Meer ontwikkeltijd voor leraren is noodzakelijk en maatwerk is verstandig. Maar minder contacttijd betekent niet automatisch beter onderwijs.
Een nieuw schooljaar dient zich aan, maar ook dit jaar zijn de bekende problemen in het onderwijs niet minder geworden: hoge werkdruk, een lerarentekort, veel administratie en steeds nieuwe maatschappelijke opdrachten voor scholen. De oplossing lijkt zich inmiddels ook af te tekenen: het onderwijs moet minder gaan doen.
Zo pleitte onderwijsmaker Berend Buddingh onlangs voor een kwart minder lessen om ruimte te maken voor ontwikkeling. De AOb bericht al jaren over scholen die ruimte willen creëren voor docentontwikkeling door minder les te geven. De vraag die de bond daarbij zelf stelt, is veelzeggend: leidt dat tot beter onderwijs? Ook de vergelijking met Finland duikt geregeld op: daar geven leraren minder les en hebben zij meer tijd voor andere professionele taken.
Over de auteur
Hilco Elshout is eerstegraads docent Duits bij Libréon.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De redenering is begrijpelijk. Leraren moeten meer tijd krijgen om onderwijs te ontwikkelen. Alleen wordt een organisatorische oplossing hier te gemakkelijk als een onderwijskundige gepresenteerd. Minder lesgeven kan de organisatie efficiënter maken, maar maakt het onderwijs niet vanzelf beter.
Sterker nog: de contacttijd van leerlingen staat al jaren onder druk. In de regio Breda zie ik op veel scholen dat die contacttijd de afgelopen tien jaar is afgenomen of dat er plannen zijn om hem verder te beperken: kortere lessen, flexroosters en andere roosteroptimalisaties. Maar een school is geen productiebedrijf. De vraag is wat leerlingen nodig hebben om te leren.
Ik sprak onlangs oud-collega’s die muziek geven. Zo’n tien jaar geleden hadden hun examenleerlingen nog drie lessen van 50 minuten per week. Nu zijn dat er twee van 45 minuten. Een repetitie of ensembleles laat zich echter niet zomaar inkorten. Praktijk verdwijnt en verdieping wordt moeilijker. Hetzelfde geldt voor practica in de bètavakken. Minder tijd betekent daar niet alleen minder van hetzelfde onderwijs; bepaalde vormen worden simpelweg nauwelijks nog mogelijk.
Voor talen geldt iets vergelijkbaars. Bij vakdidactiek leerde ik als student Duitse Taal en Cultuur al in mijn eerste les: een taal leer je door veelvuldig en betekenisvol contact met die taal. Wie de contacttijd beperkt, beperkt daarmee een belangrijke voorwaarde voor taalverwerving.
Ook een goed leerklimaat vraagt tijd. Een leraar die door een steeds voller programma moet jagen, heeft minder ruimte voor een onverwachte vraag, een gesprek of aansluiting bij wat er in de klas gebeurt. Een goed leerklimaat ontstaat niet naast het onderwijs, maar ín het onderwijs.
Dat betekent niet dat iedere school dezelfde hoeveelheid lestijd nodig heeft. Ik ben juist voor maatwerk. Scholen, leerlingen en vakken verschillen. Maar dan moet de vraag zijn: wat hebben deze leerlingen, in dit vak, op deze school nodig? Niet: hoeveel lestijd kunnen we uit het rooster halen?
Zodra minder lestijd het uitgangspunt wordt, zijn de gevolgen voorspelbaar: docenten moeten prioriteiten stellen. Wat eenvoudig te toetsen is, wint van gesprek, verdieping, cultuur en praktijk. Een rijk vak wordt teruggebracht tot zijn kern; die kern wordt al snel wat op het examen moet worden beheerst. Zo kan een maatregel die ruimte moet creëren voor beter onderwijs uiteindelijk leiden tot minder rijk onderwijs.
Dat is extra problematisch, omdat de ambities ondertussen niet kleiner worden. Curriculumvernieuwing vraagt juist aandacht voor kennis, vaardigheden, taalontwikkeling, burgerschap en andere brede onderwijsdoelen. Als we het curriculum uitbreiden, moeten we ook eerlijk zijn over de tijd die nodig is om het te realiseren.
Daarom moet de discussie niet beginnen met de vraag hoeveel lestijd eraf kan. Eerst moet duidelijk zijn wat leerlingen nodig hebben om het beoogde onderwijs te krijgen. Pas daarna kunnen we bepalen hoe we die tijd organiseren en waar ruimte voor professionele ontwikkeling van leraren kan worden gevonden.
Dat vraagt ook om een eerlijk gesprek over het lerarentekort. Betere arbeidsvoorwaarden, een aantrekkelijker beroep, minder bureaucratie, meer ondersteuning en voldoende bevoegde leraren zijn moeilijkere oplossingen dan minder onderwijs. Maar als ontwikkeltijd noodzakelijk is, moeten we die tijd organiseren en financieren. Niet doen alsof minder contacttijd vanzelf onderwijskundige winst oplevert.
Ook de verwijzing naar Finland verdient daarom voorzichtigheid. Het Finse onderwijs is geen menukaart waaruit we één aantrekkelijk element kunnen overnemen. Professionele autonomie en vertrouwen in Finse leraren staan niet los van investeringen in opleiding, selectie en de positie van het beroep. Wie Finland als voorbeeld neemt, moet het hele verhaal vertellen.
Meer ontwikkeltijd voor leraren is noodzakelijk. Maatwerk is verstandig. Maar minder contacttijd betekent niet automatisch beter onderwijs.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant