Onze opleider spreekt van ‘een stukje kwaliteitsborging’ van het onderwijs. Daar is het haar om te doen. Ze oogst instemmend geknik van mijn medecursisten. We zijn bij elkaar gekomen om te leren beoordelen of iemand in aanmerking komt voor een onderwijscertificaat: de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO).
Dit is geen certificaat dat je nodig hebt om te mogen beginnen met lesgeven, maar er wordt wel van docenten verwacht dat zij het op enig moment behalen. Hoewel er van ‘kandidaten’ wordt gesproken, gaat het in werkelijkheid dus om onze collega’s: mensen die vaak al jaren aan de universiteit lesgeven. Het is aan ons om aan de hand van een uitgebreid portfolio én een interview te beoordelen of deze lieden ook ‘BKO-waardig’ zijn.
Hiervoor zijn twee beoordelingscategorieën beschikbaar: niet het gangbare zakken of slagen, maar yes en not yet. ‘Want soms moeten we constateren dat iemand er nog niet is.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Wanneer we een aantal fictieve casussen voorgelegd krijgen, grijpen veel van mijn medecursisten naar not yet. Niet vreemd, want not yet klinkt mild. Zorgzaam zelfs. Niet: je bent gezakt. Wel: je bent er bijna. Maar, en dit is cruciaal, wij bepalen wanneer ‘bijna’ genoeg is. De kandidaat wordt weliswaar niet afgewezen, maar hoeft ook nog niet als gelijke te worden erkend.
Dit doet me denken aan de Franse filosoof Jacques Rancière, die laat zien hoe hecht de relatie tussen onderwijs en ongelijkheid is. Sinds we de oude standenmaatschappij hebben verworpen, kunnen we ongelijkheid niet langer rechtvaardigen met iemands afkomst. In plaats daarvan, zo stelt Rancière, kent onderwijs mensen hun ‘juiste’ plek in de samenleving toe. Dit gebeurt op een nogal hiërarchische manier. Denk aan de hardnekkige kloof tussen hoger- en lageropgeleiden. Of aan de kwetsbare positie van mensen die zogenoemde ‘ongeschoolde arbeid’ verrichten.
We lijken ons bij vlagen ongemakkelijk te voelen bij deze expliciete hiërarchie. Zo spreken we liever over theoretisch en praktisch opgeleid dan over hoger en lager opgeleid. In dat opzicht is not yet interessant. Deze beoordelingscategorie biedt niet alleen een vriendelijker vocabulaire, maar ook een subtieler mechanisme om mensen naar hun ‘juiste’ plek te begeleiden. De boodschap is niet langer dat sommige mensen minder zijn dan anderen, maar dat zij er nog niet zijn. De hiërarchie verdwijnt daarmee niet, maar wordt vertaald naar ontwikkeling: de een is simpelweg wat verder dan de ander. Gelijkheid wordt zo iets wat in het verschiet ligt, een kwestie van persoonlijke groei.
Lastig is wel dat gelijkheid op deze manier eindeloos kan worden uitgesteld. Bovendien hebben sommige mensen het nu eenmaal ‘niet ver geschopt’. Ook al is hun werk onmisbaar voor de samenleving, voor hun maatschappelijke positie doet dat er nauwelijks toe. Voor die positie telt vooral dat je je blijft ontwikkelen, of in elk geval de indruk wekt dat te doen. Om te markeren hoe ver je bent gevorderd, staat een uitdijend jargon ter beschikking: specialist, expert, senior, lead, head, chief, trusted advisor – of, liever nog, een indrukwekkende combinatie hiervan.
Individuele ontwikkeling is zo niet alleen een persoonlijk ideaal, maar ook een manier om ongelijkheid te rechtvaardigen. Het werkelijke probleem voor veel mensen in ondergewaardeerde en onderbetaalde beroepen is echter niet dat zij er nog niet zijn, maar dat de plek waar zij wél zijn onvoldoende wordt erkend. Dat geldt ook voor de universiteit. Functies waarin mensen uitsluitend lesgeven, worden er van oudsher aangeduid als juniorposities, wat de boodschap in zich draagt dat je er vooral niet te lang moet blijven. Hierdoor geven mensen soms jarenlang les op tijdelijke contracten, zonder uitzicht op een vaste aanstelling.
Aan deze docenten moest ik denken tijdens de BKO-cursus. Zij lijken me niet zozeer gebaat bij een certificaat, maar bij iets veel eenvoudigers en tegelijk radicalers: gezien en gewaardeerd worden als volwaardige collega’s. Bij ‘een stukje gelijkheid’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant