Home

Pesten in de groepschat: wat moet je als ouder doen?

Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.

schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.

In Toy Story 5 (nu in de bioscoop) krijgt het meisje Bonnie te maken met pestgedrag in een groepschat op haar tablet. Meiden uit haar klas lachen haar uit omdat ze nog met speelgoed speelt en noemen haar een ‘baby’. Hoewel ze hier veel verdriet van heeft, deelt ze dit aanvankelijk niet met haar ouders. Hoe open je het gesprek over cyberpesten?

Dit zeggen de deskundigen

‘Bij de start van het schooljaar is er een verhoogd risico op (cyber)pesten’, zegt universitair docent Sara Pabian (Tilburg University). ‘Nieuwe sociale relaties worden gevormd en dan gaat het soms mis. Daarom is dit een goed moment om het over dit onderwerp te hebben.’

Zo’n 9 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs zegt weleens gepest te worden, zo blijkt uit de Veiligheidsmonitor (2021-2022). In ongeveer 37 procent van de gevallen ging het om online pestgedrag op bijvoorbeeld WhatsApp, Instagram of Snapchat. Het kan gaan om een gemene opmerking in de klassenapp, het uitsluiten van iemand of het doorsturen van roddels of gênante foto’s.

Online en offline pesten gaan vaak hand in hand. ‘We zien dat er relatief weinig unieke slachtoffers van cyberpesten zijn. Vaak worden ze ook offline gepest en is online pesten een extra methode’, zegt Mitch van Geel, die aan de Universiteit Leiden onderzoek doet naar cyberpesten.

Pesten is zelden een uitwisseling tussen enkel de pestkop en het slachtoffer. ‘Er staat een groep omheen van meelopers die het toejuichen of mensen die niet ingrijpen’, zegt Van Geel. Een groepsapp leent zich goed voor die dynamiek: iemand maakt een gemene grap en de rest post een smiley als reactie.

Kinderen en jongeren maken zelf geen onderscheid tussen offline en online pesten. ‘Het kan dezelfde impact hebben’, aldus Pabian. De gevolgen zijn groot: gepeste kinderen hebben vaker last van mentale problemen, eenzaamheid en verminderd zelfvertrouwen.

Zo pak je het aan

Praat met je kind over wat het online meemaakt. Pabian: ‘Dat kan op een luchtige manier: ‘Zag je online nog iets leuks? Of iets wat je minder leuk vond?’ Luister en probeer de wereld van je kind te begrijpen.’

Een flink aantal slachtoffers zwijgt over het pestgedrag, bijvoorbeeld vanwege schaamte. ‘Bij kinderen leeft soms het idee dat het erger wordt als ze hun ouders erover vertellen’, zegt Van Geel. ‘Of ze denken dat het erbij hoort.’

Een gesprek over pesten moet zijn als een hand op de schouder, vindt Van Geel. Met als belangrijkste boodschap: het ligt niet aan jou. ‘Pesten is het probleem van de agressor en het mag niet. Laat weten dat je het knap vindt dat je kind het vertelt.’

Moeten ouders meelezen met de appjes van hun kinderen? Dat kan, maar doe het niet stiekem. ‘Vertel dat je graag meekijkt om op de hoogte te blijven’, adviseert Pabian.

Ouders kunnen zelf behoorlijk schrikken en in reactie hierop boos worden op de pesters. ‘Probeer kalm te blijven’, zegt Pabian. De telefoon afpakken of Snapchat verbieden wordt door experts afgeraden. Daarmee los je het probleem vaak niet op.

Het kan nuttig zijn om de pestervaring in perspectief te plaatsen, zonder het te bagatelliseren. Voor een 12-jarige komt een vileine opmerking over een outfit hard binnen. Het helpt om wat sociale context te geven: iemand die zo’n opmerking nodig heeft, zit vaak in de knoop met zichzelf en reageert dat af.

Actie van ouders is gewenst. ‘Bespreek het met de school en zoek samen naar een oplossing. Betrek je kind daar ook bij.’ Uit onderzoek blijkt dat een gezamenlijke aanpak tegen pesten het beste werkt, waarbij klasgenoten, leerkrachten én ouders worden betrokken. ‘Het moet voelen als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next