Home

‘In een woeste zee voel ik me zo klein, dat ik mijn zorgen veel makkelijker kan relativeren’

Jan Poort had helemaal niets met het ‘standaardleven’ en vond inspiratie op Vlieland. Het idee dat hij ‘moest’ studeren verdween, en in plaats daarvan vond hij de vrijheid in reizen én het geven van surflessen.

is televisierecensent voor de Volkskrant.

Waar zijn we?

‘In mijn tent, op camping Stortemelk op Vlieland. Een half jaar lang is dit mijn huis. Van april tot en met september werken mijn vriendin en ik hier samen op een surfschool. Dit is – wacht, even tellen – het vijfde jaar op rij dat ik hier het hele seizoen ben.’

Hoe ben je hier terechtgekomen?

‘Via een neef: hij was een van de eigenaren. Toen ik klaar was met de middelbare school, kon ik twee weken meehelpen. De zomer erop bleef ik een maand, het jaar daarna twee en uiteindelijk dus het hele seizoen.’

25 in 26

In de serie 25 in 26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl

Wat sprak je zo aan?

‘Sowieso het surfen, dat is zo’n bijzondere sport. Je bent helemaal afhankelijk van de natuur; je speelt constant een spel met de zee. Soms word ik gek van hoeveel ik nadenk en twijfel. Maar in een woeste zee voel ik me zo klein, dat ik mijn zorgen veel makkelijker kan relativeren.

‘Door hier te werken ben ik ook uit mijn schulp gekropen. Op de middelbare was ik een beetje stil, altijd op de achtergrond. Hier ben ik veel socialer geworden. Omdat het moest, voor het werk. Maar ook omdat ik de mensen hier erg inspirerend vond, en ze dus graag wilde leren kennen.’

Wat vond je inspirerend?

‘Dat ze hun leven zo anders dan ‘normaal’ inrichtten: velen van hen werkten daar het hele seizoen en gingen de rest van het jaar reizen. Zelf dacht ik altijd dat ik móést studeren. Maar dat wilde ik eigenlijk helemaal niet.’

Waarom niet?

‘Omdat ik geen idee had wat ik wilde. Op de middelbare school ben ik er nooit achter gekomen wie ik eigenlijk ben en wat ik leuk vind. De manier van lesgeven, heel standaard, stimuleerde me totaal niet. Ik heb me echt door mijn havo heen gesleept.

‘Ik voelde weerstand tegen het ‘standaardleven’: dat je op jonge leeftijd een studierichting kiest die de rest van je leven bepaalt. Natuurlijk kun je later altijd nog een andere kant op. Alleen zag ik ook dat veel mensen in de praktijk iets blijven doen wat ze niet leuk vinden. Dat wilde ik niet. Ik snakte naar vrijheid.’

Heb je dus niet gestudeerd?

‘Ik heb een poging gedaan. Eerst een vooropleiding op de kunstacademie in Utrecht, maar ik kwam daarna niet door de selectieprocedure. Vervolgens heb ik in Den Bosch de hbo-opleiding geo-media en design gedaan, waar je bijvoorbeeld kaarten leert maken. Op zich interessant, maar het was corona, dus alles was online. Na een jaar ben ik gestopt.

‘Daarna ben ik deze richting ingeslagen en het hele seizoen surflessen gaan geven. De rest van het jaar gingen mijn vriendin en ik telkens zo lang mogelijk op reis, tot ons geld op was. Deze winter ben ik voor het eerst weer eens in Nederland gebleven, bij mijn ouders, in Culemborg.’

Wat vinden je ouders van hoe je je leven nu hebt ingericht?

‘Ik heb niet zulke moeilijke ouders. Zelf hebben ze ook een vrij leven, dus ik heb het niet van een vreemde. Als klein kind ging ik al mee op hun grote reizen, vooral op de fiets, dan namen we een tent mee en gingen we wildkamperen. Ik kan me er niets van herinneren, maar we zijn bijvoorbeeld naar de Noordkaap gefietst.

‘Toen ik ouder was bleven we dat doen tijdens de schoolvakanties, want mijn ouders werken in het onderwijs. Ons leven draaide om die reizen. De rest van de tijd waren we aan het wachten tot het weer vakantie was.’

Heb je die reizen als kind altijd leuk gevonden?

‘Niet altijd, nee. Soms was het afzien: je hebt een hele dag bergop gefietst en daarna kampeer je ergens waar je geen water kunt vinden.

‘Als kind wilde ik soms eigenlijk liever thuis blijven. Ik vond het jammer dat we altijd weg waren met oud en nieuw, omdat ik vuurwerk erg leuk vond. En ik had het gevoel dat ik anders was dan andere kinderen. Ik heb nooit vriendjes gemaakt op de camping, zoals mijn klasgenoten. Ik was altijd alleen met mijn ouders. Misschien ben ik daardoor in het algemeen wat verlegener geworden.’

Heb je ooit tegen je ouders gezegd dat het reizen misschien te veel van het goede was?

‘Nee, dat niet. Achteraf gezien had ik het niet anders gewild. Ik heb veel van die reizen geleerd: ik was me er al jong van bewust hoeveel geluk ik heb dat ik in Nederland ben geboren.

‘En zo’n fietsvakantie is gewoon heel bijzonder: je bent heel vrij. Omdat je vooral met je basisbehoeften bezig bent, leef je compleet in het moment. Dat waardeer ik nu nog meer. Anderhalf jaar geleden ben ik voor het eerst zelf op zo’n reis gegaan: mijn vriendin en ik hebben drieënhalve maand gefietst door Zuid-Amerika.

Hoe onderhoud je je vriendschappen, met al die lange reizen?

‘Hier op Vlieland heb ik veel vrienden. Maar als ik op reis ga, wordt die vriendschap inderdaad weer een half jaar onderbroken. Je zou het seizoensvrienden kunnen noemen. En ik heb ook nog wel vrienden van vroeger, die zie ik af en toe, als ik toevallig in de buurt ben.

‘Dat is wel een nadeel van het reizen, want ik heb ook behoefte aan vrienden die ik gewoon het hele jaar wekelijks spreek. Ik mis het om onderdeel te zijn van een groep, een bubbel, waarmee je iets kunt opbouwen.’

Je trok de afgelopen jaren dus vooral op met je vriendin?

‘Ja. We zijn nu vijfenhalf jaar samen en hebben veel van die tijd dicht op elkaar gezeten. Op Vlieland zitten we samen in een tent, en op reis zitten we vaak in een nóg kleiner tentje.

Jan Poort is op 3 mei 25 jaar geworden.

Woonplaats: Oost-Vlieland en Culemborg

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Een 8. Ik weet inmiddels wie ik ben en wat ik belangrijk vind. En ik kan vaak twee kanten van een verhaal zien.’

Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Ja. Misschien is het mijn bubbel, maar ik zie dat veel mensen van mijn leeftijd vrijer zijn dan hun ouders.’

Waar ben je over zeven jaar? ‘Ik hoop dat ik dan een positieve bijdrage lever aan de wereld. En misschien wonen mijn vriendin en ik in Zweden, met een eigen stukje grond.’

‘Dat ging altijd goed. We zijn heel eerlijk tegen elkaar, dus als er iets is, wordt dat nooit groot. Maar in Zuid-Amerika kwamen we soms dagenlang niemand tegen, daar hadden we elkaar uiteindelijk echt niets meer te zeggen. Toen we door de Atacamawoestijn in Chili fietsten, waar bijna niets leeft, voelden we ons met z’n tweeën wel erg eenzaam.

‘Nu zijn we allebei op een punt dat we ons leven anders willen inrichten, om los van elkaar iets op te bouwen. Want het is niet fijn om altijd álles te delen en dezelfde vrienden te hebben.’

Zijn jullie daarom vorige winter niet op reis gegaan?

‘Dat speelde mee. Maar ook omdat ons leven een beetje vluchtig begon te voelen. Ik kwam te weinig toe aan andere dingen waarvoor ik ook passie voel: fotograferen, schrijven en filmen. Op reis deed ik dat ook wel, maar het kwam toch op de tweede plek.

‘Deze winter had ik eindelijk tijd om daar echt mee bezig te zijn. Dus heb ik een boek geschreven over onze fietsreis door Zuid-Amerika, met mijn eigen foto’s erbij.

‘Bovendien merk ik dat ik iets wil bijdragen aan de wereld. Dat doe je niet als je alleen maar op reis bent. Dat voelt als een wat egoïstische manier van leven. Ik heb geen spijt van alle reizen, want ik heb daardoor veel over mezelf geleerd. Maar als ik doorga met dit leven, ga ik er wel spijt van krijgen.’

Hoe wil je iets bijdragen aan de wereld?

‘Door verhalen te vertellen over onderwerpen die aandacht verdienen. Ik weet nu dat daar mijn kracht ligt. Deze winter ben ik bijvoorbeeld begonnen aan een documentairefilm over rouw. Het gaat over de moeder van een vriend, wier man is overleden, die troost zoekt in haar volkstuintje. Ik wil zo’n onderwerp bespreekbaar maken.’

Werk je volgend jaar wel weer bij de surfschool?

‘Poeh… Ik denk dat ik deze plek wil loslaten. Het gaat een beetje tegen mijn gevoel in, omdat ik het hier nog steeds leuk vind. Maar ik ben benieuwd wat ik kan doen met alle tijd die er dan vrijkomt.

‘Ik ben op zoek naar een vaste woning in Utrecht, waar ik nieuwe mensen kan ontmoeten en aan mijn film kan werken. Ik zal ook een baan nodig hebben. Wat dat precies wordt, maakt me niet zoveel uit. Soms moet je ook gewoon íéts gaan doen. Want het is best makkelijk om te verdwalen in de vraag wat je nou eigenlijk wil met je leven.’

Heb je geen enkele voorkeur?

‘Als de sfeer op de werkplek goed is, zou ik in principe best als bouwvakker aan de slag willen. Ik werk graag met mijn handen. Als ik dat kan afwisselen met mooie reizen en het werken aan die film, lijkt dat me een heel mooi bestaan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next