Home

Met vijf extra locaties zou het bouwproces veel sneller moeten gaan, maar extra geld lijkt er niet te zijn

Het kabinet had al 21 plekken aangewezen waar versneld betaalbare woningen moeten worden gebouwd. Nu komen daar nog vijf locaties bij en later dit jaar nog eens vijf. Door zich met de bouw te bemoeien hoopt het Rijk dat die sneller gaat. Maar extra geld lijkt er niet te zijn.

is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.

Het was bij de verkiezingscampagne belofte nummer één van de latere regeringspartij D66: we gaan bouwen, bouwen, bouwen. Tien nieuwe steden maar liefst, tjokvol betaalbare woningen. Wat daarvoor nodig is, staat in het regeerakkoord: het wegnemen van belemmeringen. D66, VVD en CDA gingen het mes zetten in regels, vergunningen en procedures op de woningmarkt. ‘Daar gaan we op dag één mee aan de slag.’

Het nieuwe kabinet borduurde daarmee voort op de plannen van de twee eerdere kabinetten. Achtereenvolgende woonministers Hugo de Jonge en Mona Keijzer wezen gebieden aan waar versneld gebouwd moest worden. Het veronderstelde recept voor die versnelling neemt hun opvolger, D66-minister Elanor Boekholt-O’Sullivan, over. Als het Rijk zich met de bouw bemoeit, zou het een stuk sneller moeten gaan. Tien jaar moest zeven jaar worden, was de schatting.

Omvang nieuwe steden

De tien nieuwe steden van D66 komen in het regeerakkoord van kabinet-Jetten niet terug. Wel wees het nieuwe kabinet 21 locaties aan waar versneld in totaal 400 duizend woningen gebouwd moeten worden, uiterlijk in 2035. In bijvoorbeeld Amsterdam, Utrecht en Almere hebben die plekken met 50 duizend à 75 duizend nieuwbouwwoningen de omvang van een nieuwe stad.

De 21 toekomstige bouwputten krijgen een bijzondere status: Nationaal Grootschalige Woningbouwlocatie (NGW). Wat dat precies inhoudt, maakt Boekholt-O’Sullivan duidelijk in een brief die ze dinsdag naar de Tweede Kamer stuurde.

Daarin schrijft ze dat er boven op de 21 NGW’s nog eens tien bijkomen. Vijf daarvan in Weert, Maastricht, Leeuwarden, Deventer en Haarlem, goed voor nog eens 30 duizend betaalbare woningen voor circa 60 duizend woningzoekenden, onthult ze nu. De bekendmaking van de vijf andere volgt in het najaar.

Haast is geboden, stelt Boekholt-O’Sullivan, want uit onderzoek blijkt dat circa 400 duizend huishoudens momenteel op zoek zijn naar een eigen woning. ‘Het leven van te veel mensen staat op de pauzestand.’

Sterke regie voeren

‘Rijksregie’ is het kernwoord rondom de grootschalige woningbouwlocaties. Snel bouwen lukt alleen met ‘actieve rijksbetrokkenheid’ schrijft de minister en ‘door hierop een sterke regie te voeren’. Kleine projecten volstaan volgens haar niet. Het bouwen van 100 duizend woningen per jaar – het kabinetsstreven – is een zaak van nationaal belang en dus moet het Rijk optreden.

De minister schetst in haar Kamerbrief hoe het Rijk de regie neemt. Eerder gemaakte afspraken zullen onder de loep worden genomen en waar mogelijk versneld ‘met bestuurlijke of juridische ingrepen’. Ruimtelijke belemmeringen worden weggenomen, in de gebiedsontwikkeling zal het Rijk een actieve rol spelen, het zal experimenten initiëren en als bemiddelaar voor alle betrokken partijen optreden.

Bouwlocatie Weert

Een van de vijf nieuwe aangewezen bouwlocaties is in het Limburgse Weert. Vorig jaar was deze krant daar en sprak met wethouder Thomas van Gemert over de ambitieuze bouwplannen van de stad. Hij wil graag af van het stempel dat Limburg een krimpregio is.

Weert groeit tussen nu en 2040 van 51 duizend naar 60 duizend inwoners, mede als gevolg van de uitbreiding van de techindustrie rond Eindhoven. ‘We bouwen deels voor onze eigen woningbehoefte, deels om de groei vanuit de Brainportregio op te vangen.’ Die groei, stelt de wethouder, is eenvoudigweg nodig om voorzieningen zoals theater, bibliotheek en zwembad in stand te houden. Hoe? ‘Met meer inwoners.’

Alle hulp is daarbij welkom, vooral financiële hulp. ‘Het geld dat we van het Rijk krijgen is niet voldoende voor de opgave die we hebben’, stelde Van Gemert. Het geld staat in de brief van Boekholt-O’Sullivan echter tussen haakjes. Het Rijk kan ondersteuning bieden, schrijft ze, door ‘projecten (financieel) te stimuleren’.

Als er al extra geld is, dan zeker niet voor de aanleg van de infrastructuur rondom de nationale bouwlocaties. De minister heeft die plekken juist geselecteerd op basis van hun huidige bereikbaarheid. Die zou dermate goed zijn dat investeringen in nieuwe wegen of spoor niet nodig zijn.

Vlak bij treinstations

De vijf nieuwe toekomstige bouwlocaties – Boekholt-O’Sullivan bezocht ze dinsdag allemaal – liggen dan ook voornamelijk vlak bij treinstations. Goede bereikbaarheid zal ook bij de aanwijzing van de volgende vijf grote bouwlocaties het hoofdcriterium zijn. Ook moet het stroomnet voldoende ruimte bieden, mag de drinkwatervoorziening niet tot problemen leiden en is stikstofuitstoot geen belemmering. Aldus komen vooral binnenstedelijke gebieden in aanmerking.

Hoe belangrijk bereikbaarheid is, bleek in juni toen vier gemeenten in de startblokken stonden om in totaal dertigduizend woningen te bouwen. De plannen waren goedgekeurd, de financiering was rond en in regels was conform de NGW-filosofie met succes het mes gezet. Er was echter geen geld voor wegen en, in het geval van Apeldoorn, tunnels om bij de nieuwe huizen te komen. De bouw kon niet beginnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next