Home

De realiteit voor een verslaafde vrouw op straat: ‘Ik voel me alleen veilig bij mezelf. Ik reken op niemand’

Crackverslaving is een groeiend probleem. Vooral in grote steden als Amsterdam wordt er steeds vaker openlijk gebruikt. Hulpverleners Staphorst en Hop maken zich vooral zorgen over verslaafde dakloze vrouwen, die kwetsbaar zijn voor misbruik.

is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.

Het gesprek met de verslaafde Jelenko is een kwartiertje bezig als Virgil Staphorst van welzijnsorganisatie PerMens zichtbaar schrikt van haar verhaal. ‘Daar’, antwoordt de Kroatische als de hulpverlener doorvraagt naar details. Jelenko wijst met haar hand naar buiten.

‘Daar verderop. In een van die flats was een crackhuis met een meisje. Ze had seks met mannen voor drugs. Inmiddels is ze 18 jaar, maar ze deed het ook al in april en toen was ze nog minderjarig. Het was crazy.’

Dat zulke dingen gebeuren, weet Staphorst wel. Maar dit concrete verhaal over een tiener had hij nog niet gehoord. Hij zit deze ochtend samen met Jelenko in een gespreksruimte van PerMens in Amsterdam-Zuidoost. Marjan Hop van verslavingszorginstelling Jellinek luistert geschrokken mee.

Een halfuurtje geleden heeft de verslaafde vrouw, die alleen haar voornaam wil geven, nog crack gebruikt. ‘En zo meteen’, kondigt ze nu al aan, ‘ga ik weer dope gebruiken.’

Maar in de tussentijd wil Jelenko – rode hoodie aan, haar lange bruine haren in een knot gebonden, zonnebril binnen handbereik – wel vertellen over de wereld waarin ze leeft. Een wereld waarin je als dakloze verslaafde vrouw ‘een generaal’ bent of ‘een prooi’ die, al dan niet onder druk, haar lichaam verkoopt.

Crackgebruik in Amsterdam

Crackverslaving is een groeiend probleem. Vooral in grote steden als Amsterdam wordt er steeds vaker openlijk gebruikt in parken en op straat, constateerde de GGD in een recent verschenen rapport. Afgelopen weekend luidde burgemeester Femke Halsema dan ook de noodklok bij het kabinet. Door de toenemende dakloosheid en crackgebruik neemt de overlast in de stad toe, net als de gevoelens van onveiligheid en de vervuiling.

‘Het raakt de buurtbewoners en is voor de dakloze mensen zelf natuurlijk een verschrikking’, zei ze maandag in stadskrant Het Parool. ‘Het neemt nu zulke vormen aan dat het de kwaliteit van leven in de stad onder druk zet.’

Hoeveel crackverslaafden er precies zijn in Amsterdam is onduidelijk. Schattingen lopen uiteen van drie- tot negenduizend. ‘Sommige mensen kennen we al jaren, maar wij zien ook steeds vaker nieuwe namen oppoppen’, zegt Hop van Jellinek. ‘Van mensen uit andere delen van Nederland, maar ook uit andere EU-landen of van ongedocumenteerden.’

Zuiver en goedkoop

Amsterdam heeft sowieso een aanzuigende werking op deze groep. Maar Hop vermoedt dat dat niet de enige reden is dat de stad aantrekkelijk is. ‘Wij hebben het onlangs getest: de crack die hier momenteel op straat wordt verhandeld, is nog nooit zo zuiver geweest en de prijzen zijn laag.’ Voor een euro of vijf heb je al een bolletje.

Voor hulpverleners is het bovendien een lastig te helpen groep. Een goede behandeling voor crackverslaving is er niet. Kunnen heroïneverslaafden bijvoorbeeld worden geholpen met methadon, voor crack is er nog geen veilig substituut.

Het is bovendien, anders dan bij heroïne, vooral een mentale verslaving. Wie een bolletje van deze zeer verslavende rookbare variant van cocaïne gebruikt, heeft een korte ‘high’, meteen gevolgd door een ‘crash’ en een constante drang om opnieuw te gebruiken. ‘Zonder crack kan ik niets meer, doe niets meer’, legt Jelenko uit.

Vrouwen minder goed in beeld

Verreweg de meeste gebruikers zijn mannen, bleek uit een in 2023 verschenen studie van het Trimbos Instituut en Stichting Mainline. ‘Maar’, zegt Hop, ‘we zien ook meer vrouwen.’ Om grote aantallen gaat het niet, benadrukt ze. Toch maakt ze zich, net als hulpverlener Staphorst, zorgen. ‘De mannen zijn ook lastig te helpen, maar we hebben ze wel beter in beeld. Bijvoorbeeld als ze met de politie in aanraking komen vanwege overlast of winkeldiefstal.’

Vrouwen daarentegen verdwijnen soms weken of maanden van de radar. ‘Dan zijn ze echt onvindbaar’, zegt Hop. ‘Soms treffen we ze later weer aan, onder de blauwe plekken, vermagerd of zwanger.’ Bovendien horen zij en Staphorst heftige verhalen. ‘Over vrouwen die seksuele handelingen moeten verrichten in ruil voor bolletjes crack of een slaapplaats.’

Al 26 jaar verslaafd

Het zijn verhalen die Jelenko herkent. Zelf wordt ze niet onder druk gezet, zegt de 46-jarige vrouw gedecideerd. ‘Want de dealers weten: ik ben een generaal. Ik kan altijd geld regelen voor mijn drugs.’ Al 26 jaar is ze verslaafd. Aanvankelijk gebruikte ze heroïne, maar inmiddels is het de crack die haar leven bepaalt, vertelt ze terwijl ze steeds onrustiger op haar stoel beweegt. Haar behoefte aan het volgende bolletje neemt toe.

Waar ze het geld voor haar verslaving vandaan haalt, wil Jelenko niet zeggen. ‘Ik ben een ritselaar, ik regel het’, zegt ze. Slapen doet ze ‘bij vrienden’ in Zuidoost. ‘Ik verkoop niet zoals andere vrouwen mijn lichaam, want ik heb respect voor mezelf. Maar soms kom ik thuis bij dealers en dan zie ik daar een halfnaakte vrouw zitten. Ik zeg dan: ben je gek? Je hoeft geen seks met iemand te hebben voor 5 of 10 euro.’

Contact en vertrouwen

Voor hulpverlener Staphorst is Jelenko een bekende. Maar de meeste andere vrouwen zijn ‘ongrijpbaar’. Om toch contact te leggen en het vertrouwen te winnen, maken Staphorst en zijn collega’s wekelijks meerdere ronden door de stad. ‘Iedere keer spreek ik ze aan op straat, vraag ik of het gaat en of ik ze misschien kan helpen. We hebben een ‘doorpakbed’ beschikbaar in de maatschappelijk opvang, daar kan iemand dan twee weken slapen.’

Meestal krijgt Staphorst ‘nee’ te horen van de vrouwen. ‘Maar ik blijf het elke keer vragen en soms zeggen ze ja. Dan proberen we meteen door te pakken. In die twee weken proberen we het contact op te bouwen en samen met andere organisaties te kijken wat we kunnen doen.’

Maar ook dan, vervolgt de hulpverlener, ‘blijft het lastig om deze vrouwen écht te helpen’.

In en uit beeld

Zo lukte het Staphorst om Mona (gefingeerde naam) in mei op een doorpakbed te krijgen. Hij en zijn collega’s kenden haar al tijden. Het vermoeden was dat deze dakloze vrouw in mensonterende omstandigheden seks had in ruil voor drugs. Details wil Staphorst hier liever niet over kwijt.

In de twee weken dat Mona op het doorpakbed sliep, probeerde Staphorst samen met andere zorginstanties en de gemeente zo veel mogelijk te regelen. Ook polste hij of ze misschien wilde afkicken. ‘Een uitkering, verzekering, een postadres: alle belangrijke dingen hadden we op orde.’

Maar na die twee weken was Mona verdwenen. ‘Want we kunnen het belangrijkste niet bieden: onderdak. Daardoor verdwijnen deze vrouwen weer uit beeld.’

Gisteravond is Mona toevallig na lange tijd weer gezien, vervolgt Staphorst. Zijn collega zag haar lopen op straat. ‘Opgetut en wel. Dus ze zit mogelijk weer in de prostitutie.’

Wachtlijst voor nachtopvang

Wat Hop betreft moeten ‘we ons als maatschappij de vraag stellen: willen we dit voor deze vrouwen? Dat ze op deze manier in hun verslaving moeten voorzien? Vroeger hadden we in Amsterdam gespecialiseerde daklozenopvang voor verslaafde vrouwen. Dat was toen vooral voor heroïneverslaafden, want je wilt hun gezondheid kunnen monitoren, zorgen dat ze een uitkering hebben.’

Die vrouwenopvang is jaren geleden ten onder gegaan omdat het niet meer nodig was, vervolgt ze. ‘Het probleem was verdwenen. Maar inmiddels is het fenomeen terug. Het enige wat we deze vrouwen nu kunnen bieden, is de nachtopvang.’ Daarvoor geldt sowieso een maandenlange wachtlijst. ‘Maar vervolgens zijn ze ook daar niet veilig’, zegt Hop. ‘De nachtopvang is gemengd en ook daarover horen we verhalen van misbruik, of dat ze bepaalde vriendjes krijgen.’

Of er weer een gespecialiseerde opvang voor verslaafde dakloze vrouwen komt? Dat kan de woordvoerder van de gemeente nog niet zeggen. Wel wordt momenteel onderzocht wat Amsterdam nog meer kan doen om dakloze mannen en vrouwen te ondersteunen.

Erin geluisd

Bonnie (‘noem mij maar zo in het verhaal’) heeft zojuist nog even met Staphorst een sigaretje gerookt en is aangeschoven in de gespreksruimte van PerMens. Ook zij wil wel vertellen over het leven als een verslaafde vrouw. Ze is een goedlachse, trotse verschijning, heeft een petje op haar hoofd en gouden sieraden om haar hals.

Sinds een paar jaar gebruikt de 40-jarige vrouw elke dag drugs. Maar vandaag nog niet. ‘Ik moet normaal kunnen praten tijdens dit interview’, zegt ze.

Zelfverzekerd steekt ze van wal. Ze vertelt over haar ‘keiharde’ vader die in Suriname een nachtclub runde. Over een neef die haar erin luisde, waardoor ze werd gepakt met 6 kilo cocaïne. Over haar vier kinderen die ze altijd wilde beschermen. En over hoe ze arbeidsongeschikt raakte, drugs ging dealen en uiteindelijk ‘door de stress’ zelf begon te gebruiken.

‘Ik zal je eerlijk zeggen hoe het is: ik hossel’, vervolgt Bonnie. ‘Maar ik heb een schoon geweten, ik heb niemand wat aangedaan.’ Geld verdient ze door ‘dingen’ te regelen. ‘Ik ken veel mensen, ik kan van alles regelen. Kamers bijvoorbeeld voor latina’s die sekswerk willen doen.’

Gebroken ribben

Zelf heeft ze nooit seks gehad in ruil voor drugs. Al krijgt ze soms wel die vraag. ‘Dealers hebben mij vaak benaderd. Dan zeggen ze: kom hier, dan krijg je een paar gram of een paar bolletjes. Ik zeg dan: nee vriend, jij hebt mij nodig om eten te kopen, anders verdien je niets.’

Vervolgens, vertelt ze, ‘vinden ze mij wel een arrogante bitch’. Bovendien komt het afwijzen van dealers wel met een prijs. ‘Ik ben weleens met gebroken ribben in het ziekenhuis beland, omdat ik niet met iemand wilde gaan. Ik heb ook gezien dat andere vrouwen klappen kregen.’

Maar, zegt ze resoluut: ‘Hoe meer pijn, hoe sterker ik word.’

Tijdens het gesprek is ze geleidelijk zachter gaan praten. Over het geweld wordt onderling door de vrouwen nauwelijks gesproken, vertelt ze. Bovendien is er nog een ervaring waar ze weinig over praat.

Geen aangifte

Twee jaar geleden lag Bonnie in een daklozenopvang elders in de stad ziek in bed. ‘Het was aan het begin van de avond. Opeens voelde ik mannen. Ik denk drie. Een van hen, een dealer, wilde mij hebben. Een andere vrouw uit de opvang had een dealtje met hem gesloten. Zij wilde drugs en had de mannen in ruil daarvoor naar mijn kamer gewezen. Ze wilden mij verkrachten, ik heb gevochten voor mijn leven.’

Aangifte heeft ze niet gedaan, zegt ze. De politie doet niets voor haar, is haar overtuiging. ‘Dat zeg ik ook als ik agenten tegenkom: jullie doen niets.’

Inmiddels verblijft Bonnie opnieuw in een daklozenopvang. Ditmaal in Zuidoost, een wijk waar ze veel mensen kent. Dat scheelt, zegt ze. Maar voelt ze zich er veilig? Ze lacht. ‘Ik voel me alleen veilig bij mezelf. Ik reken op niemand.’

Source: Volkskrant

Previous

Next