Leo van Veen was een kind van de stad en groeide als voetballer uit tot Mister FC Utrecht. Lengte, technisch vermogen en koelbloedigheid waren zijn belangrijkste wapens.
Hebbes! Martin Donker moest even zoeken, maar nu heeft de vroegere sportjournalist hem gevonden: de fameuze hakbal in de thuiswedstrijd tegen Excelsior. Wel opletten, want de camera blijft op eerbiedige afstand.
Je ziet Leo van Veen, voetballer van FC Utrecht, de stuiterende bal controleren. Omdat hij met zijn rug naar het doel staat, kan hij niet anders dan met zijn rechterhak een doelpoging wagen. Hard en hoog in de touwen. Techniek en killersinstinct ineen.
Als toenmalig trainer Han Berger het zich goed herinnert, was Van Veen op dat moment net terug van zijn zomerse vakantiebaantje bij Los Angeles Aztecs. Daarvan was Berger eigenlijk niet gediend, maar na zo’n fenomenaal doelpunt valt er weinig meer te zeggen.
Dat zal dus 1979 of daaromtrent zijn geweest. Berger was een jonge trainer, Van Veen een gelouterde voetballer. ‘Hij was voor mij een klankbord en een mentor’, zegt Berger. ‘Toen we een heel goed seizoen draaiden en de trainer veel aandacht kreeg, zei Leo dat ik niet moest vergeten de spelers te noemen.’ Een wijze les die Berger nooit is vergeten.
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Leo van Veen, die op 8 juli overleed, gaat met een stortvloed aan doelpunten de herinnering in als Mister FC Utrecht. Dankzij hem kon de fusieclub beginnen op het hoogste niveau. Van Veen speelde aanvankelijk bij DOS, een van de voorlopers van FC Utrecht. Met zijn treffer tegen het Groningse GVAV werd in 1970 degradatie afgewend.
Van Veen was Utrechter in hart en nieren. Hij werd geboren in de binnenstad. Zijn vader, zelf ook speler van DOS, was er drogist. Na diens overlijden haalde zijn moeder de benodigde papieren en nam de zaak over. Het gezin woonde boven de drogisterij.
Al op jonge leeftijd trad Leo als voetballer in de voetsporen van vader Co. In het najaar van 1965 zou hij debuteren in het eerste elftal. Omdat het de voorgaande zaterdag zulk slecht weer was, klom de zenuwachtige voetballer over het prikkeldraad van stadion Galgenwaard. Hij wilde met eigen ogen het veld te inspecteren.
In een jubileumboek over FC Utrecht vertelt Van Veen aan Donker hoe een agent hem betrapte. Zijn excuus van het aanstaande debuut werd maar half geloofd. Het dienstdoende gezag zou het de volgende dag goed in de gaten houden.
Zo begon de loopbaan van Leo van Veen als betaald voetballer met een 3-0-overwinning op FC Twente. Hij zou er tot zijn 40ste mee doorgaan. Lengte, technisch vermogen en koelbloedigheid waren zijn belangrijkste wapens.
Alleen zijn snelheid liet te wensen over. Berger: ‘Maar dat compenseerde hij met zijn geweldige inzicht.’ In de dynamiek van een elftal speelde Van Veen als introvert persoon geen grote rol. Maar als hij wat zei, was het wel gezaghebbend.
Tot halverwege 1982 speelde Leo van Veen in het rood-wit van Utrecht. In de laatste periode combineerde hij dat dus, op uitnodiging van Johan Cruijff, met een zomerse bijrol in de Amerikaanse competitie. Daarna haalde Cruijff hem voor één seizoen naar Ajax waar hij als oude rot de verdediging moest leiden.
Zo bepalend hij als aanvaller was, werd Leo van Veen op die positie nooit. Ook een daaropvolgende loopbaan als trainer kan niet in de schaduw staan van zijn oorspronkelijke rol. In beide hoedanigheden keerde hij terug bij FC Utrecht. Beide keren werd het geen succes.
Van Veens laatste jaren werden bepaald door de ziekte van Alzheimer. Han Berger en vroegere teamgenoten hem nog wel op voor thuiswedstrijden van FC Utrecht of voor een potje wandelvoetbal in Zeist. Tot het niet meer ging.
Source: Volkskrant