Home

Dichter Johanna Kruit (1940-2026) verklaarde steeds opnieuw haar liefde voor de Zeeuwse kust

De Zeeuwse Johanna Kruit was een veelschrijver. Sinds eind jaren zeventig schreef ze bijna veertig boeken: verhalen voor volwassenen en kinderen en gedichten. De zee was haar favoriete onderwerp. ‘Johanna hoort thuis op de golven.’

De zee, het strand en de duinen: ze vormden het landschap van het leven van Johanna Kruit en het decor van haar werk als schrijver en dichter. In bundels met titels als Omtrent het getij, Verdronken water en Landgrens verklaarde auteur steeds opnieuw haar liefde voor de Zeeuwse kust.

De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl

‘Johanna was het liefst elke dag buiten’, zegt Marit Barentsen over haar moeder. ‘Ze maakte graag lange wandelingen over het strand, verzamelde schelpen die ze mee naar huis nam en knutselde bootjes van stukken hout die ze had gevonden. Ze was ontzettend speels en creatief. En altijd bezig om iets te maken.’

En te schrijven, veel te schrijven. Na haar debuut in 1978 met de bundel Achter een glimlach, verschenen nog bijna veertig boeken van haar hand met verhalen en gedichten voor kinderen en volwassenen. De meeste aandacht trok Kruit met haar poëzie, die door de jaren heen ook in talloze bloemlezingen is opgenomen.

Zo verscheen vorig jaar bij uitgeverij Plint een bloemlezing over vogels met een aan de bijdrage van Kruit ontleende titel: Zo’n handjevol veren met een lied eromheen. Uitgever Mia Goes: ‘Johanna verstond de kunst van het zeggen van grote dingen in gewone woorden. Daarmee wist ze heel veel mensen te bereiken en te raken.’

Margreet de Haan van de Vlissingse boekhandel ’t Spui is ook fan van het werk van Kruit. Zij zocht de dichter in 2024 thuis op, in Biggekerke, om haar de Prijs van de Zeeuwse boekhandels te overhandigen. ‘Ze was toen al broos, maar het werd een onvergetelijke middag. Ze was ontzettend lief. Zowel bij aankomst als vertrek kreeg ik een knuffel.’

Flamboyant

Kruit werd geboren in Zoutelande, waar haar ouders een boekhandel hadden. Ze was de tweede van elf kinderen, had een plezierige jeugd maar ging ook haar eigen weg. Marit: ‘Toen haar vader bezwaar maakte tegen het huwelijk met mijn vader, brak ze resoluut met haar familie. Ze wist en deed precies wat ze wilde.’

Het jonge paar vestigde zich in Biggekerke en begon daar een zaak in antiek en curiosa. ‘Mijn moeder hielp mee in de zaak en zorgde voor de kinderen’, vertelt Marit. ‘Ze was geen traditionele moeder. Ze fladderde flamboyant en vrolijk rond in ons hippiegezin en leerde mijn broer en mij op heel jonge leeftijd schilderen. Met echte verf natuurlijk.’

Zoon Rick Barentsen herinnert zich een schrijvende moeder die er een heel eigen werkwijze op nahield. ‘Als mama een kinderboek aan het schrijven was, pakte ze na elk hoofdstuk dat af was een nieuwe ring uit haar schatkistje. Je kon aan het aantal ringen aan haar vingers zien hoever ze met haar boek was.’

Doorbraak

Haar doorbraak als dichter beleefde Kruit toen ze in de jaren tachtig vaste medewerker werd van De Blauw Geruite Kiel, de vermaarde jeugdrubriek van Vrij Nederland. Ze kreeg uitnodigingen voor optredens in het land, onder meer op de Nacht van de Poëzie, en gaf met veel plezier workshops op scholen.

Een van de collega’s met wie ze geregeld op scholen gastlessen verzorgde was Jos van Hest. De schrijver sprak haar kort voor haar dood nog, nu in zijn rol als redacteur van het tijdschrift Dichter. ‘Ik belde voor overleg over de titel van haar bijdrage voor het nieuwe nummer. Ze vertelde me niet dat ze toen al in het hospice lag.’

Kruit overleed op 8 juli op 85-jarige leeftijd. Op de rouwkaart was een van haar favoriete dichtregels afgedrukt: ‘Golven die komen, nemen het water weer op, van golven die gaan.’ Marit: ‘We gaan haar as uitstrooien op zee. Er is geen betere plek denkbaar. Johanna hoort thuis op de golven.’

Source: Volkskrant

Previous

Next