is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
‘Een lezing over economie lijkt op plassen langs je eigen been. Het voelt warm voor jezelf, maar de luisteraars voelen er niets van’, vertelde de komiek George Carlin. Met geen groep wetenschappers wordt zo vaak de draak gestoken als met economen.
Reden is dat ze zichzelf niet zo goed kunnen relativeren en hun voorspellingen zelden uitkomen. Of zoals Winston Churchill zou hebben verzucht: ‘Als je twee economen raadpleegt, krijg je twee verschillende adviezen. En als een van de twee Lord Keynes is, zijn dat er zelfs drie.’
Eigenlijk is het vooral een vrolijke wetenschap, omdat je met economie alle kanten op kunt. Maar onder de economen schuilen weinig cabaretiers. Integendeel, als een kletsprogramma al een keer een econoom aan tafel uitnodigt, worden vooral statistieken geëxtrapoleerd op grond van regressieanalyse. ‘Ik kan wel een economische grap vertellen, maar daar is geen vraag naar’, zo verdedigen economen zich.
Economie is eigenlijk een nogal calvinistische wetenschap. Het is niet zo gek dat zoveel economen afkomstig zijn uit Schotland. De bekendste is natuurlijk de presbyteriaan Adam Smith, hoewel die later nog van zijn geloof viel toen hij onder de slogan laissez-faire het vrijemarktbeginsel propageerde.
Econoom, wiskundige en publicist Thomas Carlyle – berucht vanwege het feit dat hij de slavernij in Engeland wilde herinvoeren – noemde economie in 1849 de dismal science: de sombere wetenschap. Hij verwees daarbij naar de geestelijke Thomas Malthus, die had betoogd dat de groei van de wereldbevolking werd beperkt door de beschikbaarheid van voedingsmiddelen.
Als er te veel mensen zouden worden geboren, zouden die omkomen van armoede en honger. Malthus bleek ongelijk te hebben, omdat hij geen rekening hield met de toename van de productiviteit, waardoor er mondiaal 100 miljard kippen geslacht kunnen worden voor een diner.
Maar sinds Malthus en Carlyle zijn economen eeuwige doemdenkers geworden die waarschuwen voor recessies, schaarste, inflatie, werkloosheid, handelsfricties, overheidstekorten, koopkrachtdalingen en ander onheil. Intussen daalt de extreme armoede, zoals gedefinieerd door de VN, spectaculair: van 36 procent van de wereldbevolking in 1990 tot minder dan 10 procent nu.
En de Nederlanders hebben het ondanks al het geklaag nog nooit zo goed gehad. Huizenprijzen – pech voor de huurders – en aandelen – die heeft vrijwel iedereen via de pensioenvoorziening – blijven stijgen, zodat Nederlanders gemiddeld steeds rijker worden.
Economen hebben een signaalfunctie en horen mogelijke risico’s te duiden, zoals vergrijzing en klimaatverandering. Maar helaas zit hun vakgebied vol met modellen, diagrammen en ondoordringbaar jargon.
‘Economie is een moeilijk en technisch onderwerp, alleen gelooft niemand dat’, zei Keynes zelf. Alles hangt met elkaar samen en elke maatregel en onverwachte verstoring heeft grote gevolgen op andere terreinen. Economie is een enerzijds-anderzijdswetenschap, met vele variabelen die zich slecht leent voor populistische slogans waar rond de televisietafels en op sociale media om wordt gevraagd.
Er is wel geprobeerd er een grote grap van te maken, zoals door de econoom prof. dr. Th. Schoelje, een typetje van Wim de Bie: ‘Nederland in negen maanden er weer bovenop’.
Maar de rest blijft langs zijn eigen benen plassen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant