Samen met mijn jongste dochter (5) heb ik in recordtijd Toy Story uitgespeeld. We hebben alle vijf de films samen bekeken. Toy Story 5 keken we vanuit relax-seats in een Pathé-bioscoop. Relax-seats zijn stoelen die je zo ver achteruit kunt zetten dat het eigenlijk bedden zijn. Ik ben zeer over deze vooruitgang te spreken en viel zelf tijdens Toy Story 5 meerdere keren weg.
Toy Story-films gaan over een toevallige verzameling speelgoedfiguren die constant worden bedreigd omdat ze nu eenmaal veroordeeld zijn tot de nukken van het kind dat ze bezit. Je zou ze kunnen zien als een groot zinloos verzet tegen verandering en de tijdgeest. Al die films zijn een groot verlangen naar de kortstondige momenten waarop er zorgeloos met ze wordt gespeeld.
In de laatste film, Toy Story 5, moeten de speelgoedfiguren het opnemen tegen digitaal speelgoed. Een bij voorbaat verloren strijd, waarin ik ook de struggle van de zzp’er herken. Vooral fotografen raad ik aan om eens in groepsverband naar de laatste Toy Story-film te kijken. Mijn dochter en ik zijn altijd voor het speelgoed. Dat zal ook wel de bedoeling zijn van de makers, want we weten nu al dat er ook een Toy Story 6 komt. We hebben inmiddels ook twee officiële Toy Story-poppen in huis: Buzz Lightyear, een robot die in de films kan vliegen, maar in het echt niet. En Jessie, een cowgirl van wie je alleen de benen en het hoofd kunt draaien. Mijn dochter drukt ze vaak in eten dat ze zelf niet lust en commandeert ze dan met zinnen waarin wij ons herkennen. De poppen zijn afwasbaar.
Gisteren gingen we en groupe naar het Rijksmuseum omdat ik via contacten bij het schoolplein had gehoord dat er een tijdelijke Toy Story-tentoonstelling zou zijn. Zo denk je te zijn weggezakt in het ravijn van het plastic entertainment, zo hoor je er weer helemaal bij. De tentoonstelling bleek er niet meer te zijn. Daar kwamen we achter nadat we ons door zalen vol werk van Fiep Westendorp en Ed van der Elsken heen hadden getrokken. Aan de tentoonstellingen lag het niet, maar een kind dat lekker is gemaakt met iets anders is minder flexibel. Het was sleuren. In de eregalerij stond De Nachtwacht vanwege een renovatie achter glas. „Als dit het mooiste schilderij is, waarom schilderen ze het dan nog een keer”, vroeg mijn oudste dochter (11) die met de grootst mogelijke tegenzin aanwezig was.
Als het de bedoeling van het Rijksmuseum was om de jongste generatie naar het museum te trekken: geslaagde marketing.