Het was kleiner nieuws dan hij zelf waarschijnlijk voor mogelijk heeft gehouden, maar Pierre van Hooijdonk stopt als voetbalanalist bij NOS Sport. Hij gaat ‘focussen op nieuwe dingen’. Voetbaltaal voor: de koek is op en de koffie ook.
Ik denk dat we de impact van het nieuws nog niet beseffen. Kunnen we dan gewoon weer naar voetbal kijken? ‘Ja’ en ‘nee’, want je kunt Pierre van Hooijdonk er gewoon bij denken. Bij mij gebeurt dat automatisch, maar dat komt misschien ook omdat we elkaar kennen. Pierre was een paar jaar een soort collega van mij en ik was een hinderlijke aanwezigheid in zijn universum. Een onwetende, iemand zonder verstand van voetbal. Ik was een liefhebber, een schrijfdinges, en dat is prima, die moeten er ook zijn, maar liever niet meepraten met de grote jongens.
Ik schreef op zondagmiddagen in het NOS-gebouw, op de sportverdieping – er is veel over die vierkante meters gezegd, maar in mijn tijd was het er saaier dan saai – een column die Korte Corner heette. Als ik die had ingesproken zat Pierre van Hooijdonk al aan de mie van Thaise Tafel. Hij parkeerde zijn imposante auto altijd direct voor de ingang zodat hij na afloop niet naar het parkeerterrein hoefde te lopen. De televisie stond altijd op voetbal, hij keek er met een schuin oog naar. Hij had een keer een column tegengehouden omdat hij erin voorkwam. De eindredacteur kon kiezen: „Of ik rij weg, of hij gaat dat voorlezen.” Hij was Koning Voetbal, ik kan een bal zes keer hooghouden.
Ik heb hem niet een keer aan het lachen gekregen. Een keer een glimlach toen ik hem zei dat we op de tribunes van Gelredome altijd keihard zijn naam scandeerden, een leugentje om de sfeer erin te houden. Omgekeerd vond ik Pierre vaak grappig, vooral omdat hij zichzelf zo serieus nam. Wat te waarderen was: hij wilde wel aardig doen, maar goed, ik had wel nul verstand van voetbal. Ik had verstand van Vitesse, dat is iets heel anders.
Er was een dag, het stukje was al af, toen ik binnenviel terwijl hij net een hap mie nam. Hij mompelde iets terug, maar bleef naar het voetbal op het scherm staren. Ik zei toen hardop dat Ajax meer met de punt naar achteren moest spelen. Het was grappig bedoeld, maar in die positie zat ik helemaal niet, om zoiets tegen een ex-international te zeggen. Hij liet zijn vork demonstratief in de mie zakken. „Waaaat?!” Daarna draaide hij zich naar de andere aanwezigen, ook oud-voetballers. „Hoor je dat? Hij zegt dat Ajax met de punt naar achteren moet voetballen.” Dan een handgebaar, van die is niet helemaal lekker. Hij had spontaan helemaal geen zin meer in zijn mie. „Ga je dat straks voorlezen?”
Ik denk dat ik de voetbalwereld toen pas begreep.