Ferd Grapperhaus, voormalig minister van Veiligheid en Justitie, woensdagmiddag tijdens het verhoor voor de Parlementaire Enquêtecommissie Corona.
Oud-minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) heeft zijn ambtenaren laten uitzoeken hoe hij kon ingrijpen bij gemeentes die de coronamaatregelen niet handhaafden. Grapperhaus zei zich niet meer te kunnen herinneren wat de uitkomst van dat onderzoek was en wat er met die analyse is gebeurd. Het was woensdagmiddag Grapperhaus’ tweede openbare verhoor bij de Coronacommissie. De verantwoordelijkheid voor de openbare orde en lokale handhaving ligt wettelijk bij de burgemeester en de gemeente, ministers kunnen niet zomaar ingrijpen.
De commissie legde Grapperhaus meerdere voorbeelden voor waar hij toch probeerde invloed uit te oefenen. Zo was Grapperhaus onaangenaam verrast door burgemeester Femke Halsema van Amsterdam, die in een kranteninterview liet weten het gebruik van het coronatoegangsbewijs alleen te zullen handhaven bij excessen. Grapperhaus belde daarop boos met de Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls, voorzitter van het Veiligheidsberaad waarin burgemeesters uit 25 veiligheidsregio’s zitten. Grapperhaus zei de boodschap van Halsema „wel te begrijpen als inwoner van Amsterdam”, omdat die stad heel veel jonge inwoners kent. „Maar ik baalde er ook van dat je dat als burgemeester zo expliciet in de media uitdraagt.”
Grapperhaus kwam in de coronaperiode vaker in conflict met Halsema. Volgens Halsema legde het kabinet maatregelen te zeer „van bovenaf” op en luisterde het te weinig naar sentimenten in de samenleving, zo zei ze in haar verhoor eind juni bij de commissie. In juni 2020 ruziede Grapperhaus met Halsema via WhatsApp over een drukbezochte Black Lives Matter-demonstratie op de Dam. Halsema voelde zich toen „in de kou gezet”, nadat Grapperhaus het in de media „pijnlijk” had genoemd dat de demonstratie doorging.
Grapperhaus belde in de zomer van 2021 ook met de burgemeester van Enschede, Onno van Veldhuizen, nadat in discotheek Aspen Valley zo’n 180 van de 600 bezoekers besmet raakten met het coronavirus. De oud-minister vermoedde dat de horecaondernemer de coronatoegangsbewijzen niet goed had gecontroleerd en vroeg in een telefoontje aan de burgemeester om Aspen Valley te sluiten. Niet alleen klopte het idee van Grapperhaus niet (er was hoogstwaarschijnlijk één bezoeker die heel veel mensen besmette), hij begaf zich ook op het terrein van de burgemeester, die zelf over de lokale handhaving gaat. Woensdag noemde Grapperhaus het „pijnlijk” en „onverstandig” dat „de grondslag” van zijn telefoontje niet klopte.
Grapperhaus zei zich vaker te hebben bemoeid met gemeenten. „Ik heb een paar keer een goed gesprek gehad met burgemeesters over handhaving, en af en toe een clash. In goede bestuurlijke verhoudingen kan je soms eens wat aandrang plegen. Je moet contact met elkaar kunnen opnemen als je ergens ontevreden over bent. Dat gebeurde andersom ook, burgemeesters belden mij ook.” Grapperhaus erkende wel dat er soms ook ergernis was over burgemeesters in het Veiligheidsberaad, omdat die de discussies over de maatregelen over zouden willen doen. In een van de stukken van de commissie beschuldigde hij de burgemeesters ervan „ministerraadje te willen spelen”.
Grapperhaus vertelde ook over discussies met toenmaligpremier Mark Rutte (VVD) en partijgenoot en zorgminister Hugo de Jonge. Zo noemde Grapperhaus de leiderschapsstijl van Rutte in een WhatsAppje „autocratisch”. Andersom sprak Rutte Grapperhaus ook weleens „stevig toe”. Grapperhaus zei ook tegen minister De Jonge dat hij „te veel naar zich toe trok”, ook dingen die beter bij het departement van Grapperhaus pasten. Aan collega-minister Eric Wiebes (Economische Zaken) stuurde hij een berichtje: „Ze luisteren niet.”
De commissie citeerde ook uit berichtenverkeer van Grapperhaus waarin derden werden beledigd. Zo noemde hij toenmalig minister Slob een „soepjurkje” en „jankerd”, de burgemeester van Nijmegen kon „de ziekte krijgen”, de burgemeester van Breda had „geen ruggengraat” en de burgemeester van Amsterdam „zeurt”. Voor de Eerste Kamer had Grapperhaus „diepe minachting voor deze geriatrische beunhazerij”.
Volgens Grapperhaus drukte hij zich „af en toe wat fors uit. Het is niet netjes. Het groeide me af en toe boven het hoofd.” Volgens de commissie kwamen dergelijke kwalificaties veelvuldig voor. Volgens Grapperhaus was dat alleen voor binnenskamers bedoeld: „Het was een uitlaadklep.”
Grapperhaus kwam ook nog even terug op de eerste scholensluiting in maart 2020, die tegen het advies van het Outbreak Management Team (OMT) in werd afgekondigd. Vooral leraren en de Federatie Medisch Specialisten drongen daar op aan. „We hebben onze oren toen te veel naar de branche laten hangen”, zei Grapperhaus woensdag. „Dat hadden we niet hoeven doen. Er was veel druk dus we dachten: we moeten dat toch maar volgen, anders krijgen we maatschappelijke onrust.” Eerder zei oud-minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs Arie Slob al dat er door de druk „geen houden meer aan was”.