Home

Na veertien jaar stilte en rouw laat Beastie Boy Mike D weer van zich horen

Na de dood van Beastie Boys-lid Adam Yauch in 2012 hield de band op te bestaan. De achtergebleven Beastie Boys rouwden, en bleven stil. Nu is er toch het solo-album Thank You van Mike D, waarop de rapper terugblikt op een turbulente tijd.

is pop- en gamejournalist van de Volkskrant, met speciale aandacht voor de opkomst van artificiële intelligentie in de kunst.

Toen op 4 mei 2012 één Beastie Boy overleed, hielden twee andere Beastie Boys ook op te bestaan. Ze waren ontroostbaar en verdwaalden in het leven, weg van hun band, die de Amerikaanse muziekwereld op z’n kop had gezet.

Achterblijvers Mike D en Adam Horowitz verkeerden in shock: eerst toen bij Adam Yauch kanker werd geconstateerd, daarna toen het ziekteproces ineens snel ging en het derde en oudste lid van het trio overleed, op 47-jarige leeftijd.

Ze waren niet voorbereid, nog lang niet klaar voor een afscheid van hun beste vriend. Wat er met hun band moest gebeuren, die voor hen veel meer dan een bandje was geweest? Geen idee.

Mike D, die graatmagere New Yorkse jongen die in de eerste fase van de band die overdreven grote gouden kettingen droeg, vertelde twee weken geleden in een podcast dat door de dood van Yauch zijn echte familie uit elkaar was gevallen. De familie die hij, Horowitz en Yauch zelf hadden samengesteld, omdat ze in het ruige en gevaarlijke New York van de vroege jaren tachtig, als rare outcasts en punkers, onvoorwaardelijke steun van geestverwanten en mede-weirdo’s nodig hadden.

‘Met de dood van Adam Yauch stierf mijn identiteit’, zei Michael Diamond (zijn echte naam) tegen zijn podcast-host Louis Theroux. Eigenlijk was hij dertig jaar lang alleen maar een Beastie Boy geweest, vertelde hij. Ineens was hij niets meer.

Rampjaar 2012

De dramatische uitspraken van Mike D verklaren waarom we na de dood van Yauch, veertien jaar geleden, nooit meer iets hebben gehoord van een van de invloedrijkste Amerikaanse bands van de jaren tachtig. De popwereld was de Beastie Boys, makers van klassieke albums als Licensed to Ill (1986) en Ill Communication (1994), eigenlijk snel vergeten na dat rampjaar 2012. Ook omdat Mike D en Adam Horowitz weigerden nog nieuwe muziek uit te brengen onder die klinkende naam Beastie Boys.

De Beastie Boys, dat waren die drie rattige en recalcitrante vrienden, van wie de stemmen (de hoog snerende Adam Horowitz, de smalende Mike D, de schorre Adam Yauch) en zieke humor zó goed samenvielen. Van het trio een duo maken was ondenkbaar.

Het werd nooit officieel bevestigd, maar op 4 mei 2012 werden de Beastie Boys de facto opgeheven. Van Adam Horowitz en Mike D hoorden we ook niets meer.

Glorietijd

Tot vorige week, want vrijdag verscheen nieuwe muziek van in ieder geval één oud-Beastie Boy. Op zijn album Thank You, een eerste soloplaat, blikt de 60-jarige Mike D terug op de glorietijd, en vooral op zijn leven met zijn ‘oudere broer’ Adam Yauch.

In interviews met muziekblad Rolling Stone en The New York Times vertelde hij de afgelopen weken dat hij eindelijk uit een lethargische periode is gekropen. En dat hij muziek maken zelfs weer leuk is gaan vinden.

Dat was de jaren na de dood van Yauch heel anders. Iedere keer als hij een bestand opende op een oude computer, waarop ook nog onafgemaakt materiaal van de Beastie Boys te vinden was, werd hij overmand door verdriet. ‘De enige oplossing die ik dan zag, was de laptop dichtslaan en weglopen.’

Op Thank You kan Mike D zich eindelijk dankbaar tonen voor wat hij als Beastie Boy heeft mogen meemaken. En zingt hij ook over de stilte die neerdaalde na de dood van Yauch, op vervreemdende en schokkerige beats, waarin je het geluid van zijn voormalige band herkent.

Wasting time / Write another rhyme
Filling my time till then
Wasting time again / Put it on pause ‘till then
Wasting time, didn’t see behind / Everything I was back then

Uit: Thank You

Turbulent New York

Mike D groeide op in een onstuimig New York, maar in een kalm en relatief welvarend Joods gezin. Op straat was het gevaarlijk: criminele bendes hadden hele wijken overgenomen waar de politie niet in durfde.

Maar New York was ook turbulent op een mooie manier. De popmuziek was er aan het ontploffen en juist in New York hoorde je muziek uit alle bevolkingslagen en met verschillende achtergronden; van salsa tot punk en hardcore, en vooral rap en hiphop.

De eerste grote hiphoptracks uit de vroege jaren tachtig, van Grandmaster Flash tot The Sugarhill Gang, knalden uit álle autoradio’s tegelijk. In het heerlijke, autobiografische bladerboek Beastie Boys Book, uit 2018, schreef Mike D hoe een wandeling door Manhattan, langs al die muzikale stijlen, je op ideeën kon brengen.

Mike D was verlegen en een loner. Hij had weinig vrienden, ook omdat hij een punk wilde zijn en zich dus kleedde in slecht passende regenjassen met een paar boze buttons erop. Als hij alleen op straat liep, werd hij uitgescholden voor mietje. Hij had maten nodig, en snel.

Bandbuttons

In 1980 zag hij een concert aangekondigd van zijn favoriete band: de zwarte Amerikaanse hardcoreband Bad Brains. Hij stapte het muziekcafé Botany Talk House binnen en zag welgeteld twaalf man publiek klaarstaan voor de show. Zijn oog viel op een iel jochie met een zwarte trenchcoat, zelfgemaakte bandbuttons en zwarte legerlaarzen.

Deze ene andere punk bij de show van Bad Brains heette Adam Yauch. De twee raakten in gesprek, tussen de verpletterende nummers van Bad Brains door. Ze werden instant vrienden.

Yauch en Mike D spraken af, luisterden hele dagen naar punk en hiphopplaten, en niet onbelangrijk: lachten zich kapot om elkaars grappen. De twee vormden hun eerste eigen punkbandjes, onder verschillende namen, maar kwamen na die aarzelende eerste zetten uit bij Beastie Boys: een band waarin ze boze – en komische – punk en hardcore wilden mixen met de zware beats van de hiphop.

Het woord Beastie was natuurlijk ook een grap, want stond voor: Boys Entering Anarchistic States Towards Internal Excellence. Wat dat betekende? Mike D, in het Beastie Boys Book: ‘Geen flauw idee.’

In 1982 voegde Adam Horovitz, een vriend uit de punkscene, zich bij de band. Een jaar later werd een eerste hiphopsingle uitgebracht: Cookie Puss, over een waardeloze telefoonprank. En het begon te lopen.

Extreem grappig

Voor hun eerste, kleine optredens vroegen ze een opkomende universiteits-dj genaamd Rick Rubin om platen te draaien. Dat deed Rubin. Hij vond vooral Mike D een arrogante klootzak, zei hij later, maar wel extreem grappig.

Toen Rubin later met de grote hiphopbaas Russell Simmons het platenlabel Def Jam oprichtte en een van de belangrijkste producers ter wereld werd, stonden de Beastie Boys voor in de rij om een contract te tekenen.

Het album Licensed to Ill werd een muzikale kernexplosie, omdat die de opwindende hiphop mengde met de bijterigheid en de opstandigheid van de punkrock.

Mike D zei later honend dat de hiphop kennelijk drie witte jochies nodig had om de zwarte muziek op de radio en tv te krijgen, en dat drie andere witte jochies het waarschijnlijk net zo goed zouden hebben gedaan. Maar daarmee deed hij zijn band tekort. Het talent van de drie, hun messcherpe hiphoppunk en de snerende humor in de raps, was onmiskenbaar.

De hiphopgrootheden Dr. Dre en Ice Cube, van de band N.W.A., vertelden later hoe ze werden beïnvloed door de agressieve straathiphop van Beastie Boys, de onvergelijkbare beats van Rick Rubin en de algehele, rebelse uitstraling van die drie ontketende partycrashers uit de legendarische clip (You Gotta) Fight For Your Right. En het trio inspireerde een hele generatie ‘raprock’-bands, van Limp Bizkit tot Rage Against The Machine en Cypress Hill.

Alternatief popsucces

De Beastie Boys werden een van de grootste, alternatieve popsuccessen van de jaren tachtig. Ze gingen de wereld over en maakten bizarre dingen mee. Bij een tour in het Verenigd Koninkrijk keerden de tabloids zich tegen de band, die de jeugd in het thuisland zou komen verpesten. Het verhaal werd de wereld in geholpen dat de Beastie Boys een gehandicapt kind hadden uitgescholden – iets dat de band zich niet kon herinneren.

Een krantenkop in de Daily Mirror luidde: ‘Pop Idols Sneer At Dying Kids’. Ze moesten het land ontvluchten. En de vriendschap van de drie werd er alleen maar hechter op.

Want samen stonden ze sterk. De jongens wilden af van hun imago van irritante, studentikoze ‘frat boys’, corpsballen, omdat ze dat helemaal niet waren. Maar de platenbazen dachten daar anders over en wilden blijven cashen op het zo succesvolle concept van verwende punkertjes die waren gaan rappen, dat miljoenen binnenbracht.

Dus verlieten de drie hun label én de stad New York, om in Los Angeles heel andere, veel kunstzinniger muziek te maken.

Het tweede album Paul’s Boutique (1989) zat vol heerlijke funk- en soulsamples, en de onnavolgbare raps van de Beasties. De plaat flopte in eerste instantie, vooral omdat er niet echt een lekkere ‘partyhit’ op te vinden was. Maar jaren later werd de plaat algemeen erkend als een briljant hiphopalbum en misschien zelfs een hoogtepunt uit het oeuvre.

De band bracht nog zes albums uit, waaronder de kraker Ill Communication, met de steengoede hitsingle Sabotage, uit 1994. Maar na de dood van Yauch stond hun wereld stil.

Stoffige floppy

Mike D zat jaren bij de pakken neer, produceerde soms wat muziek in dienst van anderen, maar waagde zich nooit meer aan eigen werk. Zijn twee zoons, Skyler en Davis, konden het niet langer aanzien. Ze ontdekten dat in de jaren tachtig een floppydisc met typische Beastie Boys-breaks en -beats was uitgegeven, waarmee iedere amateurmusicus zélf Beastie Boys-tracks in elkaar kon puzzelen.

Het leek ze een geweldig idee om met die stoffige floppy als basis een nieuw soort hiphoppunk te maken, waarop hun vader dan weer eens wat teksten kon schrijven, ook een beetje als therapie. Het album Thank You is zo bezien meer dan een comebackpoging van een herintredende zestiger met zijn nazaten, maar ook een soort retrospectief kunstwerk dat verleden aan heden verbindt.

De raps in de track What We Got bijvoorbeeld zijn onmiskenbaar Mike D, en de overstuurde, kiezelige beats doen denken aan het meest avontuurlijke Beastie Boys-werk. In het ontroerende indieliedje Here We Are slaat Mike D een andere toon aan en probeert hij zijn nog altijd wat ontheemde gevoelens in teksten te vatten en een blik te werpen in de donkere kamer waar zijn vriend Adam Yauch zich mogelijk ophoudt.

Here we are, lost in the dark
Here we are, looking for the door
Here we are, scared to take a look

Uit: Here We Are

‘Ik kan hem niet meer vertellen wat ik heb meegemaakt’, zei hij tegen Rolling Stone. ‘Maar ik kan zelf wel bedenken wat hij zou vinden van de muziek die ik nu maak. Kijk, er is heel veel érg vervelend, als mensen van wie je houdt doodgaan. Maar het mooie is dat je relatie vanaf dat moment eigenlijk niet meer verandert. Dat je gewoon vrienden kunt blijven.’

Het album Thank You van Mike D is verschenen bij Universal.

Michael Diamond en Adam Horovitz, Beastie Boys Book.
Spiegel & Grau / Penguin; 592 pagina’s, € 34,99.

Source: Volkskrant

Previous

Next