Oud-minister van Binnenlandse Zaken en voormalig vicepremier Kajsa Ollongren wordt verhoord door de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.
Bij alle coronamaatregelen is de schending van de grondrechten „continu meegewogen”. De maatregelen konden „een enorme impact hebben” op die grondrechten. Dat zei oud-vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) woensdagochtend tijdens haar openbare verhoor bij de parlementaire enquêtecommissie Corona.
In het begin van de pandemie stond het recht op leven – bevordering van de gezondheid – bovenaan. Daarom koos het kabinet voor „allerlei inbreuken op de grondrechten”, zoals sluiting van scholen, een bezoekverbod in verpleeghuizen en het dichtgooien van onder meer winkels en horeca.
In de loop van de tijd veranderde die weging, zei Ollongren. „Bijvoorbeeld het sluiten van onderwijs, en de gevolgen daarvan voor kinderen, is later zwaarder meegewogen.” Toch gingen de scholen tot driemaal toe dicht. Ollongren: „Daar hebben we heel lang en heel intensief over gesproken. We wilden het niet, we wilden het vermijden, maar het kon niet anders door het virus.”
De scholensluiting had enorme gevolgen, zei Ollongren. Niet alleen ging die ten koste van het leren, het was ook slecht voor de sociale ontwikkeling van kinderen. Ook de impact op ouders was groot; ze konden niet of nauwelijks werken omdat hun kinderen thuis waren.
De invoering van de avondklok lag net zo gevoelig, zei Ollongren. „Het was een enorme inbreuk op grondrechten, en gevoelsmatig was het ook heel lastig: ‘je mag niet meer naar buiten’. De vraag was ook of het zou werken. Ik had principiële en praktische bezwaren.”
Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken verlaat overleg met het kabinet over nieuwe maatregelen om het coronavirus terug te dringen, oktober 2020.
De avondklok kwam in september 2020 voor het eerst langs in een advies van het Outbreak Management Team (OMT), als antwoord op de vele feestjes van jongeren. De maatregel werd daarna nog een paar keer besproken, maar pas in januari 2021 ingevoerd. „We zagen geen andere mogelijkheden meer”, zei Ollongren. „We stonden met de rug tegen de muur. Alle instrumenten waren al ingezet.” Alternatieve maatregelen, zoals een verplichte thuiswerkplicht, zijn ook besproken, maar zouden te weinig effect hebben.
Ollongren WhatsAppte in die tijd naar haar medebewindslieden dat „er een sfeer wordt gecreëerd dat je een landverrader bent als je tegen een avondklok bent”, zo hield de commissie haar voor. Zelf herinnert Ollongren zich dat niet meer, zei ze. De commissie legde Ollongren nog meer kritische uitspraken van haar over de avondklok voor – het is „een geloofsartikel”; ze draaien „zich vast in een doelredenering” – maar die kon Ollongren zich evenmin goed herinneren. Uiteindelijk stemde ze „met frisse tegenzin” in met de avondklok, zo zei ze woensdag.
De avondklok leidde tot rellen, maar werd desondanks vijf keer verlengd. Er werd voor gekozen eerst andere maatregelen te versoepelen, zoals heropening van het onderwijs, toestaan van contactberoepen en buitensport, en winkels kregen meer mogelijkheden klanten te bedienen. Wat meespeelde, zei Ollongren, is dat het heel moeilijk zou zijn de avondklok af te schaffen en dan later opnieuw in te voeren. „Dat had niet gekund.”
Over de invoering van het coronatoegangsbewijs (3G, alleen toegang indien gevaccineerd, genezen of getest) adviseerden ambtenaren van Binnenlandse Zaken negatief. Ollongren was echter voorstander, omdat het bijvoorbeeld fysiek onderwijs weer mogelijk zou maken. Ook over de uitbreiding naar 2G (gevaccineerd of genezen) adviseerden haar ambtenaren negatief, maar ook hiervan was Ollongren – in „specifieke omstandigheden, zoals uitgaansgelegenheden”– voorstander. Het zou volgens haar vooral jongeren meer mogelijkheden moeten geven, het was niet bedoeld om de vaccinatiegraad te verhogen. „Ik vond het verdedigbaar, ook al sluit je daarmee sommige mensen uit.”
Het kabinet regeerde aanvankelijk via noodverordeningen. Daarin werd het wegen van grondrechten nooit expliciet benoemd. Toch gebeurde dat wel, zei Ollongren. Pas in december 2020 werd de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 vastgesteld, die de de coronamaatregelen een juridische basis gaf. Eerder dat jaar, in mei, lag er al een conceptwetsvoorstel. Dat de definitieve invoering nog meer dan een half jaar duurde, „was laat”, aldus Ollongren woensdag. „Het was beter als we dat eerder hadden geregeld.”
Ze zei dat ze aanvankelijk tijdens het zomerreces verder wilde met de wetsbehandeling, maar dat het virus zich toen rustiger hield. „De hoop was dat het virus onder controle was. We gingen wat uit de crisismodus, zowel kabinet als Tweede Kamer. We zagen de urgentie niet meer om de wet snel te behandelen.”