Referendum IJsland Toenadering van IJsland had het beeld kunnen bevestigen dat de EU graag van zichzelf neerzet: een belangrijke speler op het wereldtoneel. De interesse vanuit IJsland, dat gemakkelijk zou kunnen toetreden, was juist zo welkom voor kritische regeringen in Europa.
Een tractor draagt een hooibaal met een boodschap: “ESB Nei takk” (EU Nee bedankt), in Reykjavik, twee dagen voor het referendum.
Afgewezen worden is nooit leuk. En al helemaal als het voor het oog van de wereld gebeurt. Maar nadat een meerderheid van de IJslandse bevolking zaterdag ‘nee’ zei tegen nieuwe onderhandelingen over een lidmaatschap van de Europese Unie, moeten de EU-ambtenaren in Brussel, zo beseffen ze, de hoon en spot maar even accepteren.
Brussel had gehoopt op een PR-succesje. In plaats daarvan waren het de eurosceptici die een feestje bouwden. „Gefeliciteerd aan IJsland, dat gestemd heeft om zijn onafhankelijkheid te behouden”, schreef Nigel Farage, de politieke voorman van Reform UK en tien jaar geleden een van de aanjagers voor de Britse Brexit-stem, op X.
In directe zin verandert er voor Brussel en Reykjavik na het referendum niets. IJsland had de toetredingsgesprekken met de EU in 2015afgebroken, en dat blijft door deze uitkomst zo. Deze stemming ging immers alleen over de onderhandelingen. Zelfs als de gesprekken wél waren hervat, zou na afloop nog een tweede referendum worden gehouden over de toetreding zelf.
Intussen blijft IJsland nauw handelen met de EU via de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA), veel nauwer dan bijvoorbeeld de Britten sinds hun vertrek uit de EU doen. Bovendien blijft IJsland contributie betalen en EU-regels overnemen in ruil voor markttoegang, net als de andere EVA-landen Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Het land is en blijft onderdeel in de Schengenzone. En de huidige relatie kan ook zonder lidmaatschap verder verstevigd worden, zei EU-president António Cósta.
Het zijn dit soort bezwerende woorden die nu vanuit Brussel klinken. Toch wringt het. Een heropening van de gesprekken met het aangeharkte, welvarende IJsland had tot een razendsnelle toetreding kunnen leiden, wellicht al in twee jaar, daarvan is iedereen overtuigd. De EU had zich geen beter uithangbord kunnen wensen in zijn zoektocht naar geopolitiek gewicht.
In plaats daarvan zegevierde het nee-kamp in IJsland, met afgetekende cijfers. Bijna 53 procent stemde tegen, met een opkomstcijfer van meer dan 82 procent: hoger dan bij de laatste verkiezingen.
De Europese Unie doet het goed in peilingen onder EU-burgers. Met de Noren en de Zwitsers wordt al hechter samengewerkt, zelfs met het ver weg gelegen Canada worden nieuwe banden gesmeed. Maar een rijk land dat zijn heil zoekt bij de EU om een onveilige wereld het hoofd te bieden, was pas echt de perfecte bevestiging geweest van het beeld dat Brussel graag van zichzelf neerzet: een speler die er echt toe doet op het wereldtoneel.
Zonder die geopolitieke zorgen was het IJslandse referendum er niet gekomen. Defensie was nooit een serieuze Europese aangelegenheid. Maar dat is gekanteld, al sinds de oorlog in Oekraïne en nog sterker sinds de veranderende houding van de Verenigde Staten. President Donald Trump aast op een grotere Amerikaanse rol in het Poolgebied en heeft meer dan eens gedreigd Groenland, dat andere grote eiland in de arctische regio, in zijn bezit te willen hebben.
Dat het Witte Huis ook nog eens twijfel zaait over de toekomst van de NAVO, versterkte de zorgen in Reykjavik. Het land heeft geen leger en is voor zijn bescherming geheel afhankelijk van de NAVO.
Maar die zorgen legden het in de campagne af tegen andere thema’s, zoals de visserij – ook in de vorige toetredingsonderhandelingen het grote twistpunt – en de vraag of EU-lidmaatschap wel zo’n verbetering biedt ten opzichte van de huidige, innige vrijhandelsband. IJsland zit al met de andere EVA-landen én de EU in de gedeelde Europese Economische Ruimte.
De IJslandse premier Kristrun Frostadóttir is met de ministers van Buitenlandse Zaken en van Educatie en Kinderen onderweg naar een persconferentie een dag na het referendum.
„Een grote les voor mij en voor de regering is dat de bevolking tevreden is met de afspraken in de Europese Economische Ruimte”, zei de IJslandse premier Kristrún Frostadóttir na het referendum. „Men is tevreden met de huidige relatie met de EU.” De regering was ook voorstander, maar voerde niet bijzonder fanatiek campagne, en verbond zo hun lot niet aan de uitkomst.
Ook voor de interne strategie komt de nee-stem Brussel niet goed uit. Uitbreiding blijft namelijk hoog op de agenda staan. Er zijn genoeg landen die ongeduldig in de wachtkamer zitten om lid te mogen worden. Montenegro zit vooraan, dat treedt mogelijk al in 2028 toe. Landen als Albanië, Moldavië en uiteindelijk ook Oekraïne zouden in de jaren daarna kunnen volgen.
Maar over al deze landen bestaan zorgen onder de huidige lidstaten. Zij vragen zich af of de rechtsstaat bij deze kandidaten wel gewaarborgd is, of een jong land straks niet een terugval beleeft à la Viktor Orbán in Hongarije en de Brusselse besluitvorming gaat dwarsbomen.
De Europese Commissie moet iets met deze scepsis. De Brusselse ambtenarij is al bereid de nieuwe lidstaten veel steviger in te snoeren dan de bestaande EU-landen, zo bleek uit plannen die vorige week naar NRC uitlekten. Die gaan ver. De Commissie wil nieuwe EU-landen die afglijden, onder meer hun stemrecht in Europa en hun subsidies sneller kunnen afnemen.
De vraag is of deze voorstellen genoeg zijn om kritische regeringen, zoals de Nederlandse, te overtuigen. Ook daarom was de interesse vanuit IJsland zo welkom. Een gelijktijdige toetreding van IJsland en Montenegro was makkelijker te verkopen aan kritische Europese burgers, en aan de Europese regeringen die met elke nieuwe lidstaat unaniem moeten instemmen.
De interesse van Brussel in het Poolgebied is nog niet voorbij. De Europese Commissie hoopt de defensiesamenwerking met IJsland verder uit te bouwen. Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen reist dit weekend bovendien naar Groenland.
Groenland heeft de Europese Gemeenschap – de voorloper van de EU – op eigen houtje al in de jaren tachtig verlaten. Het land, dat deel uitmaakt van het Koninkrijk Denemarken, haalt sindskort de banden weer aan. Maar lid worden, zei premier Jens-Frederik Nielsen vorig jaar, is niet aan de orde.