Drugscriminaliteit Een drugslading van 812 kilo was wellicht aanleiding voor het geweld in Gelderland afgelopen nacht. Een huis werd onder vuur genomen, een beveiliger doodgeschoten en twee agenten raakten gewond. Daarna zochten agenten urenlang naar verdachten in tuinen, bossen en maïsvelden.
Een still uit een video met personen, sommige met wapens, in Overasselt in de nacht van maandag op dinsdag.
In de vroege dinsdagochtend, rond de klok van vier uur, lopen tientallen mannen uitgelaten over een weggetje buiten het Gelderse dorp Overasselt. Ze dragen trainingspakken, hebben hun gezichten verhuld achter bivakmutsen en sjaals en sommigen hebben een pistool of geweer in hun hand.
Dan gaat het snel. Een paar knallen, lichtflitsen in een nog donkere nacht, waarna de eerste mannen alweer rechtsomkeert maken. Binnen een minuut zijn ze uit het beeld verdwenen dat een beveiligingscamera van ze maakte – beelden die uren later als eerste door De Telegraaf worden gepubliceerd en door NRC werden geverifieerd. Een man die een vrijstaand huis en het ruime erf eromheen moet beveiligen, blijft dood achter.
Buurtbewoners zijn dan al wakker geschrokken. Eén man, wiens naam bekend is bij de redactie maar die om veiligheidsredenen anoniem wil blijven, heeft 37 geschoten geteld. Een ander ziet mannen door zijn voor- en achtertuinen rennen. In een Facebook-groep vraagt een vrouw: weer een schietpartij op de Ewijkseweg?
De politie heeft dan al de eerste meldingen gekregen – over een inbraak, is het verhaal. Er wordt ook medische hulp gevraagd. Terwijl de mannen door de straten van Overasselt rennen en een witte bestelbus met een noodgang wegrijdt, zetten twee traumaheli’s koers richting het dorp ten zuidwesten van Nijmegen. De eerste agenten die aankomen, worden zélf doelwit, twee raken gewond, maar niet levensbedreigend. Het is het begin van een politieactie met een voor Nederland zeldzame omvang.
Het geweld in Overasselt had een omvang, intensiteit en lef die Nederland doorgaans vreemd is, maar die door de groeiende verwevenheid van drugscriminaliteit met het alledaagse leven zich toch kon voordoen. Het roept herinneringen op aan de moordaanslagen in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt in 2012. Dat bleek, achteraf, het moment dat een nieuwe generatie drugscriminelen zich aan de wereld toonde: harder dan voorheen, brutaler ook, onachtzamer voor de omgeving.
Wat deden de tientallen gewapende mannen in Overasselt? Een bron in het criminele circuit en lokale bewoners vertellen dat twee van de bewoners, zowel de oude als de jonge Jan G., actief zijn in de drugscriminaliteit. Senior zou de opkomst van de synthetische drugs in Nederland van dichtbij hebben meegemaakt. Junior zou de familiehandel hebben voortgezet.
Dat zou verklaren waarom de brandweerlui die op een zomerse dag in 2019 afkwamen op een brandende schuur achter op het erf, twee zeecontainers aantroffen die samen een professioneel drugslab vormden. Vijf jaar later pakte de politie twee mannen op die gewapend voor het huis stonden. En vorig jaar vuurde een 21-jarige Amsterdammer met een AK-47, een automatisch geweer dat werd gemaakt voor oorlogen, zeker 25 kogels af op het huis. Dat werd daarop door de burgemeester enkele weken gesloten. Nadat de bewoners mochten terugkeren, plaatsten ze een beveiliger voor het huis. De „beveiligingsauto”, noemen dorpsbewoners het, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
De schietpartij van dinsdagochtend zou volgens Het Parool alles te maken hebben met een onderschepte lading van 812 kilo drugs. Die was met een vrachtwagen onderweg naar Nederland, maar werd zaterdag op de Spaans-Franse grens in beslag genomen. De groep zou van plan geweest zijn om verhaal te halen bij de tussenpersoon die verantwoordelijk was voor het transport. Ook zouden ze hebben willen zoeken naar een vermist deel van de drugs.
Het mislukken van die plannen is het begin van een enorme politieactie. Het dorp wordt door verkeersregelaars en zwaarbewapende agenten afgesloten, terwijl andere agenten in maïsvelden en achtertuinen zoeken naar de daders. Van een geparkeerde auto worden sporen verzameld. Helikopters cirkelen boven het dorp. Soms klinken wederom schoten, van agenten die daders willen waarschuwen. Soms kringelt rook op uit de velden, van de rookbommen die de politie inzet om de daders tussen de maïskolven weg te jagen, de open weg op. En soms wordt eentje uit een bosje geplukt, geboeid en afgevoerd.
Daar blijft het niet bij. In Nijmegen worden drie Franssprekende mannen opgepakt, nadat ze bij een ROC de weg naar het station hadden gevraagd. Ze krijgen papieren zakken om hun handen, om eventuele kruitsporen veilig te stellen. Een paar uur later rijden agenten op de A73 – vlak over de provinciegrens in Noord-Brabant – en op de A76 nabij de grens met België, auto’s klem om de inzittenden te arresteren. Ook dat had, laat de politie weten, te maken met de aanslag. Er wordt een „groot aantal aanhoudingen” verricht, hoewel precieze cijfers ontbreken.
In het dorp blijven agenten de hele dag speuren, naar verdachten en naar bewijs voor het grootschalige onderzoek. Zelfs bijna twaalf uur na de gepoogde bestorming plukken agenten nog iemand uit de buitengebieden. De dorpsschool laat kinderen uit voorzorg niet buitenspelen, laat de directeur aan het einde van de ochtend weten. Elders in het dorp spuiten brandweermannen dan het bloed van het asfalt.
Met medewerking van Jan Meeus.