.

En het Belastingplan dan?

Verwerping van het Belastingplan heeft grotere gevolgen. Alle fiscale maatregelen voor 2027 gaan dan niet door. Daaronder zijn een (verlengde) verlaging van de benzine- en dieselaccijnzen, een verhoging van de accijns op alcohol en een verlaging van de startersaftrek.

In het Belastingplan voor 2027 staan ook twee fiscale maatregelen die al zijn ingegaan, namelijk de tijdelijke verlaging van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s tussen 1 juli en 31 december 2026 en de verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding voor werknemers vanaf 1 januari 2026. Deze maatregelen moeten beide Kamers met terugwerkende kracht nog goedkeuren.

Wat gebeurt er als het Belastingplan eind dit jaar sneuvelt?

Ook dat lijkt geen ramp, afgaand op de reactie van een woordvoerder van de dienst. Hij wil niet op dit specifieke scenario ingaan, maar zegt in algemene zin dat eigenlijk alles achteraf kan worden gerepareerd met een ‘novelle’, een formeel verzoek van de Eerste aan de Tweede Kamer om een nieuw Belastingplan te maken. De eedergenoemde fiscale wijzigingen voor 2026 zijn immers ook ingegaan voordat ze wettelijk zijn verankerd.

Het parlement is grondwettelijk de baas van het kabinet, maar dat is steeds meer een papieren werkelijkheid. Het kabinet kan in geval van nood vrij gemakkelijk om het budgetrecht van de Kamers heen werken. Het parlement heeft weliswaar ook het recht zelf wetten in te dienen, maar dat geldt niet voor begrotingswetten. De oppositiepartijen kunnen dus niet een eigen begroting opstellen en goedkeuren.

Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next