Home

Gered van de verbrandingsoven: honderdduizenden euro’s aan medisch materiaal – waarom gebeurt dit niet veel meer?

Jaarlijks verdwijnen voor honderden miljoenen euro’s aan ongebruikte medische hulpmiddelen en medicijnen bij het afval. Twee apothekersassistenten proberen die verspilling te doorbreken.

is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.

Verspilling in de zorg is geen abstract begrip. In een loods in Bergen op Zoom kun je de verkwisting aanraken. Het zijn de incontinentieluiers, katheters, stoma’s, urinezakken, verband, die in zilverkleurige aluminium rekken tot het plafond staan opgestapeld. Alles ongebruikt. Alles gered van de verbrandingsoven.

‘Hier staat voor enkele tonnen’, zegt Hanneke van Andel. Samen met collega-apothekersassistent Anja Vissers richtte ze twee jaar geleden de Apotheek van de Toekomst op, een verzamelpunt van geretourneerde medische hulpmiddelen. Die worden overal in Nederland opgehaald bij ziekenhuizen, zorginstellingen en de 130 aangesloten reguliere apotheken – later dit jaar worden dat er bijna 180 – waar vooral particulieren hun spullen retour brengen. De droom van Van Andel en Vissers is om ooit hetzelfde systeem toe te passen op ongebruikte medicijnen.

‘Dit doosje stoma-materiaal kost nieuw minstens 100 euro’, zegt Vissers wijzend op een rek met tientallen van die doosjes. Van Andel staat bij de stelling met pakjes koolstofverband: ‘Hier kregen we er in één keer dertig van, da’s al gauw 3.000 euro.’ En bij het rek dialysemateriaal: ‘Dit is van een duur merk: nieuwprijs 120 euro.’ De pakken incontinentiemateriaal nemen de meeste ruimte in beslag. ‘Heb je het over 35, 40 euro per pak.’

‘Gevoel van veiligheid’

Verspilling in de zorg loopt in de miljarden euro’s per jaar. Alleen al aan incontinentiemateriaal wordt volgens het ministerie van Volksgezondheid jaarlijks ter waarde van 235 miljoen euro ongebruikt weggegooid. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) deed in 2024 onderzoek naar verspilling en wees als oorzaak aan dat ‘de zorgprofessional een gevoel van veiligheid’ wil hebben.

Gevolg is ‘voor de zekerheid’ meer voorschrijven of leveren dan nodig en grote voorraden aanhouden, ook van producten die op enig moment over de datum zijn. Tegelijkertijd stelde het RIVM vast dat het bestellen van veel medische hulpmiddelen en geneesmiddelen ‘financieel gezien gunstig kan zijn’, met name door kwantumkortingen.

Hoe al die spullen hier in het zuidwesten van Brabant terechtgekomen zijn, is het verhaal van twee vrouwen die onafhankelijk van elkaar hetzelfde idee hadden. Vissers uit het Limburgse Meerlo kreeg er zelfs een prijs voor. De kerngedachte is simpel: voorkom het weggooien van een medisch product dat niet is gebruikt. Van Andel had daarbij hulpmiddelen zoals incontinentiemateriaal voor ogen, Vissers medicijnen.

De vrouwen, met tientallen jaren apotheekervaring, besloten samen te werken om ongebruikte medische hulpmiddelen opnieuw te verstrekken. Dat mag onder voorwaarden. Heruitgifte van geneesmiddelen waar een tekort aan is, hun volgende streven, mag nog niet.

Ze hebben verschillende drijfveren om, idealiter, een einde te maken aan verspilling in de zorg. Voor Van Andel is dat duurzaamheid. ‘In medische hulpmiddelen zitten heel veel plastics. Gemaakt van olie en met gas. Al die energie verspil je als je dat materiaal in de verbrandingsoven gooit zonder één keer te gebruiken.’

‘Mij gaat het vooral om de verspilling van geld’, zegt Vissers. In drie minuten had ze haar ‘Beste zorgidee’, een innovatiewedstrijd van een zorgverzekeraar, bedacht: neem ongeopende medicijnen retour, controleer ze en verstrek ze nogmaals indien veilig. ‘Maar die prijs kreeg ik vijftien jaar geleden’, roept ze uit terwijl ze met Van Andel een rondleiding geeft langs de rekken hulpmiddelen.

‘Dit is allemaal over de datum’, verklaart Van Andel. Vissers haakt in: ‘Je lacht je kapot: een katheter, gewoon een plastic ding, heeft een vervaldatum. Vind je het gek dat we ieder jaar meer premie moeten betalen?’

Lesmateriaal

Niets van wat in de ‘over datum-ruimte’ staat, mag ooit nog de markt op. ‘Dit gaat daarom voor 40 procent van de nieuwwaarde naar zorgopleidingen’, zegt Vissers, ‘leerlingverpleegkundigen kunnen met zo’n katheter oefenen op een pop.’ Echter: ‘Veel scholen weten nog niet dat wij bestaan.’

Daarin schuilt de januskop van het succes dat het tweetal claimt. De meeste zorgmedewerkers vinden hun geesteskind een goed idee en zijn blij dat er wat concreets gebeurt aan de verspilling die ze dagelijks meemaken. Gevolg is dat de Apotheek van de Toekomst steeds meer ongebruikte hulpmiddelen voor eigen kosten kan ophalen bij aangesloten apotheken en andere zorglocaties.

Het materiaal wordt online verkocht aan zorginstellingen en particulieren. Maar die laatsten kunnen ook vrijblijvend binnenwandelen, zoals een mevrouw die weggaat met vier zalfgaasjes. ‘Er zitten er tien in een doosje’, legt Van Andel uit, ‘maar ze had er maar vier nodig. Dan hoeft ze bij ons natuurlijk niet voor tien te betalen.’

Al met al komen er zo meer spullen binnen dan er worden verkocht. De verkoopopbrengst, twee vijfde van de nieuwwaarde, is onvoldoende om de stijgende transportkosten te dekken. ‘Als de werkvloer van een apotheek twee keer zo snel vol staat met bijvoorbeeld geretourneerd incontinentiemateriaal, dan moeten wij twee keer zo vaak rijden.’

Eigen geld

De twee vrouwen zijn niet commercieel, maar bevlogen. Van Andel heeft een stevig bedrag van haar eigen geld in de Apotheek van de Toekomst gestoken. ‘Te idioot voor woorden’, zegt Vissers fel, ‘we lossen hier nota bene een maatschappelijk probleem op.’ Een subsidieaanvraag werd afgewezen. ‘Omdat ons idee geen technologische innovatie is. Ja, duh, er komt inderdaad geen technologie bij kijken.’

‘Het is absurd dat ze moeten bedelen om geld voor dit fantastische initiatief’, vindt Toine Egberts. De hoogleraar klinische farmacie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht heeft de afgelopen vijftien jaar onderzoek gedaan naar verspilling in de zorg, met name als het om geneesmiddelen gaat. Mede door een succesvol experiment van Egberts en zijn collega’s is er wettelijke ruimte gekomen om dat tegen te gaan.

Ze kregen toestemming om eerst in vier en daarna in veertien ziekenhuizen onder allerlei waarborgen ongebruikte en kostbare kankermedicijnen in pilvorm aan nieuwe patiënten te geven. ‘Voor één doosje kun je soms een auto kopen. We toonden aan dat enorme besparingen mogelijk zijn.’

Nederland gebruikte in Brussel het onderzoek om de Europese wet te veranderen. Het resultaat is dat EU-lidstaten de heruitgifte van geneesmiddelen zelf mogen regelen. ‘Nederland heeft al gezegd: dat willen we, maar we denken drie jaar nodig te hebben voor de implementatie.’ In die periode moeten de voorwaarden worden bepaald. ‘Mag het voor alle of alleen speciale geneesmiddelen? Mogen alle of alleen bepaalde apotheken meedoen?’

Nu houden vier op de vijf patiënten medicijnen over. ‘Het allerbelangrijkste is dat die ergens naartoe worden gebracht in plaats van weggegooid – ook nog eens slecht voor het milieu.’ Wat zou helpen is dat mensen de waarde van geneesmiddelen kennen, omdat ze er zelden of nooit een rekening van zien. ‘Daardoor weten ze niet dat veel geneesmiddelen heel duur zijn.’

Het door Van Andel en Vissers opgezette systeem zou volgens Egberts van pas kunnen komen voor de eerlijke verdeling van medicijnen waaraan een tekort is. ‘Dan zou je een fair distributiemodel moeten hebben waarbij elke patiënt evenveel kans maakt op een bepaald geneesmiddel.’

Perverse prikkels

‘Medicijnen die patiënten overhouden, moeten worden hergebruikt’, stond eerder in deze krant. Het pleidooi kwam van apothekers, huisartsen, patiëntenorganisaties en het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik. Dat was in 2013. De initiatiefnemers van de Apotheek van de Toekomst zijn dan ook wat argwanend over heruitgifte van geneesmiddelen over drie jaar.

Tegelijkertijd weten Van Andel en Vissers na twee jaar tussen de torenhoge stapels ongebruikte medische hulpmiddelen: ‘De echte impact zit in medicijnen.’ Aan de voor Van Andel zo belangrijke duurzaamheidskant ziet ze minder gebruik van grondstoffen en energie als ongebruikte geneesmiddelen naar nieuwe patiënten gaan. Om over de voor Vissers belangrijke kostenbesparing nog maar te zwijgen.

Critici zien al het eventuele hergebruik als een druppel op de gloeiende plaat, slechts genoeg om het geweten van zorgprofessionals te sussen. Het echte probleem, menen ze, is een zorgsysteem dat consequent te veel produceert en voorschrijft. Vissers ziet dat in de praktijk: ‘Als apotheek krijg je aan het eind van het jaar korting als je veel hebt besteld.’

Van Andel vertelt over een meneer wiens behandeling tegen incontinentie zo goed aansloeg dat hij al die dure ongeopende pakken luiers waarmee hij zijn zolderetage kon vullen niet meer nodig had. ‘Maar de leverancier nam die achthonderd luiers niet terug, dat staat het systeem niet toe.’

In elke apotheek staat een ton om ongebruikte medicijnen te retourneren. Vissers zag eens dat daar ’s ochtends een geneesmiddel in werd gegooid, waar ’s middags vraag naar was. ‘We hadden dat niet langer op voorraad en ik kon niets doen, terwijl ik wist dat precies dat middel in de ton zat.’

Bijwerkingen

‘Chronische patiënten krijgen voor een half jaar, soms zelfs voor een jaar, hulpmiddelen of medicijnen’, vertelt hoogleraar Egberts. ‘Dan weet je dat de kans heel groot is dat er dingen niet gebruikt worden. Bijvoorbeeld door bijwerkingen of gewoon omdat de patiënt voortijdig overlijdt.’

Wat Egberts betreft zouden alle partijen bij elkaar moeten gaan zitten om te bepalen hoe het systeem voor minder verspilling van geld en materiaal kan zorgen. Hij ziet een tafel voor zich waar zorgverzekeraars, leveranciers, het ministerie van Volksgezondheid, apothekers, wetenschap en groothandel met een open houding aanschuiven.

En dan, als de perverse prikkels rondom hergebruik van medische hulpmiddelen en geneesmiddelen zijn weggenomen, heffen wij onszelf op, zeggen de vrouwen achter de Apotheek van de Toekomst. ‘Dan werkt het systeem en zijn wij overbodig.’

In de zorg gaat volgens onderzoekers van de Radboud Universiteit in Nijmegen jaarlijks zo’n 92 miljard euro om. De schattingen over wat daarvan opgaat aan verspilling lopen sterk uiteen: van 100 miljoen tot 23 miljard euro.

Sinds eind vorige eeuw circuleert de 100 miljoen hardnekkig als aldoor terugkerend prijsstempel op zorgverspilling. De 23 miljard komt uit het Radboud-onderzoek. Dat stelt dat administratieve complexiteit, slecht gecoördineerde zorg, overbehandeling, overbodige zorg, misbruik en fraude een kwart uit het zorgbudget haalt.

In mei dit jaar schatten drie auteurs in het Pharmaceutisch Weekblad de medicijnverspilling op circa 1 miljard euro per jaar. Ze baseren hun schatting op de 630 miljoen aan retourgeneesmiddelen die uit de eerstelijnszorg (zoals apotheek en huisarts) komen. Omdat een aanzienlijk deel van ongebruikte medicatie niet wordt ingeleverd, zou de verspilling oplopen naar 1 miljard.

Het Brabantse LCB Zorglogistiek splitste zijn schatting uit naar de verspilling van geneesmiddelen in ziekenhuizen, zorginstellingen en particulieren en van medische hulpmiddelen. De totale verkwisting in de zorg stelt LCB op 3,4 miljard euro. Daarvan is 2,2 miljard echt weggegooid geld, want dat is het bedrag aan ongebruikte hulp- en geneesmiddelen die geschikt zijn voor nieuw gebruik.

Source: Volkskrant

Previous

Next