Home

Connie Palmen schreef een roman over haar afscheid van de drank: ‘Ik heb alinea’s met angst en beven tegemoetgezien’

In Johnnie Walker, haar eerste roman in elf jaar, vertelt Connie Palmen hoe ze abrupt stopte met drinken. ‘Dit is het toppunt van wat ik aan eigen denkkracht in me heb.’

Connie Palmen (70), voorheen een stevige drinker en roker, heeft het roer radicaal omgegooid: ze leeft gezond. ‘Elke vorm van lichaamsbeweging vind ik van banaliteit doordesemd’, zegt ze aan haar eettafel, op de begane grond van haar Amsterdamse grachtenpand. Tot aan zijn dood in 2010 woonde ze hier met haar man, D66-politicus Hans van Mierlo.

‘Het gezonde leven is utterly boring, maar de beloning is vrij groot.’

Vertel.

‘Ik ben aanzienlijk vrolijker geworden. Ik ben eigenlijk zelfs, nee, ik zal niet het woord gelukkiger gebruiken want ik ben überhaupt altijd gelukkig geweest. Maar het gezondere leven?’

U kunt het aanraden?

‘Ik kan het iedereen aanraden, maar wel pas na je 50ste.’

Van de ene op de andere dag stopte Palmen met de drank toen ze in 2018 met haar stervende moeder meereed in de ambulance. ‘Op hetzelfde moment dat ik mijn moeder begeleidde naar het einde, liet ik Johnnie Walker gaan’, schrijft ze in Johnnie Walker, haar deze week verschenen roman.

Palmen, opgegroeid in het Limburgse Sint Odiliënberg, behoort al ruim drie decennia tot de bekendste en meest bejubelde schrijvers van Nederland. Deze zomer werd haar de Constantijn Huygens-prijs toegekend, een van de belangrijkste Nederlandse literaire oeuvreprijzen.

In 1991 werd Palmen plotsklaps een beroemdheid door haar debuutroman De wetten, waarvan alleen al in het eerste jaar meer dan 400 duizend exemplaren werden verkocht. Daarna volgden, behalve vele essays, nog vijf romans: De vriendschap (1995), I.M. (1998), Geheel de uwe (2002), Lucifer (2007) en Jij zegt het (2015).

Net als I.M. is ook Johnnie Walker een memoir in de vorm van een roman. Waar Palmen in I.M. haar relatie met de in 1995 overleden journalist Ischa Meijer ontleedt, onderzoekt ze in Johnnie Walker hoe haar hechte jeugd in Limburg de blauwdruk werd voor haar absolutistische karakter, haar monomane schrijverschap en haar veertigjarige verbond met Johnnie Walker – zoals Palmen haar ‘liefste vijand’ consequent noemt.

De ik-persoon wordt verpletterd onder de liefde van haar moeder. Op haar 16de bedrinkt ze zich voor het eerst, de enige manier, zo schrijft Palmen, om af en toe de opvlammende paniek te ‘temperen bij het vooruitzicht nooit meer zo bij anderen te horen als ik bij mijn familie had gehoord’.

In de geruststellende wetenschap dat Johnnie Walker haar nooit zal verlaten, durft ze te kiezen voor een radicaal, zelfdestructief leven volgens de ‘codes van de mannen’.

Ze is onbuigzaam en herkent zich daardoor in Ulrike Meinhof, een journalist die begin jaren zeventig als gezicht van de Baader-Meinhof-groep uitgroeide tot de meestgezochte terrorist van Duitsland.

Johnnie Walker is uw eerste roman in elf jaar. Waarom heeft het elf jaar geduurd?

‘Dat is wat deze roman nodig had. Het was een zwaar boek om te schrijven. De dood van mijn moeder vormde een obstakel dat als dwarsbalk voor alle andere mogelijke boeken lag.

‘Ik moest veel onderzoeken, van de tijd, de wereld en van mezelf. Elke vrouw kijkt naar zichzelf door de ogen van haar moeder. Maar daardoor moest ik er ook in slagen de persoonlijkheid van mijn moeder te verduidelijken. Ik wist daarnaast dat het geen coïncidentie was dat ik in de ambulance met mijn moeder gestopt ben met Johnnie Walker, maar hoe dat precies zat, was niet meteen helder, dat had een complexiteit waar ik voor terugdeinsde.

‘Ik kwam op inzichten waarvan ik eerst moest verdragen dat ik ze had, voordat ik er woorden voor kon vinden. Met een niet heel dik boek ben ik vier jaar bezig geweest. Ik heb alinea’s met angst en beven tegemoetgezien.’

Heeft u een voorbeeld?

‘Nee, in dit boek staan echt in élke alinea inzichten die ik te zwaar vond om zomaar op te schrijven.’

Dat is begrijpelijk als u schrijft over uw moeder. Maar ook als u schrijft over Ulrike Meinhof?

‘Ja, want ik vergelijk mezelf met de terroriste, ik noem haar mijn schaduwzus. In de loop van Johnnie Walker ontdek ik dat zij alles is wat ik niet wilde worden, maar dat we wel hetzelfde rigide absolutisme delen.’

U schrijft: ‘Vanaf de eerste slok wist ik dat hij’, Johnnie Walker, ‘er alles aan zou doen om me te vernietigen.’ Hoe zag die vernietiging eruit?

‘Ik dronk niet voortdurend, het waren binge-periodes die altijd te maken hadden met rouw en afscheid. Als je dronk zoals ik toen deed – daar had ik aan ten onder kunnen gaan. Ik heb het in Johnnie Walker niet eens over roken.’ Grijnzend: ‘Maar als je twee pakjes Marlboro per dag rookt, krijg je wel zo’n fan-tas-tische stem, maar loop je ook langs de rand van de afgrond. Dit gold ook voor het drinken.’

Dronk u om niet te voelen?

Afgemeten: ‘Dat vind ik zo’n onzin.’

Omdat u zegt dat u het deed in periodes van rouw.

‘Maar dan juist om de dood nog dichterbij te laten komen, omdat je hem als een vorm van gezelschap nodig hebt.

‘Drinken is een vriendschap zonder vriend. Net als elk ander object van verslaving – eten, sigaretten, drugs, seks – heeft drank als kenmerk dat die je nooit verlaat. In de autonomie die een verslaafde zoekt, zit altijd een angst, een angst voor de afhankelijkheid van mensen die je kunnen verlaten of die kunnen sterven.

‘Maar dankzij dat – eigenlijk valse – gevoel van autonomie kon ik de eenzaamheid verdragen die de bron is van mijn schrijverschap.

‘Elke verslaving bestaat ook uit het terugverlangen naar het gezin, naar een vorm van verdwijnen. In het gezin ga je op, daar word je gedefinieerd door je verhouding tot je moeder, je vader en je broers. Zodra je het huis verlaat, doet je individualiteit zich pas gelden. En drinken is een fantastische manier om dat juk van iemand moeten zijn van je af te werpen. Voor de korte periode van de roes ben je niemand.’

Waarom stopte u met drinken toen u met uw moeder in de ambulance zat?

‘Ik ga dat níét uitleggen. Dat moet uit het boek blijken en anders blijkt het er niet uit. Als ik het ga herformuleren, vermoord ik mijn eigen boek.’

U schrijft: ‘Ik heb met niemand zo intens geleefd als met mijn moeder. Ze heeft elk liefdesverbond dat ik ooit sloot, bepaald.’ Hoe dan?

‘Nee. Ik vind sommige vragen… ik ga even een ventilator halen.’ Palmen staat op om er een te pakken. ‘Dit zijn zulke discursieve vragen. Als ik deze vragen op een platte manier had willen beantwoorden, had ik dit boek niet hoeven schrijven. Ik wil ze alleen maar beantwoorden op de literaire wijze die ik daarvoor heb gevonden. Die ventilator helpt trouwens meteen, merk ik.’

Lijkt u op uw moeder?

‘Dat talent voor eenzaamheid, het geluk ondervinden in een vorm van eenzaamheid, dat heb ik van haar. Mijn vader was socialer. Mijn moeder had iets waar niemand bij kwam, maar ze werd op handen gedragen door het dorp – ze was vrolijk, grappig en ook charming.

‘Mijn moeder kwam uit een grote boerenfamilie, ze was de oudste dochter in een gezin van elf. Net als mijn vader was ze zonder twijfel de intelligentste.

‘Ik herinner me nog dat Ischa, toen ik hem voor het eerst meenam naar mijn ouderlijk huis, zei dat het hem opviel hoe weloverwogen en voornaam er bij ons gesproken werd.’

In Johnnie Walker schrijft Palmen hoe zij ‘het kind was waar niemand naar om hoefde te kijken’. ‘Dat was de enige manier dat ik kon overleven’, zegt ze. ‘Als mijn moeder om mij, haar dochter, bezorgd was geweest, had dat veel woede in haar losgemaakt. Nu was ik ongenaakbaar. Ik was ook een autonoom kind. Ook een huilerig kind, trouwens. Want we zijn een nogal sensitieve familie.’

Na het lezen van De wetten moest uw moeder huilen omdat ze zich toen realiseerde hoeveel verdriet u ook heeft gekend. Wat had zij van Johnnie Walker gevonden?

‘Hier zou ze ook om hebben gehuild. Mijn jongste broer, altijd mijn eerste lezer, moest erom huilen. ‘Het is een monument voor onze moeder’, zei hij. En dat zou ze ook hebben gezien. Misschien zou ze het moeilijk hebben gevonden dat ik beschrijf hoe haar tirannieke moeder haar behandelde als poetsmeisje, kok en landarbeider. Ze werd niet graag als slachtoffer gezien, terwijl ze dat wel was. Maar goed, art is not pleasing your mother, zei Janet Malcolm.’

Heeft u haar ook in bescherming genomen?

‘O ja, natuurlijk. Het is mijn verhaal door de ogen van mijn moeder. Het is een doorgang die ik voortdurend in de gaten heb gehouden.

‘Dit boek is hoogstpersoonlijk en tegelijkertijd abstract. De enige manier waarop ik mezelf kon beschermen, was door abstract te zijn.’

Is het daarom tell, don’t show?

‘Ik ben een essayistische schrijver, bij mij wordt het niet beeldend. Bij mij moet je het hebben van zinnen waarvan je denkt dat ze waarheid bevatten.’

Zou u zo’n tell-all durven schrijven? Of zegt u: dat is privé?

Dat laatste. Memoires zijn alleen interessant als ze meer zijn dan memoires. Je moet mensen niet opofferen voor je kunst. Dat is bijna altijd een banale wraakneming.

‘Je moet een evenwicht bewaren, net zoveel Judas zijn als God, net zoveel moordenaar als tovenaar. Als je leven neemt, moet je het ook weer geven. Niet alleen omdat iedereen dat verdient, maar ook omdat dat de enige manier is om levens interessant te maken. Als ik de moordenaars in Johnnie Walker alleen maar slecht had gemaakt, waren ze oninteressant geweest. Omdat je nu kunt denken dat ze moorden uit liefde, worden het tragische personages.

‘In het boek probeer ik te laten zien dat het goede en het kwade onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De seriemoordenaars die er een rol in spelen – Jeffrey Dahmer en Dennis Nilsen – waren zo bang dat de jongens die ze oppikten hen zouden verlaten, dat ze hen liever vermoordden. Iedereen herkent de angst om verlaten te worden. Killing for company en verslaving hebben een gemene deler.’

De wetten was een zoektocht, Johnnie Walker is een stellig boek.

‘Ik word steeds radicaler. Dit is het toppunt van wat ik aan eigen denkkracht in me heb. Ik kan niet een roman schrijven waarmee ik de literatuur niet een klein zetje geef. Johnnie Walker overtreft alle boeken die ik ooit heb geschreven.’

Twijfelt u ooit?

‘Over karaktertrekken wel, maar niet over mijn werk. Daarin ben ik te goed.’

U wordt vaak genoemd voor oeuvreprijzen. Was u verrast toen u deze zomer hoorde dat u de Constantijn Huygens-prijs kreeg toegekend? Of had u het wel verwacht?

‘Ik was héél blij. Ik schrijf niet omdat ik wil dat mijn werk in de kattenbak belandt. Ik ben verguld met erkenning voor het belang ervan.

‘Vorig jaar werd ik benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, toen heb ik staan wenen.

‘Natuurlijk vind ik dat ik die prijs verdien, maar dan moet je hem nóg krijgen. Ik heb zoveel mensen beledigd dat er in bijna alle potentiële jury’s wel iemand zit die mijn bloed kan drinken. Een echte kerel heeft vijanden.’

Ziet u uw succes volledig als eigen verdienste of heeft u ook mazzel gehad?

‘Ik zie het volledig als eigen verdienste, zei ze zonder enige twijfel.’ Glimlachend: ‘Mazzel. Wat heb je nou aan mazzel? Nu moet ik dat zeker nuanceren?’

Wat u wilt.

‘Natuurlijk zal de tijd een rol hebben gespeeld, waardoor ik geen 200 duizend maar 400 duizend exemplaren in een jaar heb verkocht. Maar De wetten was een volstrékt uniek boek dat niemand anders had kunnen schrijven.’

Johnnie Walker is de eerste roman die u zonder alcohol heeft geschreven. Wat merkte u daarvan?

‘Niets, want ik schreef nooit met drank op.’

Maar drank leidt toch ook tot katers? Daar heeft u het in Johnnie Walker helemaal niet over. U kon daar gewoon mee werken?

‘Ik denk het wel. Ik herinner me de katers helemaal niet goed, wel het groeiende schuldgevoel en de toenemende angst voor de dood. Maar drank verlaagt je weerstand, ook tegen dingen die je niet mag denken. Dat is goed voor het schrijven.’

Bent u cold turkey met de drank gestopt?

‘Ja, ik stopte in die ambulance. Daarna heb ik nooit meer een druppel gedronken. Een keer per ongeluk, ik nam een slok van iets en het bleek alcohol te zijn. Toen ben ik meteen flauwgevallen. Grote paniek, maar gelukkig was het op het verjaardagsfeest van een arts.’

Hoe is het om nu zonder Johnnie Walker te leven?

De autonomie die je verwerft door te stoppen met roken en drinken is echter, realistischer. Door een verslaving krijgt de dood een gezicht, of dat nu dat van Johnnie Walker of dat van Marlboro is. Maar het enige wat ik nu nog heb, is de échte dood. En ik ken zijn gezicht niet meer.

‘Dat mis ik wel. Ik mis de drank, die lust, die absolute autonomie van iemand die naar de verdommenis mag gaan. Dat beschrijf ik wel in het boek. Dat is een op-en-top verrukkelijke soevereiniteit, naar de klote gaan.’

En nu gaat u vier keer per week naar de sportschool?

‘Zeker! Ik doe mee aan klasjes, maar meestal lig ik in een hot cabin waarin allerlei banden bevestigd zijn die weerstand veroorzaken als ik eraan trek. De enige manier waarop ik sporten leuk vind, is liggend.’

Voelt u zich ook sterker?

‘O man. En of ik het voel. Mijn lichaam is veranderd.’ Grappend: ‘Het was al heel mooi, maar het is nu echt goddelijk. Willen jullie ze voelen?’ Palmen stroopt haar mouwen op om haar spierballen te laten zien. ‘Impressive, hè?’

‘Ik ben gaan sporten omdat mijn beste en oudste vriendin, Jessica Durlacher, zei dat ik weliswaar lenig ben, maar nu geen kracht meer heb. Dat was zo. Het voordeel van die gym is dat ik me sterker voel. Ik heb onlangs een inbreker verjaagd.’

O?

‘Ik lag in bed en werd wakker van lawaai. Ik heb mijn kleren aangetrokken, ben uit het raam gaan hangen en overal in huis gaan kijken. Maar ik zag niks, dus heb ik weer mijn kleren uitgetrokken en ben terug naar mijn bed gegaan.

‘Toen hoorde ik opnieuw lawaai, ik ging opnieuw naar beneden. Ik maakte een latte macchiato en zag weer niks. Ik terug naar boven. Maar ik kon niet meer slapen, ik moest ook die latte macchiato nog opdrinken, dus ik lag op mijn buik met alleen het verlichte schermpje van de iPad voor me, toen ineens achter me het automatische licht van de slaapkamer aansprong. Een man duwde de deur van mijn slaapkamer open.

‘Ik ben uit bed gesprongen en heb hem naakt verjaagd door hard ‘Ga uit mijn huis’ te gillen en te dreigen met zo’n karwats, zo’n paardending. Ik ben niet van de sm of zo, maar ik heb deze karwats naast mijn bed staan en stokken naast alle deuren.’

Waarom?

‘Dat zijn mijn krachtigste wapens. Ik heb eerder een inbreker op de Palmstraat verjaagd met een broodmes. Toen de politieagent kwam – ik voel het hem nog doen – pakte hij zo het mes van me af en zei: ‘Wilt u dit nooit meer doen? Dit mes zit eerder in u dan in de inbreker.’ Sindsdien staan op elke etage stokken.’ Ze loopt naar de voordeur en pakt er een. Spottend: ‘Ik houd van stokken om mensen mee te slaan.’

Bent u zich niet doodgeschrokken?

‘Maanden ben ik totaal van de kaart geweest. Maar ik laat niemand met iets wegkomen. Dat is ook mijn kamikaze-karakter: erachteraan.’

Dat stellige, is dat in de kern wie u bent?

‘Ja, en dat vind ik een tekortkoming, hoor. Het zijn niet de leukste mensen die zo absolutistisch zijn als ik, zo monomaan. Alles afbakenen. Kappen. Dit zijn de grenzen. Zoals Marianne Faithfull over Ulrike Meinhof zingt: cold, lonely puritan.

‘Ik ben een puritein wat het schrijven betreft, het schrijven gaat boven alles. Natuurlijk, voor mijn familie en mijn liefdes zet ik bijna alles opzij. Maar de rest komt bij mij niet voor twee uur ’s middags over de vloer.’ Grijnzend: ‘Dat overleef je niet.’

Wat gebeurt er dan?

‘Je blijft buiten staan, ook al vriest het 30 graden. Ik ben nog aan het denken.’

Zijn er andere Nederlandse schrijvers met dezelfde radicaliteit als u?

‘Een vrouw of man?’

Vindt u dat een verschil?

‘Een vrouw zal altijd ook het moederschap ervoor moeten opgeven.’

Heeft u dat gedaan? U wilde zich toch al op uw 18de laten steriliseren?

‘Op mijn 18de ging ik naar de huisarts in mijn dorp. Haal de baarmoeder maar weg, zei ik, ik ga er niets mee doen. Maar mijn huisarts weigerde, hij kwam met zo’n verhaal van: ik heb je nog op de wereld gezet.’

U wilde dat toen al omdat u wist dat u schrijver zou worden?

Fluisterend: ‘Jaaa.’ Op normaal volume: ‘Ik wist vooral dat ik geen moeder wilde worden. Je weet niet waarmee het begint.’

Nee?

‘Ik heb altijd gedacht dat het nee voorafgaat aan elk ja in je leven. In mijn jeugd zag ik de meisjes van mijn klas, hun moeders, mijn eigen moeder – en ik dacht alleen maar: nee, nee, nee. Kinderen baren? Nee. Kinderen hebben? Nee. Drachtige koeien? Nee. Werken op het land? Nee. Onderwijzeres worden? Nee.

‘Ik houd natuurlijk wel van kinderen. Wie dat niet doet, is een psychopaat. Maar ze zouden mij op dezelfde radicale manier bezetten als het schrijven me bezet.’

Maar zijn er Nederlandse schrijvers zoals u?

‘Hanna Bervoets heeft volgens mij met een radicaliteit voor het schrijverschap gekozen die ik herken en bewonder.’

Wat is er zo radicaal aan die keuze voor het schrijverschap?

‘Het is een keuze voor een eenzaam bestaan. Dat is zwaar. Iedereen denkt dat ik elke dag op de televisie kom, maar dat is niet zo. Met een intieme vriendengroep leid ik een teruggetrokken bestaan.’

U noemt de keuze voor eenzaamheid zwaar. Maar u heeft wel die kring van mensen om u heen, u wordt gewaardeerd. U leidt toch een geweldig leven?

‘Ik leef een geweldig leven. Echt geweldig.’

Waar zit dan die opoffering waar u het ook steeds over heeft?

Palmen is even stil. ‘Dit is eerlijk gezegd wel een goede vraag. Als je geen moeder geworden bent, kun je in zekere zin niet over een offer spreken als je al van jongs af aan denkt: no way. Dat is niet iets voor mij. Dus het offer, het offer. Het grootste offer, ook al noem ik het geluk, is toch die eenzaamheid.’

Terwijl u niet zonder kunt, u daar naar eigen zeggen een talent voor heeft.

De eenzaamheid is een zwaar geluk, en een moeilijk onderwerp om over te praten. Niet omdat ik bang ben om alleen te zijn, maar omdat iemand voor me zou moeten zorgen, dat ik dan niet meer de vrouw ben waar je geen omkijken naar hebt. Het idee dat dat ooit komt, beangstigt me.

‘Überhaupt het idee dat iedereen dood moet, dat mijn broers nog dood moeten, dat idee vind ik zo onverdraaglijk. Ik kan daar eigenlijk niet aan denken.

‘Mensen verdwijnen. Ik heb zo gehouden van Cees Nooteboom. Ik mis hem verschrikkelijk. Dat je met iemand zo kunt lachen – hij was zó geestig. Naarmate hij ouder werd, werd hij ook steeds guller. Als het schrijven van dit boek me zwaar viel, zei hij steeds: ‘Dat is een teken dat het een mooi boek wordt.’ Dat ben ik blijven onthouden.’

Huilt u vaker nu u ouder wordt?

‘Om bijna alles. Ik kan niks meer hebben.’

U wordt sentimenteler?

‘Niet sentimenteler. Ik haat sentimentele mensen. Ik heb een sixth sense voor sentimentaliteit. Sentimentele mensen zijn namelijk wreed.’

Kunt u dat uitleggen?

Glimlachend: ‘Nee, daar heb ik een boek voor nodig.

‘Dat sensitieve heb ik altijd gehad, maar nu heb ik geen Johnnie Walker meer. Alles raakt me nu almaar. Dat is de grootste tol die ik betaal voor het afscheid van Johnnie Walker. Mijn pantser is aan gort.

‘En er is genoeg om over te huilen. Elke vorm van solidariteit ontroert me. Elke inzet voor wie het minder heeft, ontroert me. Elke bescherming van mensen die asiel zoeken, ontroert me. Elk journaal is een hel.’

Maar u bent nooit somber?

‘Nee, dat ben ik niet. Ik ben nu ook gelukkiger dan ooit. Ik ben gelukkig geweest met mijn liefdes en mijn liefdesleven. Maar nu heb ik iets bereikt, een andere staat van autonomie, een die me héél sterk maakt.’

25 november 1955 Geboren in Sint Odiliënberg.
1986 Afgestudeerd (cum laude) in Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.
1988 Afgestudeerd in filosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
1991 Debuteert met De wetten, roman.
1992 De wetten wordt European Novel of the Year.
1992 Gouden Ezelsoor voor De wetten.
1995 De vriendschap, roman.
1995 AKO Literatuurprijs voor De vriendschap.
1998 I.M., roman.
1999 Boekenweekgeschenk De erfenis.
2002 Geheel de uwe, roman.
2005 Presentator Zomergasten (VPRO).
2007 Lucifer, roman.
2011 Logboek van een onbarmhartig jaar.
2015 Jij zegt het, roman.
2016 Libris Literatuurprijs voor Jij zegt het.
2017 De Inktaap voor Jij zegt het.
2017 Boekenweekessay De zonde van de vrouw.
2020 Verfilming I.M. door Michiel van Erp.
2023 Essaybundel Voornamelijk vrouwen.
2024 Toneelversie van De wetten door ITA.
2025 Benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw ‘vanwege haar uitzonderlijke en grote verdiensten voor de Nederlandse literatuur en samenleving’.
2026 Constantijn Huygens-prijs.

Connie Palmen: Johnnie Walker. Prometheus; 264 pagina’s; € 23,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next