Home

Waarom wordt Trumps oliedeal met Venezuela, volgens hem de ‘grootste in de wereldgeschiedenis’, zo lauw ontvangen?

Vier vragen | aardolie In één klap krijgen de VS de controle over een voorraad van 65 miljard vaten Venezolaanse olie. Een flinke opsteker voor de Amerikanen, bezweert president Donald Trump, hopend op een positieve invloed op de naderende Congresverkiezingen. Maar of de olie ook echt gaat vloeien, is nog zeer de vraag.

Olie-installaties van het Venezolaanse staatsoliebedrijf PdVSA bij de stad Puerto Cabello. Dat er nog veel achterstallig onderhoud moet worden verricht in de olie-infrastructuur van het land, is voor internationale oliebedrijven reden om nauwelijks in Venezuela te investeren.

Voor een oliedeal die „de grootste in de wereldgeschiedenis” zou moeten zijn, was de reactie op de oliemarkt bijzonder lauw. Vrijdag kondigden de VS een akkoord aan met Venezuela ter waarde van 65 miljard vaten ruwe olie – een astronomische hoeveelheid.

Hoewel je wellicht zou verwachten dat het vooruitzicht op een gigantische toename van het aanbod de olieprijzen zou drukken, stond de prijs van een vat Brentolie – de bekendste internationale maatstaf – maandag juist een paar dollar hoger dan voor het weekeinde. Olie-analisten en -experts proberen vooral nog grip te krijgen op de veronderstelde deal, waarvan veel details nog onduidelijk zijn.

Duidelijk is dat – ruim acht maanden na de gevangenneming door Washington van president Nicolás Maduro – de VS een meerderheidsbelang krijgen in zeventien olievelden in Venezuela. Daarmee komt ongeveer een kwart van de bewezen oliereserves van Venezuela in Amerikaanse handen. Deze olie moet bijvoorbeeld de strategische olievoorraad van het land gaan aanvullen. Een nog op te richten joint-venture, waarin de Amerikanen een belang van 55 procent krijgen, zou de oliewinning op zich moeten nemen. Vier vragen over het akkoord.

1Waarom kondigt de regering-Trump deze deal aan?

Voor de Amerikaanse president Trump is de oliedeal een manier om kiezers te laten zien dat hij de onvrede over de gestegen brandstofprijzen in de VS serieus neemt. Voordat de VS eind februari met Israël de aanval openden op Iran, kostte een gallon benzine (ruim 4,5 liter) gemiddeld circa 3 dollar. Nadat Teheran in reactie hierop de internationale scheepvaart door de Straat van Hormuz begon te blokkeren, steeg die gallonprijs tot rond de 4 dollar.

Amerikaanse benzine is daarmee fors goedkoper dan in Europa, dat hogere accijns kent. Maar voor Amerikanen is het huidige prijsniveau onaangenaam hoog en met nog ruim twee maanden te gaan tot de Congresverkiezingen, vrezen Trump en zijn Republikeinse Partij hier electoraal op afgerekend te worden.

Vrijdag beloofde Trump in een bericht op zijn sociale mediaplatform Truth Social dat „deze historische transactie [..] de benzineprijzen voor alle Amerikanen aanzienlijk zal verlagen, tot ver in de toekomst”. Het is echter sterk de vraag of de aangekondigde overeenkomst met Caracas al voor de stembusgang van 3 november verlichting kan brengen aan de pomp. Ook de Amerikaanse benzineprijs wordt grotendeels bepaald door de mondiale olieprijzen en die blijven vooralsnog redelijk stabiel rond de 80 dollar per vat schommelen.

Om de olieprijs in beweging te krijgen, is meer vertrouwen in Venezuela nodig. Het heeft weliswaar enorme reserves, maar ook nadat Trump begin dit jaar met een speciale militaire operatie de Venezolaanse leider Nicolás Maduro liet ontvoeren, bleven grote Amerikaanse energieconcerns huiverig (opnieuw) actief te worden in het land. Alleen enkele kleinere oliemaatschappijen sloten joint-ventures met de Venezolaanse staatoliemaatschappij PdVSA. Grotere oliebedrijven lijken eerst te willen afwachten of Venezuela zijn chronische problemen – verouderde olie-infrastructuur, politieke onzekerheid, corruptie en rechtsonzekerheid – aanpakt.

Trumps aankondiging lijkt dan ook bedoeld om Big Oil aan te sporen deze sprong alsnog te wagen. Maar zelfs als zij hier nu wél warmer voor lopen, is het eerder een kwestie van jaren dan maanden voordat de eerste extra olie gaat stromen.

2Wat heeft het Venezolaanse bewind bij deze deal te winnen?

Na Maduro’s kidnapping werd diens vicepresident Delcy Rodríguez tot interim-leider gepromoveerd. Uit vrees zelf ook door Amerikaanse militairen opgepakt te worden, werkt de oud-vicepresident sindsdien nauw met Washington samen. Door in te stemmen met Trumps oliedeal pleegt ze echter ook ideologisch hoogverraad en riskeert ze verzet vanuit haar eigen politieke kamp.

Rodríguez hangt al decennia het chavismo aan, de beweging die is vernoemd naar de legendarische oud-president Hugo Chávez (1999-2013). Diens links-nationalistische project nam het land eind vorige eeuw in de houdgreep en veranderde het gaandeweg in een dictatuur. Het bewind is diep impopulair, maar Chávez’ oorspronkelijke belofte – dat Venezuela zijn olierijkdom niet moet laten exploiteren door buitenlandse bedrijven, maar zelf moet oppompen – resoneert nog altijd bij veel Venezolanen.

Dat Rodríguez toch instemde met de oliedeal en deze zaterdag ook publiekelijk verdedigde, bevestigt inde ogen van velen haar rol als marionet van Washington. Maar waar Trump deze deal inzet voor electorale doeleinden, hoeft Rodríguez geen rekening te houden met de Venezolaanse kiezer. Zolang ze danst naar Trumps pijpen, zet Washington geen druk op een transitie naar democratie in Venezuela. Rodríguez levert de chavistische idealen in om haar regime te laten overleven.

3Gaan bedrijven door deze deal straks wel op grote schaal olie uit Venezuela halen?

Het zou Jilles van den Beukel, energie-expert bij The Hague Centre for Strategic Studies, verbazen als oliebedrijven nu op grote schaal gaan investeren in Venezuela met langlopende projecten. Bedrijven als Shell en ExxonMobil vergelijken alle mogelijke internationale projecten, en zien Venezuela als een land met een wel erg hoog risico. „Bedrijven houden er bijvoorbeeld rekening mee dat een nieuwe regering in Venezuela óf de Verenigde Staten alles weer op zijn kop kan zetten”, zegt Van den Beukel.

Ook technisch gezien is oliewinning in Venezuela niet zo aantrekkelijk, zegt hij. „Het is zware olie die relatief duur is om te winnen.” De pijpleidingen en verwerkingsinstallaties zijn slecht onderhouden in het land, en dat vraagt om jaren aan investeringen.

Olie-expert Hans van Cleef, directeur van onderzoeksbureau EqoLibrium, wijst er tegelijk op dat de potentie van Venezuela „enorm groot” is. Het land heeft de grootste (bekende) oliereserves ter wereld. Maar ook Van Cleef denkt dat bedrijven niet direct staan te springen om erin te investeren. Bedrijven hebben de twee nationaliseringsgolven van de olie-industrie in het land – in 1976 en 2007 – nog in het achterhoofd, waarbij ze hun bezittingen gedwongen moesten afstaan. „Duidelijk zal moeten worden welke garanties de Amerikaanse overheid bedrijven precies wil geven dat hun investeringen ook echt leiden tot business”, zegt Van Cleef.

Oliebedrijven zullen in elk geval worden aangemoedigd in meer kleine, snelle projecten te stappen, verwacht Van den Beukel: de ‘krenten uit de pap’, oftewel kortetermijnprojecten waar geen enorme investeringen voor nodig zijn. „Daarbij kun je denken aan een gasveld op zee exploiteren vlakbij de grens met Trinidad, omdat er al een lng-fabriek in Trinidad staat.”

In de jaren negentig produceerde Venezuela 3 miljoen vaten per dag. Sinds het overlijden van Hugo Chávez regeerde, is de productie geleidelijk gedaald, tot minder dan 600.000 vaten per dag in 2020. Al een paar jaar kruipt de olieproductie langzaam weer omhoog, nu zit het net boven de 1 miljoen per dag. Van den Beukel: „Deze deal zal de groei van de productie wel helpen vergroten, maar gaat de oliemarkten voorlopig niet wezenlijk beïnvloeden.”

4Wat betekent het dreigende vertrek van Venezuela voor oliekartel OPEC?

Tegelijk met de megadeal kwam het nieuws naar buiten dat Venezuela uit de OPEC dreigt te stappen. Het oliekartel, met als voornaamste lid Saoedi-Arabië, beperkt de olieproductie om de prijs kunstmatig hoog te houden. Internationale oliebedrijven vinden het niet aantrekkelijk om te investeren in een OPEC-lid omdat zij niet houden van opgelegde productiequota.

Omdat Venezuela al relatief weinig olie oppompte, zou een vertrek niet veel invloed op OPEC hebben. „De pijn voor OPEC zou meer symbolisch zijn”, zegt Van den Beukel. „Venezuela was in de 1960 een van de oprichters van OPEC. Dat maakt voor het gevoel wel uit.”OPEC is de afgelopen jaren al kwetsbaarder geworden: in april vertrokken de Verenigde Arabische Emiraten, die daarmee hun langgekoesterde wens konden vervullen om méér olie op te pompen. Ook Irak wil meer olie uit de bodem halen en dreigt met vertrek.

De strategie om de olieprijs hoog te houden, gaat ten koste van het marktaandeel van OPEC. De Verenigde Staten hebben Saoedi-Arabië al ingehaald als grootste olieproducent. Een vertrek van Venezuela zou het aanzien van OPEC verder uithollen. „Het grootste probleem als veel landen uit de OPEC stappen, is dat zij geen rem meer hebben op hun olieproductie”, zegt Van Cleef. „Als iedereen meer produceert, kukelt de prijs weer omlaag – en krijgen we de jaren erna weer minder olie-investeringen. Een zwakkere OPEC zorgt voor sterkere schommelingen in de olieprijs.”

Energie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next