Home

Geert Wilders in de broek van Jan Struijs

Jan Struijs van 50Plus loopt over de Bezuidenhoutseweg, vorige week dinsdagmiddag. Hij is op weg naar premier Rob Jetten van D66 om te onderhandelen over de begroting voor Prinsjesdag en wat hij niet doorheeft: een van zijn jaszakken hangt binnenstebuiten, er zit een gat in. Bij de ingang van het ministerie van Algemene Zaken staat hij een minuut of zes voor drie tv-camera’s en twee fotografen. Pas daarna ziet 50Plus-Kamerlid Corrie van Brenk, die met Struijs meegaat naar Jetten, de jaszak. Ze steekt haar hand erin en duwt ’m terug op zijn plek.

Deze week verschijnt Handboek Politieke Stijl van politiek filosoof Carola Schoor en wie dat leest, snapt waarom die jaszak Struijs kan helpen om geloofwaardiger over te komen. En waarom dat bij iemand als voormalig CDA-leider Wopke Hoekstra helemaal anders zou zijn geweest. Carola Schoor onderzoekt de taal, het uiterlijk en de manier van doen van politici en laat zien hoe dat voor kiezers onbewust bepaalt hoe overtuigend zij politici vinden. Ze beschrijft zes ‘oertypes’ in de politiek – boze burger, activist, probleemoplosser, regent, samenwerker, orakel – met allerlei stijlen die erbij horen: ‘volk’ of ‘elite’, jezelf presenteren als buitenstaander of als politicus, intuïtief denken of juist rationeel, twijfelen of weten hoe het zit. Jan Struijs is ‘volk’, Hoekstra ‘elite’.

Er zit een zelftest voor politici in het boek, en een boodschap: verander niet van stijl omdat je denkt dat je dan populairder wordt. Volgens Carola Schoor was het „dom” dat D66 Sigrid Kaag op sneakers liet lopen, in de campagne voor de verkiezingen van 2021. En had Frans Timmermans als GroenLinks-PvdA-leider wel steeds over ‘zijn’ Roda JC moeten beginnen? Carola Schoor denkt van niet.

Als je wel van stijl verandert, is haar idee, doe het dan één keer op een logisch moment, bijvoorbeeld na een afsplitsing, en zo radicaal mogelijk. Zoals Geert Wilders. Als VVD’er, tot 2004, had hij het over „stijgende WAO-volumina” en de „te grote inactiviteit’ in Nederland. Als PVV’er was zijn taal simpel, begrijpelijk, hard. Hij bleef wel donkerblauwe pakken dragen, en altijd een das. Ook in verkiezingscampagnes op straat. 

En dus weten ook zijn eigen PVV’ers niet wat ze zien, deze zaterdag op een azc-protest in het Brabantse dorp Nuenen. Wilders verschijnt in een colbertje dat net te strak zit, wit overhemd, géén das, een gekreukte katoenen broek die zo uit de kledingkast van Jan Struijs lijkt te komen (die nooit een das draagt).

In peilingen daalt de PVV al een tijdje. Dat heeft Wilders vaker meegemaakt. In 2019, toen FVD onder leiding van Thierry Baudet de grootste partij werd bij de Provinciale Statenverkiezingen, was Wilders daar openlijk berustend over: zíjn tijd kwam wel weer. Wat ook zo was.

Zou hij het nu anders zien? Op het plein in Nuenen staat niet één landelijke tv-camera. Er is plek voor tweeduizend mensen, er zijn er zo’n tweehonderd. Wilders, die volgende week 63 wordt, springt na zijn toespraak van het podium af. Maar niet heel soepel.

In het café van de Tweede Kamer, vrijdagochtend, zegt Jan Struijs tegen mij dat hij misschien qua stijl ‘volk’ is ja. Maar ook ‘elite’. „Op de tribune van Sparta kwam Sjaan naar me toe. Ze zei: ‘Jan, mijn buurvrouw zegt dat ik hypochonder ben. Wat is dat?’ Dus zij denkt: die man is Kamerlid, voor moeilijke woorden moet ik bij hem zijn.”

Petra de Koning doet wekelijks verslag over de Haagse politiek (p.dekoning@nrc.nl)

Politiek Den Haag

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next