Home

Opnieuw duikt er een massadonor op. Wie houdt er toezicht op zaaddonatie?

Dat met behulp van het zaad van de 43-jarige Groninger Simon minstens 199 kinderen zijn verwekt, roept vragen op over het toezicht op de praktijk van zaaddonatie. Wie is er eigenlijk voor verantwoordelijk, en valt dit soort uitwassen te voorkomen?

Hoe viel deze massadonor door de mand?

Volgens Ties Van der Meer, voorzitter van stichting Donorkind en zelf ook donorkind, ging het balletje rollen toen eind vorig jaar twee moeders ontdekten dat ze beiden Simon als donorvader hadden. Ze meldden zich bij zijn stichting, waarna hij ze adviseerde om naar de media te stappen. Nieuwssite nu.nl tekende hun verhaal op.

Door de media-aandacht zochten moeders contact met elkaar. Het actualiteitenprogramma Nieuwsuur onthulde afgelopen week dat Simon minstens 121 kinderen verwekte, terwijl klinieken een grens van twaalf aanhouden. Ook toonde het programma aan dat het ministerie van VWS al in augustus 2017 wist dat de Simon een massadonor was, maar niets deed met die informatie.

Opmerkelijk is dat Simon in 2019 in een speciale commissie zat die voor de overheid de bestaande donorwetgeving beoordeelde. Donorkind-voorzitter Van der Meer zat daar ook in. Toenmalige minister Sophie Hermans zei tegen Nieuwsuur dat haar departement niet betrokken was bij de samenstelling van de commissie.

Simon stuurde zaterdagavond een spijtbetuiging naar enkele ouders met donorkinderen die verwekt zijn met zijn zaad. Daarin geeft hij ook toe dat het totaal aantal verwekte kinderen op 199 ligt. ‘Ik had veel eerder de optelsom van donaties moeten maken, ook voor mijzelf’, schrijft hij. ‘Het totaal aantal blijkt hoger dan ik zelf had gedacht, gehoopt, gewild.’

Wat voor toezicht is er op spermadonatie?

In april vorig jaar scherpte de Tweede Kamer de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) juist aan. Donoren en moeders worden sindsdien landelijk geregistreerd, in plaats van per kliniek. Die informatie wordt met terugwerkende kracht tot 2004 verzameld, omdat in dat jaar anoniem doneren illegaal werd.

Elke spermadonor krijgt bij een donatie twaalf unieke codes: als met zijn zaad iemand zwanger wordt, wordt die gekoppeld aan een code. Als alle twaalf codes ‘gebruikt’ zijn kan iemand in Nederland geen sperma meer doneren, vertelt gynaecoloog Marieke Verberg van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG).

Tot 2018 was vijfentwintig het maximaal toegestane aantal kinderen per donor, naar richtlijnen van het NVOG. Daarom spreekt men pas van een ‘massadonor’ als er met iemands zaad meer dan vijfentwintig kinderen zijn verwekt.

Dat Simon bijna acht keer zo veel kinderen kon verwekken, komt doordat hij rechtstreeks bij de wensouders doneerde, zegt gynaecoloog Verberg. ‘Hij heeft via internet wensouders gezocht en is bij ze thuis langsgegaan. Daar hebben de klinieken geen zicht op.’

Volgens haar zijn lange wachttijden (soms tot 3 jaar) bij spermabanken de reden dat mensen thuis aan de slag gaan met een donorvader. Sommige spermabanken zijn zelfs tijdelijk gesloten.

Simon is niet de enige die over de limiet ging. Nadat het ministerie van VWS alle donaties sinds 2004 had geteld, bleken er in Nederland 85 massadonoren te zijn. Bij de meesten ging het om 26 tot 40 kinderen per persoon, met een paar uitschieters naar boven tot 50 of zelfs 70 kinderen per donor. Alleen bekende massadonor Jonathan Meijer zat met meer dan 100 donaties daarboven.

Waarom zijn massadonoren zo controversieel?

Donorkinderen weten meestal niet wie hun broers of zussen zijn, zegt Van der Meer. ‘Pas sinds 2004 kun je als donorkind op je 16de aangeven dat je je halfzussen en halfbroers wilt leren kennen. Alleen als zij hetzelfde doen, kun je elkaar ontmoeten.’

Bij massadonoren is dit overzicht vaak niet bestaand, zegt hij. ‘Voor donorkinderen van massadonoren geldt: iedereen die je tegenkomt zou je familielid kunnen zijn.’ Volgens hem zet dat een enorme rem op de seksuele vrijheid van donorkinderen van massadonoren. ‘Als je wilt daten moet je altijd eerst een DNA-test doen om te checken of je niet met een familielid aan de gang bent.’

Door de media-aandacht voor de zaak-Simon komen nazaten toch met elkaar in contact. Dan nog is relaties onderhouden lastig, zegt Van der Meer. ‘Ik ken groepen donorkinderen van een massadonor die bijna elke maand een nieuwe broer of halfzus vinden. Dat moet je elke maand dan weer verwerken.’

Source: Volkskrant

Previous

Next