Slaapt u wel goed? Miljoenen Nederlanders dragen een smartwatch of fitnesstracker die naast allerlei gezondheidsmetingen ook de kwaliteit van hun nachtrust bijhoudt. Welk effect heeft dat? ‘Een slaapscore van 89 procent: geen idee wat dat nou precies betekent.’
schrijft voor de Volkskrant over medisch onderzoek, psychologie en (neuro-)biologie.
‘Nou, nog geslapen?’, vraagt mijn partner. Ik kijk op mijn smartwatch en daarna op mijn app. Oef. Met de zomerhitte gaan we laat naar bed. ‘Aandacht’, zegt mijn slaapscore. Die is nu 57, liefst 22 punten onder mijn gemiddelde. Het gezichtje naast de score kleurt oranje en kijkt sip. Met een krappe nacht is mijn ‘werkelijke slaaptijd’ zelfs maar 4 uur en 33 minuten geweest.
Lekker dan: de dag begint al met een achterstand. Ik wrijf in mijn ogen en zet nog eens koffie.
Met de opkomst van de smartwatch is er iets nieuws mogelijk: jezelf in de gaten houden terwijl je slaapt. Mensen die zogeheten wearables dragen van Garmin, Apple, Samsung en andere merken kunnen elke ochtend een rapportje inzien van hun afgelopen nacht. Wat doet dat eigenlijk met ons, zo’n dagelijks slaaprapport laten uitlezen door een smartwatch?
‘Vorig jaar hadden we hier met slaap- en insomnie-onderzoekers een rondetafeldiscussie over’, zegt Tessa Blanken, methodoloog en slaaponderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). ‘Dat mensen slaap serieus nemen is ergens wel goed, want we zijn allemaal overtuigd van het belang van goede slaap. Tegelijkertijd zie je dat door media-aandacht en die slaaptrackers mensen angstiger kunnen worden. Soms gaan ze hun slaap heel belangrijk vinden en kunnen ze al schrikken van één slechte nacht.’
Mensen die met een smartwatch of zogeheten wearable hun slaap volgen, zoeken soms medische hulp. ‘Ik zie geregeld mensen in het slaaplab die denken dat ze slecht slapen omdat hun smartwatch dat meldt’, zegt neurowetenschapper en slaaponderzoeker Francesca Siclari van het Nederlands Herseninstituut (NIN). ‘Als ik vervolgens doorvraag naar symptomen van onderliggende slaapproblemen, zijn die er nauwelijks. Ze maken zich soms echt onnodig ongerust.’
De Amerikaanse hoogleraar Kelly Glazer Baron van de Universiteit van Chicago bedacht zelfs een term voor een door trackers aangepraat slaapprobleem: orthosomnie. Dat is geen erkende psychologische aandoening, maar Glazer Baron en haar team beschreven in 2017 vier gevallen waarbij een obsessie met slaapproblemen duidelijk werd verergerd doordat de patiënten op slaaptrackers keken. Zulke anekdotes gaan veel rond onder slaapexperts.
De apparaatjes hoeven niet altijd negatief uit te pakken, benadrukt Siclari. ‘Ik heb zelf geen slaaptracker, maar als je met realistische verwachtingen begint, kan het interessant zijn om bijvoorbeeld je slaapgewoonten met een wearable bij te houden.’
Vermoedelijk doen veel mensen dat. De prijs van zo’n smartwatch met slaapfunctie varieert van een paar tientjes tot een paar honderd euro. Miljoenen Nederlanders zeggen ze te dragen, peilde sportinstituut Mulier in 2025. Die krijgen elke ochtend desgewenst een verslagje van hun slaap voorgeschoteld.
Dus: hoever reikt de invloed daarvan? Studies wijzen erop dat mensen hun beeld van slaap makkelijk laten beïnvloeden. Neem de 109 studenten van de Universiteit van Warwick die overdag op willekeurige tijdstippen berichten ontvingen met korte vragen van psychologiehoogleraar Nicole Tang van dezelfde universiteit. Alle vragen hadden de strekking: hoe voel je je in het algemeen, en hoe was je afgelopen nacht?
De opvallende conclusie: het is vooral de momentopname die bepaalt hoe de studenten terugkijken op hun slaap. Als een deelnemer zich bijvoorbeeld ’s middags energiek voelde, dan ervaarde deze de nacht ervoor als prima. Ook als dezelfde student eerder die ochtend nog dacht slecht te hebben geslapen.
Hoe een verslag van een smartwatch invloed uitoefent, is niet zeker. Maar als mensen zich er makkelijk door laten sturen, kan een positieve uitdraai in de ochtend als een soort placebo werken. Of, als het horloge meldt dat je slecht sliep, het tegenovergestelde: een slaap-nocebo. Je voelt je dan slecht over slapen.
Een bijzonder geniepig experiment wijst erop dat dit mogelijk is. Mensen met slapeloosheid zeggen zich ’s avonds sneller moe te voelen als hun slaaptracker ze vertelt dat ze slecht sliepen, ontdekte de Britse slaaponderzoeker Dimitri Gavriloff van de Universiteit van Oxford met zijn team. Alleen bepaalden stiekem de onderzoekers wat de patiënten voorgeschoteld kregen over hun slaapkwaliteit, niet de tracker.
Gavriloff schrijft dan ook in de Journal of Sleep Research dat er op de schouders van wearable-fabrikanten een grote verantwoordelijkheid rust, zeker in het geval van mensen die daadwerkelijk aan insomnie lijden, of bijna. In theorie kan dat leiden tot een spiraal: na één slechte nacht voelen mensen zich slechter, beginnen ze over hun slaap te piekeren en slapen ze alleen maar slechter. Zo’n vicieuze cirkel kennen mensen met insomnie maar al te goed, zegt Siclari.
Slaaptijd: onvoldoende. Rust, 75 procent: onvoldoende. Fysiek herstel, 60 procent: goed. Onder die scores zit dikwijls een grafiek, met pieken en dalen van de hele nacht, in haarscherp detail en tot op de minuut. ‘Je hebt 19 minuten diep geslapen tijdens je eerste slaapcyclus, wat niet genoeg is.’
Dat klinkt behoorlijk precies. Maar de meeste smartwatches bluffen vaak. ‘Voor slaapmetingen geldt: des te dichter je op het brein meet, des te accurater’, zegt Martin Dresler, hoofd van het Donders Sleep & Memory Lab in Nijmegen. ‘Een wearable zit om je pols en meet alleen beweging en hartslag. Zo krijg je een best goed beeld van hoelang je stil lag met een lage hartslag en in theorie dus ook van de slaapfases die je doorloopt. Maar het probleem is dat de slaapkwaliteit en slaapfases allemaal in een black box worden berekend.’
Daarnaast verhult een smartwatch veel. ‘Mijn studenten schrikken daar altijd erg van’, zegt Manon Peeters-Schaap, neuropsycholoog en lector health and innovation aan de Fontys Hogeschool. Ze geeft studenten wearables mee van commerciële kwaliteit of hoger, met als verschil dat deze apparaten voor de wetenschap bedoeld zijn: ze filteren mislukte metingen eruit. Dat gebeurt vrij vaak, waardoor er gaten in de data ontstaan.
Ongeloof is de eerste reactie die Peeters-Schaap dan onder de studenten ziet: ‘Ik heb een smartwatch en die meet dit allemaal veel beter’, is de reactie. ‘Nee, zeggen we dan, jouw horloge heeft geen betere data, alleen verpakt die het beter voor jou.’ Smartwatchgiganten zijn immers vaak Google, Samsung, Garmin en ook Apple: bedrijven die data aan gebruikers proberen te verkopen. Dan moeten die data er ook een beetje mooi uitzien, beaamt Dresler: ‘Als je ’s ochtends in je app kijkt, zal zo’n bedrijf je nooit vertellen dat 30 procent van de nachtmetingen nutteloos waren.’
Wie iets wil merken van de smartwatchblufferij, kan voor de gein twee smartwatches tegelijk dragen, een aan elke pols. Precies dat deden proefpersonen in Salzburg toen ze in hun eigen huis gingen slapen, in een nog te beoordelen studie van slaaponderzoeker Pavlos Topalidis en diens collega’s.
Vooral bij onregelmatige slaap ging het mis. Dan zwenkten de wearables in de studie meerdere kanten op. Het ene merk registreerde ‘onvoldoende’ diepe slaap waarin het lichaam fysiek herstelt, terwijl die diepe slaap er volgens betrouwbare metingen op het hoofd wel gewoon bleek te zijn. Een ander merk overschatte weer de minuten aan remslaap. De slaapfases, schrijft het team, zijn daarmee een achilleshiel voor wearables om de pols: in slechts de helft van de gevallen wisten ze die kloppend te rapporteren.
Desondanks rollen elke ochtend dus die scores uit zo’n app. Methodoloog Blanken is het een doorn in het oog. Niet alleen omdat de smartwatches bluffen, maar omdat de eerdergenoemde schijnprecisie bij haar alleen maar vragen oproept. ‘Ik zie dan een slaapscore van 89 procent staan’, zegt ze. ‘Wat betekent dat nou precies? Geen idee.’
Dit soort ‘specifieke vaagheid’ is een communicatietruc die op veel mensen waarschijnlijk overtuigend overkomt, denkt taalonderzoeker en hoogleraar Mark Dingemanse van de Radboud Universiteit. Zien mensen details die voor hen persoonlijk belangrijk kunnen zijn, dan gaan ze er vanzelf betekenis aan geven. Anders gezegd: we zijn van nature ‘betekeniszoekers’. Daarom zijn ook horoscopen zo succesvol.
Dingemanse wijst op een experiment van socioloog Harold Garfinkel, uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Studenten mochten hun persoonlijke problemen en dilemma’s als vragen voorleggen aan een psycholoog, die daar vervolgens alleen ‘ja’ of ‘nee’ op antwoordde. Wat ze niet wisten, is dat Garfinkel de ja’s en nee’s uit een kaartenbak trok; de antwoorden waren dus nonsens en onpersoonlijk. Toch vonden de studenten de nepgesprekken door hun eigen invulling ‘behulpzaam’, ‘heel interessant’ en, jawel, ‘betekenisvol’.
De taalonderzoeker is dan ook kritisch over hoe makkelijk we meegaan in de ogenschijnlijk objectieve metingen van wearables. ‘Door je eigen zintuigen uit te schakelen en je oordeel over hartslag en slaap uit te besteden, lever je je oordeelsvermogen ook uit aan een stukje technologie’, mailt hij.
Sterker: wie van de wetenschap misschien objectieve antwoorden verwacht over ‘goede slaap’, komt überhaupt bedrogen uit, zegt methodoloog Blanken. ‘Als je naar objectieve data uit een professioneel slaaplaboratorium kijkt, is er gewoon helemaal niet een een-op-eenmatch tussen wat we zien en wat mensen ervaren. Wij kunnen helemaal niet mensen in een scanner leggen en zeggen: die slaapt slecht en die niet.’
Die drang om slaap te duiden als iets meetbaars bestond ooit wel in de slaapwetenschap, zegt slaaponderzoeker Siclari. ‘Toen ik twintig jaar geleden in dit vak begon, werd ik vaak geconfronteerd met patiënten die over ernstig slaaptekort klaagden. Als we vervolgens objectieve metingen deden, zag alles er normaal uit. Ik weet nog hoe moeilijk ik het vond om tegen die mensen te zeggen: er is niets mis met uw slaap.’
Nu gaat dat anders: als mensen zeggen dat ze slecht slapen en zich niet uitgerust voelen, neemt de huisartsenrichtlijn de klachten zelf als uitgangspunt; metingen in een slaaplab zijn daarin niet leidend. Siclari ziet bij slapeloosheidspatiënten nu tóch bijzondere patronen in de hersengolven als zij voor wetenschappelijk onderzoek haar laboratorium bezoeken en daar ogenschijnlijk ‘normaal’ slapen. ‘Bij die mensen blijken sommige hersengebieden deels wakker tot klaarwakker, terwijl andere hersendelen wel slapen.’
Het vertrouwen in eigen gevoel versus wat een apparaat zegt, is precies wat er bij gebruikers van wearables misgaat, zegt Gert Jan Lammers, neuroloog en somnoloog bij slaapkliniekorganisatie Sein en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Leiden. ‘Als er geen klachten zijn, moet je bij voorkeur ook niks gaan meten.’
Miljoenen mensen doen dus precies het tegenovergestelde: ze voelen zich prima, maar meten dagelijks van alles aan hun lijf, waaronder hun slaap. ‘Eigenlijk zijn al die devices massaal de bevolking aan het screenen’, zegt cardioloog Michiel Winter van Amsterdam UMC. Iemand is dan weleens ongerust en gaat naar de dokter. ‘Als je dat bij acht miljoen mensen laat gebeuren, dan loopt het de spuigaten uit. Het creëert een zorgvraag die er niet zou moeten zijn.’
Een klassiek voorbeeld uit zijn praktijk, vertelt Winter, is een 24-jarige jongen die de polikliniek binnenkwam met een klacht. ‘Supergezond, sport drie keer per week, eet havermout en eiwitshakes, zo’n type. Maar zijn apparaat slaat ’s nachts alarm, omdat zijn hartslag te laag zou zijn. Er bleek niets mis met die jongen, maar zijn hart is gewoon zo sterk dat het voldoende bloed rondpompt met relatief weinig slagen. Alleen die wearables snappen die context niet.’
Wat kan er anders? Ten eerste: met een doel en getemperde verwachtingen zijn wearables bruikbaar, ook voor slaap. Wie bijvoorbeeld eerder naar bed wil proberen te gaan, kan met een tracker eens per week kijken of het de goede kant op gaat, aldus Siclari.
Wearables maken ons misschien ook iets bewuster van onze keuzes. Zo zeiden 32 gezonde vrijwilligers aan de Universiteit van Arizona dat ze iets beter sliepen na twee weken met een slaaptracker. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat de smartwatch proefpersonen stimuleert overdag meer te bewegen, waardoor ze sneller moe zijn, schrijft hoofdonderzoeker Sarah Berryhill in de Journal of Clinical Sleep Medicine.
Wetenschappers maken ook dankbaar gebruik van de golf aan nieuwe slaaptrackers. ‘Een nacht in een slaaplaboratorium doe je doorgaans maar een of twee keer’, zegt Dresler. ‘Met wearables kunnen we de slaap bij honderden tot duizend mensen volgen, wekenlang.’ Die metingen zijn wat grover dan in het lab, maar ook hier geldt: wetenschappers stellen vooraf vast waar ze naar zoeken.
En als je toch een commerciële slaaptracker gebruikt voor persoonlijke inzichten, vervolgt Dresler, zet dan de inzichten uit zo’n ochtendverslagje niet op een voetstuk. ‘Slaap is belangrijk, maar mensen die een ideaalbeeld van slaap najagen, lopen het meeste risico om er een obsessie van te maken.’
Zo’n slaapobsessie is een uitnodiging voor de vicieuze cirkel die bij insomnie zo vaak voorkomt. De officiële behandeling voor slapeloosheid is dan ook cognitieve gedragstherapie waarin mensen leren om minder te obsederen over hun slaap.
Sowieso zal niet iedereen ten prooi vallen aan zo’n vicieuze cirkel, ook niet met een slaaptracker, vermoedt somnoloog Lammers. ‘Het is volstrekt normaal om een keer slecht te slapen, of zelfs een langere periode. Bijvoorbeeld als je gestrest bent of met een huilende baby zit. Als dat probleem is opgelost, zal een groot deel van de bevolking weer normaal slapen en overgaan tot de orde van de dag. Maar vooral mensen die gevoelig zijn voor insomnie, blijven die slapeloosheidsklachten houden.’
Na al die wearable-wetenschap is het besluit hier definitief gevallen: de smartwatch gaat niet meer mee het bed in. Want echt lekker slaapt het ook weer niet, zo’n log ding om de pols.
Stappen gezet. Gefeliciteerd. U hebt uw bewegingsdoel gehaald! Wie een Fitbit of een Samsung draagt, krijgt die boodschap bij 10.000 stappen, de Garmin viert al feest bij 7.500 stappen. Toch zien wetenschappers de grootste gezondheidswinst bij een bescheidenere inzet: die is er al bij 4.000 stappen per dag, aldus een recente studie van de Harvard Universiteit in de BMJ.
Stress. ‘Neem even een minuutje de tijd om te ademen.’ Het kan zomaar een bericht zijn dat een Apple Watch stuurt als deze stress detecteert. Alle smartwatches die stress (of zelfs fitheid) zeggen te meten, doen dat op basis van de zogeheten ‘heart rate variability’ (HRV). Nadeel: geen twee smartwatches geven dezelfde HRV-waarden, blijkt uit een proef met vrijwilligers die er meerdere droegen, schrijven Amsterdamse bewegingswetenschappers van de Vrije Universiteit in het blad Psychophysiology. Dat maakt de meting nu onbetrouwbaar, al kan dat in de toekomst nog veranderen.
Calorieën. Al goed op weg met calorieën verbranden, hoor. De meeste smartwatches geven – ongevraagd – indicaties van hoeveel energie je op een dag gebruikt. Maar een smartwatch berekent zomaar de helft te veel of te weinig verbrande calorieën, stelt een veelgeciteerde Stanford-studie uit 2017. De reden is eenvoudig: mensen verschillen qua lichaamsbouw, activiteit en stofwisseling onderling zó veel, dat een simpele polsmeting op basis van hartslag nooit tot een precieze berekening komt.
Bloeddruk. Niemand wil de hele dag een grote bloeddrukmeter meenemen. Dat hoeft ook niet, belooft onder meer Samsung: bepaal je echte bloeddruk eens in de maand, en de smartwatch ‘meet’ de rest. Onbetrouwbaar, oordeelde de American Heart Association onlangs in een advies. Het zou wel mooi zijn als zulke apparaatjes in de toekomst beter werken: een bloeddrukmeting thuis bespaart zorgkosten.
Zuurstofsaturatie. Een nieuwe toevoeging aan het smartwatcharsenaal is meten hoe zuurstofrijk je bloed is. Raak je buiten adem, dan zit er misschien te weinig zuurstof in het bloed. Gezonde vrijwilligers die expres zuurstofarme lucht inademden voor een studie in het blad JMIR, hebben weinig aan een Apple Watch: die overschatte de zuurstofsaturatie in de helft van de metingen. In een op de twintig gevallen miste het horloge zelfs een mogelijk levensbedreigende saturatie van lager dan 88.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant